Ouderdomspensioen uitgelegd

De meest voorkomende pensioensoort is het ouderdomspensioen. Het ouderdomspensioen is, zo wordt in de wet omschreven, een inkomensvoorziening bij ouderdom. Deze voorziening is bedoeld voor de werknemers zelf en de uitkering van het ouderdomspensioen duurt altijd levenslang.

Wat ouderdom is, is in de wet niet nader gedefinieerd. We streven er vanuit de wet naar om het ouderdomspensioen te laten ingaan op de 65-jarige leeftijd. Maar het is ook mogelijk om het ouderdomspensioen eerder te laten ingaan dan de 65 jarige leeftijd. Daarbij is geen minimumleeftijd gegeven.  Het is ook mogelijk om het ouderdomspensioen later te laten ingaan, waarbij de uiterste ingangsleeftijd de 70-jarige leeftijd is.

Het ouderdomspensioen kan in de uitkeringsfase in hoogte variëren. Daarbij dient de variatie binnen de bandbreedte 100:75 te blijven. Verder is het mogelijk om het ouderdomspensioen om te ruilen voor andere pensioenvormen zoals een partnerpensioen of een overbruggingspensioen ter overbrugging van de AOW (dit kan bijvoorbeeld in combinatie met vervroegen van het pensioen).

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Dinsdag 1 februari 2011