Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Naar buitenland verplaatste bv wordt bestuurd vanuit Nederland

Een DGA die er voor kiest om de in zijn bv beschikbare middelen aan te houden in de bv, kan de belastingdruk op het rendement in de bv verlagen door deze bv te verplaatsen naar een land met een fiscaalvriendelijk klimaat. Een bv is daadwerkelijk fiscaal in het buitenland gevestigd, wanneer de bv feitelijk niet meer wordt geleid vanuit Nederland.

 

Hof Den Haag heeft op 19 februari 2020 inzake de dividendbelasting geoordeeld waar een naar Singapore verplaatste bv feitelijk werd geleid en bestuurd.

De casus

Belanghebbende is een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap. De bezittingen van belanghebbende bestaan ultimo 2006 voornamelijk uit bankrekeningen (€ 17.664.202), effecten (€ 2.550.346), geldleningen aan de aandeelhouder (€ 2.150.000) en aan een gelieerde vennootschap (€ 1.800.000) en certificaten van aandelen in een deelneming.

 

In 2006 is de aandeelhouder van belanghebbende vanuit Nederland geëmigreerd naar Sint-Maarten en is de statutaire directie van belanghebbende vanuit Nederland verplaatst naar Singapore. In Singapore is K Ltd. op basis van een managementovereenkomst aangesteld als directie en is belanghebbende als inwoner van Singapore in de heffing betrokken.

 

Eind 2006 zijn bijna alle bankrekeningen van belanghebbende in Nederland opgeheven en nagenoeg alle liquide middelen van belanghebbende in Nederland overgeboekt naar Curaçao. Bovendien is een deel van de beleggingsportefeuille van belanghebbende overgeboekt naar een bank op Curaçao. Belanghebbende heeft ook een deel van de beleggingsportefeuille en een bedrag van € 500.000 aan liquide middelen ondergebracht bij een bank in Singapore.

 

In de jaren 2006 tot en met 2010 is belanghebbende geadviseerd door een belastingadvieskantoor met vestigingen in Nederland (het NL-kantoor) en op Curaçao (het Antillen-kantoor).

 

In 2010 heeft belanghebbende in totaal € 34.570.000 aan dividenden uitgekeerd. De inspecteur heeft belanghebbende wegens het niet afdragen van dividendbelasting naheffingsaanslagen dividendbelasting van in totaal € 5.185.500 opgelegd.

 

In geschil is of belanghebbende over de dividenduitkeringen 15% dividendbelasting is verschuldigd.

 

Volgens de inspecteur is belanghebbende niet gevestigd in Singapore, zodat over de dividenduitkeringen dividendbelasting is verschuldigd.

 

De inspecteur heeft tal van feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan volgens hem kan worden geconcludeerd dat de kernbeslissingen niet in of vanuit Singapore worden genomen door de directie, maar veeleer buiten Singapore in nauwe samenwerking door de aandeelhouder van belanghebbende, het NL-kantoor en het Antillen-kantoor.

Overwegingen en oordeel Hof Den Haag

Hof Den Haag behandelt het geschil door achtereenvolgens in te gaan op de volgende 4 vragen:

 

  • Is belanghebbende inwoner van Nederland op grond van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK)?
  • Is belanghebbende inwoner van Singapore op grond van het Verdrag Nederland-Singapore (het Verdrag)?
  • Waar vandaan wordt belanghebbende 'geleid en bestuurd'?
  • Is belanghebbende inwoner van Sint-Maarten op grond van de BRK?

Is belanghebbende inwoner van Nederland op grond van de BRK?

Volgens het hof moet eerst worden beoordeeld of de BRK al dan niet aan de heffing door Nederland van dividendbelasting in de weg staat (vergelijk rechtsoverweging 3.4 uit het arrest van de Hoge Raad van 28 februari 2001, zie externe links).

 

Indien belanghebbende inwoner van Nederland is in de zin van de BRK, kent artikel 11 lid 2 BRK aan Nederland heffingsrecht toe over het dividend naar een tarief van ten hoogste 15%.

