Niet aannemelijk gemaakt dat een lager loon gebruikelijk is

Hof Amsterdam heeft op 28 januari 2020 uitspraak gedaan of er sprake is van een lager loon dan volgens artikel 12a Wet Loonbelasting gebruikelijk is.

Enig bestuurder en aandeelhouder van een Ltd. is de echtgenote van belanghebbende. Zij woont in Nederland. Voor het jaar 2013 is aan haar een persoonsgebonden budget toegekend. De echtgenote heeft de Ltd. als zorgverlenende instantie aangemerkt. Belanghebbende heeft arbeid voor de Ltd. verricht. Hiervoor heeft hij volgens de aangifte loonheffingen € 18.600 aan loon ontvangen.

 

In geschil is de hoogte van het (gebruikelijk) loon. Volgens de inspecteur moet het gebruikelijk loon op grond van artikel 12a Wet Loonbelasting minstens het standaardbedrag van € 43.000 (bedrag 2013) zijn. Belanghebbende stelt dat de Ltd. echter maar € 22.000 aan omzet heeft behaald.

 

Hof Amsterdam overweegt dat de gebruikelijkloonregeling van toepassing is en dat belanghebbende moet bewijzen dat in het economisch verkeer een lager loon dan

€ 43.000 gebruikelijk is. Volgens het hof heeft belanghebbende echter niet dan wel onvoldoende onderbouwd dat de Ltd. in 2013 slechts € 22.000 heeft ontvangen. Voorts is het hof van oordeel dat, ook wanneer wordt verondersteld dat het ontvangen bedrag € 22.000 bedraagt, daarmee de conclusie nog niet gerechtvaardigd is dat in het economisch verkeer een lager loon dan € 43.000 gebruikelijk is voor een soortgelijke dienstbetrekking.

 

De inspecteur heeft derhalve terecht het fiscale loon gecorrigeerd.

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB, Fiscaal: Overig
  • Maandag 24 februari 2020