Onafgebroken herinvesteringsvoornemen ontbreekt

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 12 januari 2021 (publicatie: 22 januari 2021) uitspraak gedaan of de inspecteur een herinvesteringsreserve (HIR) terecht laat vrijvallen, omdat er geen sprake is van een onafgebroken herinvesteringsvoornemen.

Belanghebbende is een bv, die in 2007 een verhuurd kantoorpand en appartement verkoopt. De daarbij gerealiseerde boekwinst doteert belanghebbende aan de HIR. Uit een directiebesluit blijkt dat belanghebbende op zoek gaat naar vervangende panden bestemd voor de verhuur. Medio 2010 wijzigt belanghebbende haar plannen: zij wil verder gaan als holdingvennootschap en wil derhalve geen vastgoed meer op haar balans. 

Eind 2010 koopt belanghebbende nog ter herinvestering vastgoed van H B.V., een bv waarin belanghebbende middellijk een 50%-belang heeft. In 2011 splitst belanghebbende deze onroerende zaken af in M B.V. Belanghebbende verkoopt vervolgens de aandelen M B.V. aan een dochtermaatschappij waarin belanghebbende een 50%-belang heeft.

Volgens de inspecteur heeft belanghebbende vanaf medio 2010 geen herinvesteringsvoornemen meer. Hij stelt daarom dat de HIR in 2010 moet vrijvallen.

Hof Arnhem-Leeuwarden stelt dat voor instandhouding van de HIR het herinvesteringsvoornemen onafgebroken bij belanghebbende aanwezig dient te zijn. Het hof overweegt dat belanghebbende medio 2010 heeft aangegeven, dat zij geen onroerende zaken meer op haar balans wil hebben. Het hof oordeelt dat belanghebbende daarmee medio 2010 geen herinvesteringsvoornemen meer heeft. De latere juridische afsplitsing en verkoop van de aandelen M B.V. vormen hiervan volgens het hof een bevestiging. Het gelijk is derhalve aan de inspecteur.

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB, Fiscaal: Wet Vpb
  • Maandag 25 januari 2021