 

Volgens het hof is belanghebbende op basis van de vestigingsplaatsfictie (artikel 2 lid 4 Wet Vpb) in beginsel volledig onderworpen aan belastingheffing in Nederland, zodat zij ingevolge artikel 2 lid 1 letter d BRK inwoner is van Nederland.

Is belanghebbende inwoner van Singapore op grond van het Verdrag?

Vervolgens moet volgens het hof worden beoordeeld of belanghebbende voor de toepassing van het Verdrag als inwoner van Singapore moet worden beschouwd. Zo ja, dan is belanghebbende in Nederland niet volledig onderworpen en kan zij niet als inwoner van Nederland worden aangemerkt in de zin van de BRK.

 

Naar het oordeel van het hof is belanghebbende ingevolge artikel 3 lid 1 van het Verdrag zowel inwoner van Nederland als van Singapore, zodat moet worden vastgesteld waar belanghebbende in het onderhavige jaar werd 'geleid en bestuurd' in de zin van de tiebreaker van artikel 3 lid 4 van het Verdrag.

Waar vandaan wordt belanghebbende 'geleid en bestuurd'?

Volgens het hof is het aan de inspecteur om feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken waaruit volgt dat belanghebbende niet werd 'geleid en bestuurd' door de statutaire directie in Singapore, maar door een (of meer) anderen. De inspecteur kan hierbij niet volstaan met het bewijs dat de werkelijke leiding van het lichaam door een ander wordt uitgeoefend dan het formele bestuur, maar moet tevens aannemelijk maken vanuit welke plaats die ander de leiding uitoefent.

 

Naar het oordeel van het hof slaagt de inspecteur in de op hem rustende bewijslast. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat de relevante kernbeslissingen noch door de directie te Singapore, noch door de enig aandeelhouder op Sint-Maarten zijn genomen.

 

De belastingadviseurs in Nederland zijn initiërend en coördinerend opgetreden en hebben de directie in Singapore belangrijke aanwijzingen en instructies gegeven. De directie in Singapore heeft slechts een uitvoerende rol vervuld en werd daarbij ondersteund door het Antillen-kantoor, dat voor het NL-kantoor controletaken op uitvoerend niveau heeft verricht.

 

Aangezien belanghebbende voor de toepassing van het Verdrag geacht wordt inwoner van Nederland te zijn, staat het bepaalde in artikel 10 lid 7 van het Verdrag (verbod op extraterritoriale heffing op dividenden) niet in de weg aan het opleggen van de onderhavige naheffingsaanslagen. Bovendien staat hiermee vast dat de Nederlandse woonplaats van belanghebbende ingevolge artikel 2 lid 1 letter d BRK niet wordt aangetast door de toepassing van het Verdrag.

Is belanghebbende inwoner van Sint-Maarten op grond van de BRK?

Vervolgens onderzoekt het hof nog of belanghebbende op grond van artikel 2 lid 1 letter d BRK ook als inwoner van de Nederlandse Antillen respectievelijk Sint-Maarten moet worden beschouwd.

 

Op basis van de belastingregelingen van de Nederlandse Antillen respectievelijk Sint-Maarten concludeert het hof dat belanghebbende daar aan onbeperkte belastingplicht zou zijn onderworpen indien haar plaats van feitelijke leiding zich op de Nederlandse Antillen respectievelijk Sint-Maarten bevond.

 

Gezien het oordeel dat belanghebbende in het onderhavige jaar werd 'geleid en bestuurd' vanuit Nederland oordeelt het hof dat belanghebbende voor de toepassing van de BRK uitsluitend inwoner van Nederland is. 

Eindoordeel van het hof

Aangezien hier sprake is van dividenden genoten door een inwoner van Sint-Maarten en verschuldigd door een lichaam (belanghebbende) dat fiscaal inwoner is van Nederland, is het Nederland ingevolge artikel 11 lid 2 BRK toegestaan de onderhavige dividenduitkeringen in de heffing van dividendbelasting te betrekken tegen een tarief van ten hoogste 15%. De naheffingsaanslagen dividendbelasting zijn dan ook terecht door de inspecteur opgelegd.

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Internationaal, Fiscaal: Overig
  • EQF 7
  • Dinsdag 10 maart 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships