Moeder ten onrechte als bewindvoerder ontslagen

Hof Amsterdam heeft op 11 december 2019 uitspraak gedaan of een moeder terecht als bewindvoerder van haar kind is ontslagen.

A is geboren in 1996 en woont bij haar moeder. Haar moeder en haar halfzus zijn in 2016 als gevolg van de lichamelijke/geestelijke toestand van A benoemt tot bewindvoerders en tot mentoren. De halfzus is op haar verzoek ondertussen alweer ontslagen als bewindvoerder en mentor.

 

De kantonrechter heeft in 2018 de moeder op verzoek van de halfzus uit de functie van bewindvoerder ontslagen en een professionele bewindvoerder benoemd tot opvolgend bewindvoerder. De moeder is het echter niet eens met haar ontslag. Volgens haar zijn er geen gewichtige redenen die haar ontslag als bewindvoerder kunnen rechtvaardigen. Tussen haar en A is de verstandhouding immers goed. Zij biedt A een stabiele woonsituatie en begeleidt A intensiever dan een professionele bewindvoerder zou doen. Verder wijst de moeder erop dat ook A graag wil dat haar moeder bewindvoerder blijft.

 

Hof Amsterdam overweegt dat niet is gebleken dat de moeder is tekortgeschoten in haar taak als bewindvoerder. Er is geen sprake van slecht bewind dan wel van nalatigheid dan wel van een anderszins onwerkbare situatie.

 

Het hof oordeelt dat de moeder dan ook ten onrechte is ontslagen als bewindvoerder, aangezien niet gebleken is van gewichtige redenen die voort dit ontslag nodig zijn.

Informatie

  • Recht: Overig
  • Maandag 16 december 2019