Nabestaandenoverbruggingspensioen een must

Bijna alle pensioenregelingen bevatten een nabestaandenpensioen. In aanvulling daarop wordt ook vaak een ANW-hiaat pensioen aangeboden. In een eerder artikel ben ik ingegaan op de vraag om wel of geen ANW-hiaat pensioen te verzekeren. In dit artikel ga ik in op het nabestaandenoverbruggingspensioen. In mijn opinie is dit, hoewel vaak vergeten, een absolute must. Net als het ANW-hiaat pensioen is het nabestaandenoverbruggingspensioen een aanvulling op het nabestaandenpensioen.

Allereerst een zal ik een aantal begrippen nader toelichten. Ik weet dat deze begrippen op verschillende manieren en door elkaar worden gebruikt. Ik geef hier geen algemeen geldende definitie, maar een toelichting van hoe ik de begrippen gebruik en bedoel.

Nabestaandenpensioen

Een pensioen ten behoeve van de nabestaanden. Dit is een verzamelnaam voor het partnerpensioen en het wezenpensioen

Partnerpensioen

Een pensioen ten behoeve van de partner, dat uitkeert na het overlijden van de werknemer. Dit pensioen is een aanvulling op de uitkering van de overheid (de ANW).

Wezenpensioen

Een pensioen ten behoeve van de kinderen, dat uitkeert na het overlijden van de werknemer.

ANW-hiaat pensioen

Een pensioen ten behoeve dan de partner en of de kinderen, ter compensatie van het gemis aan een ANW-uitkering.

Nabestaandenoverbruggingspensioen een must

In mijn eerdere artikel over het ANW-hiaat pensioen ben ik ingegaan op de noodzaak van een ANW-hiaat pensioen. Als je een volledig nabestaandenpensioen hebt en de problematiek rondom het ANW-hiaat is adequaat opgelost, kan het nog steeds voorkomen dat je een te laag nabestaandenpensioen hebt. Dat wordt dan veroorzaakt door de belastingdruk. Ik zal dit nader toelichten.

In Nederland geldt voor het ouderdomspensioen een algemeen streefniveau van 70% van het laatstverdiende salaris. Het niveau van 70% geldt omdat vanaf 65 jaar het belastingtarief aanmerkelijk lager is dan daarvoor, waardoor je met 70% van je bruto inkomen, je netto ongeveer gelijk uitkomt.

Het nabestaandenpensioen kent een streefniveau van ongeveer 70% van het ouderdomspensioen (inclusief een AOW of ANW-uitkering). Deze 70% is voldoende omdat je niet meer samen, maar alleen bent.

Bij de vaststelling van de hoogte van het nabestaandenpensioen ga je er dus vanuit dus je naast het feit dat je alleen bent, ook in een lager belastingtarief valt. Dat laatste is echter pas waar, wanneer de nabestaande ouder is dan 65 jaar.

Maar wanneer de nabestaande nog geen 65 jaar is, moet het hogere belastingtarief te worden betaald. 70% is dan dus niet genoeg. Zolang de partner nog geen 65 jaar is, dient het nabestaandenpensioen te worden aangevuld. Deze aanvulling is een tijdelijk nabestaandenpensioen.

Het verschil is dus het verschil in belastingdruk voor en na 65 jaar. Dat verschil is de premie volksverzekeringen voor de AOW. Dat verschil is 17,9% over de eerste 2 belastingschijven. Omdat je over deze extra 17,9% ook weer premies volksverzekeringen moet betalen, kan dit bedrag worden gebruteerd (1/ (1-17,9%)). Nu is het mogelijk om bij de berekening ook nog rekening te houden met het exacte verschil in netto inkomsten voor en na 65 jaar, bijvoorbeeld doordat je in een hogere belastingschijf valt. Dat vereist echter gedetailleerde berekeningen op individueel niveau. Hierdoor zie je dat het laatste deel van de berekening niet in collectieve regelingen voorkomt. Bij individuele toezeggingen, zoals DGA's  kom ik het wel regelmatig tegen.

In de praktijk zie ik, behoudens de DGA's,  nog niet veel pensioenregelingen waar deze aanvulling is opgenomen. In mijn opinie dus ten onrechte. Om om een netto inkomen uit te komen dat voldoende is, dient het nabestaandenpensioen te worden aangevuld.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Maandag 19 april 2010