Omvang vergoedingsrechten en afwikkeling van huwelijkse voorwaarden

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 24 oktober 2019 (publicatie 26 november 2019) uitspraak gedaan over de omvang van de vergoedingsrechten in het kader van de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden.

Partijen zijn met elkaar gehuwd op huwelijkse voorwaarden. In de huwelijksvoorwaarden is onder andere bepaald: ‘De echtgenoten zijn, voor zover niet anders bepaald, verplicht aan elkaar te vergoeden, hetgeen aan het vermogen van de ene echtgenoot is onttrokken ten bate van de andere echtgenoot, ten bedrage van of naar de waarde ten dage van de onttrekking. Deze vergoedingen zijn terstond opeisbaar.’

 

Het huwelijk is in 2019 ontbonden, waarbij is bepaald dat de man een vergoedingsrecht op de vrouw heeft van € 222.115 en dat de vrouw een vergoedingsrecht op de man heeft van € 12.310.

 

Tussen partijen zijn de vergoedingsrechten in geschil. De vrouw is van mening dat op grond van de redelijkheid en billijkheid dient te worden afgerekend als waren zij gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Zij beroept zich daarbij op een afspraak tussen hen, op hun bedoeling en hun feitelijke gedragingen tijdens het huwelijk.

 

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de stelling van de vrouw geen grondslag vindt in het recht. Voor zover de gemeenschappelijke bedoeling van partijen al is geweest om hun vermogensrechtelijke verhouding in hun onderlinge relatie te regelen alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd, dan nog kan deze de overeengekomen huwelijkse voorwaarden niet vervangen.

Informatie

  • Recht: Huwelijksvermogens- en erfrecht
  • Maandag 2 december 2019