Op 65 of 66 jaar, in plaats van op 67 jaar met AOW-pensioen

Werknemers en zelfstandigen die al vroeg zijn gaan werken en een levenlang hebben gewerkt, kunnen straks één of twee jaar voor de AOW-leeftijd al van de AOW gaan genieten. De AOW-uitkering zal dan wel per maand lager zijn omdat het bedrag dat men op 67 jarige leeftijd bij een ‘normale’ levensverwachting zou krijgen, wordt herberekend over één of twee jaar langer AOW. Bovendien mist men een of twee opbouwjaren.
Om gebruik te kunnen maken van deze uitzondering gelden de volgende voorwaarden:
men moet tot de ingang van de AOW 42 jaar hebben gewerkt waarvan de laatste vijf jaar onafgebroken gedurende minimaal 1225 uur per jaar, en men moet in die jaren minimaal het wettelijk minimumloon hebben verdiend. Tevens moet worden aangetoond dat men naast de AOW, voor de lange termijn voldoende aanvullend inkomen heeft om niet een beroep te moeten doen op aanvullende bijstand. Uitgangspunt is voorts dat wie voor 67 jarige leeftijd aanspraak maakt op AOW, stopt met werken.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Maandag 23 maart 2015