Pensioengevende diensttijd uitgelegd

Pensioen mag worden opgebouwd over de jaren dat je dienstverband heeft geduurd. Dus de periode tussen de datum in diensttreding en de pensioendatum, of de datum van eerdere uitdiensttreding. Het is daarnaast toegestaan om de diensttijd die voor de berekening in aanmerking wordt genomen verder uit te breiden.

Naast de periode van het dienstverband is het dus ook mogelijk om pensioen op te bouwen over perioden van verlof. Het is toegestaan om pensioen op te bouwen over perioden dat een werknemer heeft gewerkt voor een buitenlandse werkgever. Het moet dan gaan om een buitenlandse werkgever die is verbonden aan de onderneming waar de werknemer in Nederland in dienst is en pensioen opbouwt. Na ontslag kan de pensioenopbouw worden voorgezet. Deze voortzetting kan gedurende maximaal 3 jaar plaatsvinden, waarbij de opbouw niet mag worden verhoogd ten opzichte van de eerder genoten opbouw tijdens het actieve dienstverband. Als iemand gebruikt maakt van Vut of prepensioen is het toegestaan om gedurende perioden van Vut en prepensioen door te gaan met de pensioenopbouw. Het is ook toegestaan om de jaren ten gevolge van een waardeoverdracht mee te laten tellen voor de pensioenopbouw. In de wet is tenslotte een bepaling opgenomen dat diensttijd die is doorgebracht voor 8 juli 1994 mag worden ingekocht. Voorwaarde is dat sprake moet zijn van een pensioentekort als gevolg van het ontbreken van die diensttijd.

Voor het partner- en wezenpensioen gelden dezelfde bepalingen als voor het ouderdomspensioen. Alleen bij overlijden voor de pensioendatum geldt een aanvullende bepaling. Naast de diensttijd van de werknemer, mag ook worden uitgegaan van de ontbrekende diensttijd. Onder ontbrekende diensttijd wordt verstaan de jaren die liggen tussen het moment van overlijden en de pensioendatum. Hierdoor kan iedereen eenzelfde partnerpensioen ontvangen, los van het moment van overlijden.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 27 januari 2011