Premieovereenkomsten en evenredige kosteninhouding

De Tweede Kamer is kort geleden akkoord gegaan met het voorstel van de Kamerleden Omtzigt en Spekman voor inhouding van kosten evenredig in de tijd bij premieovereenkomsten (zogenaamde beschikbare premieregelingen). Een goed voorstel, maar er zijn wel een paar kleine kanttekeningen te plaatsen.

Verzekeringsmaatschappijen maken kosten voor het uitvoeren en beheren van pensioenregelingen. Dat kost geld. Dat kost zelfs meer geld dan het beheren en administreren van bijvoorbeeld lijfrenteverzekeringen of kapitaalverzekeringen die je zelf in privé afsluit. Pensioen is duurder omdat je als verzekeringsmaatschappij aan veel meer eisen moet voldoen, zoals het opstellen van reglementen, startbrieven en een verregaande communicatieverplichting. Daarnaast bestaat een deel van de kosten uit advieskosten. Dat is de beloning voor de tussenpersoon.

Nu was het onder de huidige wetgeving mogelijk om voor pensioenverzekeringen, net als bijvoorbeeld bij lijfrente- en kapitaalverzekeringen, het grootste deel van de kosten aan het begin van de looptijd van een verzekering in te houden. Meestal gebeurt dat in 5 jaar. Dat betekent dat van de eerste premies een groot deel aan kosten opgaat. Bij voortijdige beeindiging van de verzekering is dat een groot nadeel. De opgebouwde waarde staat dan vaak in geen verhouding tot de ingelegde premies. Als gevolg van het wetsvoorstel is het niet meer mogelijk om dat te doen en dienen de kosten te worden verdeeld over de hele looptijd van de verzekering.

Dit voorstel is een voordeel voor alle werknemers die kort deelnemen aan een dergelijke pensioenregeling. Dat is dus goed nieuws. Het is echter niet in alle gevallen positief. Met name werknemers die lang deelnemen aan een dergelijke regeling gaan meer kosten betalen. In plaats van de eerste 5 jaar een grote kosteninhouding, betalen zij nu bijvoorbeeld 35 jaar lang een lagere kosteninhouding. Omdat verzekeringsmaatschappijen bij de berekening van het lagere evenredige kostenpercentage niet uitgaan van een gemiddelde looptijd van bijvoorbeeld 35 jaar of meer, gaan deze werknemers meer betalen. De rekening van de job-hoppers wordt dus neergelegd bij de trouwe werknemers.

Verder is het de vraag of dit voorstel echt nodig was. Het was tot 2000 gebruikelijk om te werken met hoge eerste kosten voor pensioenverzekeringen. Met ingang van 1 januari 2000 is dat echter in de Pensioen- en spaarfondsenwet verboden. Sindsdien wordt er door alle verzekeringsmaatschappijen verplicht gewerkt met evenredige kosten. Bij de invoering van de Pensioenwet in 2007 is er bewust voor gekozen om de eis van evenredige kosteninhouding uit te wet te laten. Dat was niet meer nodig. Men had alle hoop gevestigd op transparantie en communicatie. SInds de Pensioenwet dient aan werknemers te worden verteld waar de premie aan op gaat, zodat het zichzelf zou reguleren. De deelnemer dient op de hoogte te zijn van de kostenstructuur van de regeling. Volgens artikel 2 lid 2a van het Besluit uitvoering Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregelingen dient de startbrief informatie te bevatten over het gedeelte van de premie dat voor kosten aangewend wordt. De AFM houdt toezicht op de naleving van deze informatieverplichting. Werknemers die niet tevreden zijn met een hoge kosteninhouding aan het begin van de looptijd zullen vanzelf aan de bel trekken. Of de nieuwe lijn zou gaan werken is nog niet bekend, want het bestaat pas sinds kort. Ik denk dat het dan ook voorbarig is om nu reeds wettelijk in te grijpen.

Verder is het belangrijk om op te merken dat sinds 2000 de producten van verzekeringsmaatschappijen zijn aangepast aan evenredige kosteninhouding. Door de invoering van de Pensioenwet zijn er bijna geen verzekeraars geweest die de producten hebben aangepast naar een niet evenredige kosteninhouding. Dat was een weg terug die voor velen niet begaanbaar leek. Het lijkt mij dan ook een redelijk overbodig wetsvoorstel. Het regelt iets, dat er in de praktijk (bijna) niet is.

Dat het voorstel er toch doorheen is gegaan is voor mij niet onbegrijpelijk. Immers, we leven in tijden van de kredietcrisis, waardoor de beurskoersen laag staan en mensen veel geld zijn verloren op hun pensioenportefeuille. Dat zijn dezelfde verzekeringen als waar het wetsvoorstel over gaat. Verder is er na de woekerpolis nu volop aandacht voor de woekerpensioenen. In dat kader is dit natuurlijk een prettig wetsvoorstel dat snel bijval zal krijgen.

Het voorstel heeft tot gevolg dat na beëindiging van de deelneming geen kosten meer in mindering kunnen worden gebracht op de pensioenpolis. Indien gedurende de looptijd van de premieovereenkomst er een kostenverhoging plaatsvindt, kan deze verhoging voorts niet over het verleden worden berekend. De verhoging kan slechts voor de toekomst tijdsevenredig in rekening worden gebracht.

Het nieuwe voorstel is met veel enthousiasme ontvangen in de pers. Ik ben uiteraard geen tegenstander van het voorstel, maar het enthousiasme deel ik niet. Ik denk dat het te voorbarig, overbodig en een beetje teveel inspelen op de sentimenten is geweest.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Maandag 25 mei 2009