Navordering inzake vrijval FOR bij staking onderneming

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 30 september 2020 uitspraak gedaan of er bij de staking van de onderneming inzake de vrijval van de fiscale oudedagsreserve (FOR) terecht is nagevorderd.

Belanghebbende was ondernemer. Hij heeft tot 2002 in zijn aangifte inkomstenbelasting een FOR vermeld. Belanghebbende heeft zijn onderneming in 2014 gestaakt. De inspecteur heeft de FOR in 2014 tot de winst gerekend en een navorderingsaanslag opgelegd.

In geschil is of de navorderingsaanslag terecht is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of de foutenleer mag worden toegepast. Volgens belanghebbende was hij niet op de hoogte van het bestaan van de FOR. Aangezien de inspecteur wel bekend was met de FOR, had de inspecteur de FOR al in 2004 tot de winst moeten rekenen. Verder stelt belanghebbende dat de foutenleer niet kan worden toegepast. Volgens de inspecteur moet de fout volledig aan belanghebbende worden toegerekend, aangezien de FOR vanaf 2002 niet meer in de aangiften inkomstenbelasting is vermeld. 

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het alleen aan belanghebbende is te wijten dat de FOR niet eerder dan in 2014 is belast, omdat vanaf 2002 de FOR niet meer in de aangiften inkomstenbelasting is vermeld. Belanghebbende had de FOR op grond van artikel 3.53 lid 1 letter c Wet IB 2001 als fiscale reserve moeten vermelden.

Het hof komt tot de conclusie dat de foutenleer van toepassing is en dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd.

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB
  • Dinsdag 20 oktober 2020