Nederland mag heffen over uitkering uit in lijfrente omgezette ontslagvergoeding

Hof Den Bosch heeft op 16 januari 2020 uitspraak gedaan of Nederland mag heffen over de door een in Duitsland woonachtige Nederlander ontvangen periodieke uitkering uit een in een lijfrentepolis gestorte ontslagvergoeding.

Belanghebbende woont sinds 2009 in Duitsland. Hij heeft in 2002 een ontslagvergoeding ontvangen. De ontslagvergoeding is door zijn ex-werkgever gestort in een lijfrentepolis.

 

In januari 2015 wordt met het opgebouwde lijfrentekapitaal een polis voor een periodieke uitkering afgesloten bij een Nederlandse verzekeraar. De begindatum is 14 december 2014 en de einddatum is 14 december 2015. Op de polis is onder meer vermeld dat de uitkeringen worden aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking, niet zijnde pensioen of soortgelijke beloning. Op de uitkeringen is loonbelasting ingehouden.

 

In geschil is of terecht loonbelasting is ingehouden. Belanghebbende stelt dat Duitsland het heffingsrecht heeft, omdat de ontslagvergoeding bestaat uit een bedrag dat is afgestemd op en strekt tot verbetering van onvoldoende pensioenrechten als bedoeld in artikel 12 van het Verdrag Nederland-Duitsland.

 

Hof Den Bosch overweegt dat er naar objectieve maatstaven dient te worden beoordeeld of de ex-werkgever en belanghebbende hebben bedoeld een (aanvulling op) het pensioen overeen te komen. In de correspondentie tussen belanghebbende en zijn ex-werkgever zijn echter geen aanknopingspunten te vinden waaruit volgt dat de ontslagvergoeding erop is afgestemd en ertoe strekte te voorzien tot voorziening in het levensonderhoud dan wel tot een aanvulling op zijn pensioen. 

 

Het gelijk is aan de inspecteur.

Informatie

  • Internationaal, Fiscaal: Overig
  • Dinsdag 28 januari 2020