Oplossingen inhoudingsproblematiek samenloop pensioenen

Bij ouderen komt het regelmatig voor dat ze, ofschoon ze netjes belasting hebben betaald over hun pensioeninkomen, na afloop van het kalenderjaar een aanslag inkomstenbelasting ontvangen en een bepaald bedrag moeten bijbetalen. Dit komt met name voor bij ouderen met een AOW-uitkering en een aanvullend pensioen(tje). Staatssecretaris Hans Vijlbrief van Financiën komt met een aantal oplossingen.

Deze inhoudingsproblematiek vloeit voort uit het feit dat alle pensioen uitkerende instanties (Sociale Verzekeringsbank (SVB), Pensioenfondsen en verzekeraars) ieder voor zich inhoudingsplichtig zijn voor de loonheffing over het pensioen van de pensioengerechtigde. Hierdoor kan vrij eenvoudig een verschil ontstaan tussen de in totaal ingehouden loonheffing en de feitelijk verschuldigde inkomstenbelasting. Immers, elke inhoudingsplichtige kan alleen rekening houden met het pensioeninkomen dat hij of zij zelf verstrekt, maar weet niet van het bestaan van een andere inhoudingsplichtige, laat staan van de hoogte van dat andere pensioeninkomen.

Loonheffinsgkortingen kunnen dan onterecht meerdere keren in aanmerking worden genomen en bovendien bestaat de kans dat de pensioengerechtigde met zijn cumulatieve pensioeninkomen in een hogere belastingschijf komt, waar een hoger belastingtarief van toepassing is. Dit resulteert in een hogere verschuldigde inkomstenbelasting dan feitelijk is ingehouden.

Staatssecretaris Vijlbrief geeft in een brief aan hoe in het kader van deze inhoudingsproblematiek de verschillen tussen verschuldigde inkomstenbelasting en de ingehouden loonheffing kunnen worden verkleind of zelfs kunnen worden voorkomen.

Er zijn verschillende, reeds bestaande mogelijkheden:

  • aanvragen voorlopige aanslag
  • wijziging toepassing loonheffingskorting
  • verzoek toepassing hoger tarief

Voorlopige aanslag

Met de voorlopige aanslag kan de pensioengerechtigde een inschatting van zijn cumulatieve pensioeninkomen geven voor het desbetreffende kalenderjaar. Als op basis van deze inschatting meer inkomstenbelasting is verschuldigd, dan wordt ingehouden, kan de pensioengerechtigde dit verschil gespreid gedurende het kalenderjaar betalen, zodat bijbetaling ineens na afloop van het kalenderjaar niet meer nodig is.

Wijziging loonheffingskorting

De pensioengerechtigde kan zijn uitkeringsinstantie verzoeken om bepaalde loonheffingskortingen, bijvoorbeeld de ouderenkorting, achterwege te laten. Aangezien de loonheffingskortingen en korting zijn op de te betalen belasting kan door het achterwege laten van de loonheffingskorting het in de ingehouden loonheffing worden verhoogd. De loonheffingskorting gaat hiermee niet verloren. Mocht achteraf blijken dat deze loonheffingskorting onbenut is gebleven, kan deze alsnog worden toegepast. Dit impliceert dat de pensioengerechtigde dan een terugbetaling tegemoet kan zien

Verzoek hoger tarief 

Deze mogelijkheid spreekt voor zich. Toepassing van een hoger tarief resulteert in meer inhouding, zodat het verschil tussen verschuldigde inkomstenbelasting en ingehouden loonheffing kleiner wordt.

Bovenstaande mogelijkheden zijn niet nieuw, maar zullen wellicht bij de doorsnee pensioengerechtigde onvoldoende bekend zijn. Daarom wil de staatssecretaris laten onderzoeken op welke wijze de communicatie op dit punt kan worden verbeterd, teneinde bijbetalingen na afloop van het jaar zoveel mogelijk te voorkomen.

Informatie

  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen, Pensioen Fiscaal
  • Maandag 2 november 2020