Oplossing samenloop loon- en inkomstenbelasting bij meerdere pensioenen

Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën heeft op 5 februari jl. gereageerd op vragen over de problematiek van samenloop van loonbelasting en inkomstenbelasting bij meerdere pensioenen.

Kern van de problematiek is dat de ene inhoudingsplichtige geen rekening kan houden met andere inhoudingsplichtigen (Sociale Verzekeringsbank, verzekeraars, pensioenfondsen).

Iedere inhoudingsplichtige concentreert zich op de bepaling en inhouding van de loonheffing over het uit te keren pensioeninkomen van de pensioengerechtigde. Daarbij kan de inhoudingsplichtige alleen rekening houden met het pensioeninkomen dat hij of zij zelf verstrekt, maar weet niet van het bestaan van een andere inhoudingsplichtige, laat staan van de hoogte van dat andere pensioeninkomen.

Loonheffingskortingen kunnen dan onterecht meerdere keren in aanmerking worden genomen en bovendien bestaat de kans dat de pensioengerechtigde met zijn cumulatieve pensioeninkomen in een hogere belastingschijf komt, waar een hoger belastingtarief van toepassing is. Dit resulteert in een hogere verschuldigde inkomstenbelasting dan feitelijk is ingehouden.

Al eerder (brief van 26 oktober 2020) had de staatssecretaris een drietal oplossingen aangedragen om het verschil tussen de ingehouden loonbelasting en verschuldigde inkomstenbelasting te verkleinen:

  • Opleggen voorlopige aanslag aan begin belastingjaar (Eerste Voorlopige Aanslag EVA)
  • Wijziging toepassing loonheffingskorting
  • Verzoek toepassing hoger tarief

Eerste Voorlopige Aanslag (EVA)

Met het opleggen van een EVA wordt gedurende het kalenderjaar al inkomensheffing betaald, waarbij rekening wordt gehouden met AOW en (meerdere) aanvullend(e) pensioenen. Op deze wijze kan in veel gevallen een hoge bijbetaling bij de definitieve aanslag worden voorkomen.

Wijziging loonheffingskorting

De pensioengerechtigde kan zijn uitkeringsinstantie verzoeken om bepaalde loonheffingskortingen, bijvoorbeeld de ouderenkorting, achterwege te laten. Hierdoor wordt de ingehouden loonheffing verhoogd en de kans op bijbetaling verlaagd. Overigens, de loonheffingskorting gaat hiermee niet verloren.

Mocht achteraf blijken dat deze loonheffingskorting onbenut is gebleven, kan deze alsnog worden toegepast. Dit impliceert dat de pensioengerechtigde dan een terugbetaling tegemoet kan zien.

Van de 2,2 miljoen AOW’ers met meer dan één inkomensbron wordt in 89% van de gevallen de loonheffingskorting door slechts één uitkeringsinstantie toegepast en bij 6% van de gevallen wordt helemaal geen loonheffingskorting toegepast. Blijft over dat nog in 5% van de gevallen door meer dan een uitkeringsinstantie de loonheffingskorting wordt toegepast, ofschoon dat niet in lijn is met de geldende wet- en regelgeving (artikel 23, lid 2 Wet LB 1964).

Verzoek hoger tarief 

Deze mogelijkheid spreekt voor zich. Toepassing van een hoger tarief resulteert in meer inhouding, zodat het verschil tussen verschuldigde inkomstenbelasting en ingehouden loonheffing kleiner wordt. Hierover zijn echter (nog) geen gegevens bekend.

Verbetering communicatie

Bovenstaande mogelijkheden zijn niet nieuw, maar zullen wellicht bij de doorsnee pensioengerechtigde onvoldoende bekend zijn.

De Belastingdienst is bezig met verbetering in de communicatie richting belastingplichtigen over dit onderwerp op de reguliere communicatiekanalen, zoals de website. Zo zijn de afgelopen maanden al enkele pagina’s op de website aangepast waarin de mogelijke gevolgen worden geschetst als sprake is van samenloop van meerde pensioeninkomens en hoe deze gevolgen geminimaliseerd kunnen worden.

De Sociale Verzekeringsbank, als uitkeringsinstantie van de AOW, informeert AOW-gerechtigden ook over dit onderwerp. Er wordt expliciet aan AOW-gerechtigden gevraagd of zij willen dat de loonheffingskorting wordt toegepast. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar een pagina op www.svb.nl. Daarnaast staat in de AOW-toekenningsbeschikking informatie over de mogelijkheid om een Eerste Voorlopige Aanslag aan te vragen. 

Aangezien de loonbelastingverklaring, zolang tenminste de verplichte werknemersgegevens worden vastgelegd, vormvrij is, kan een inhoudingsplichtige op eigen initiatief gepensioneerden de mogelijkheid bieden om te kiezen voor het toepassen van het hogere belastingtarief.

Informatie

  • Toekomstvoorzieningen, Ik ga met pensioen, Pensioen, Pensioen Fiscaal, Pensioen LB
  • Dinsdag 9 februari 2021