Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Publicatietitel: AFM legt boete op voor overkreditering

Op 30 augustus 2019 heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een bestuurlijke boete van € 1.125.000 opgelegd aan een kredietverstrekker. Reden: overtreding van de kredietregel.


Naast diverse recente uitspraken van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid), waarin het Kifid klanten in het gelijk heeft gesteld als het gaat om overtreding van kredietregel, geeft de AFM met deze boete en de publicatie daarvan duidelijk aan dat het voorkomen van overkreditering één van de prioriteiten moet zijn bij een kredietverstrekker.

De kredietregel

In de Wet op het financieel toezicht (Wft) is in artikel 4:34 geregeld dat:

  • Een aanbieder van krediet voldoende informatie inwint over de financiële situatie van een klant om na te kunnen gaan of een krediet verantwoord is en
  • De aanbieder geen krediet verstrekt als de lasten daarvan onverantwoord zijn

Dit is de kredietregel. Het is een open norm, die nader is uitgewerkt in Gedragscodes, zoals die van de VFN.

Gedragscode

De normen van de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN) zijn gebaseerd op de minimumvoorbeeldbegrotingen van het NIBUD. Met deze normen kan de kredietverstrekker berekenen of de kredietnemer na het betalen van rente en aflossing per maand voldoende geld overhoudt om zijn vaste lasten te kunnen blijven betalen. Want ook kleine bedragen die de consument leent kunnen grote invloed hebben op het financieel welzijn van de consument. Daarnaast moet de kredietverstrekker ook goed overwegen of het krediet wel past bij de financiële situatie van zijn klant en wat het doel is van de lening. Er moet immers niet meer en langer geleend worden dan nodig is.

 

Stappenplan bereken maximaal krediet:

 

  1. Stel de basisnorm en norm woonlast vast.
    De basisnorm is afhankelijk van de gezinssituatie van de kredietnemer. De norm woonlast is een vast bedrag ongeacht de gezinssituatie van kredietnemer
  2. Bereken de leennorm.
    15% (netto inkomen – basisnorm – norm woonlast) + basisnorm
  3. Bereken de leencapaciteit.
    Netto inkomen – leennorm – netto woonlasten – evt. bestaande kredietlasten
  4. Bereken het maximaal te lenen bedrag.
    Leencapaciteit x 50

Waarom de boete?

In deze casus heeft de AFM dertig dossiers onderzocht. In drie dossiers vond de AFM dat er te weinig informatie was ingewonnen over de financiële positie van de klant. Dat is verplicht als het gaat om een krediet van meer dan € 1.000. In dat geval moet de geldverstrekker een klantprofiel opstellen (er is immers sprake van een impactvol product). In dat klantprofiel moet het doel, het inkomen, de risicobereidheid en de kennis- en ervaring van de klant zijn opgenomen. Aan de hand van het klantprofiel moet de kredietverstrekker een passend advies verstrekken.

 

Daarnaast was in zeven dossiers een krediet verstrekt dat niet verantwoord was. Er was dus sprake van overkreditering.

Concrete punten van kritiek van de AFM op gebrekkige informatie-inwinning

De AFM heeft de boete mede gebaseerd op grond van het feit dat er onvoldoende informatie is ingewonnen over de financiële positie van klanten (eerste lid artikel 4:34 Wft).

We geven hier enkele voorbeelden van overtredingen van die regel uit het boetebesluit:

  • De leencapaciteit van een klant is gebaseerd op de gezinssituatie ‘alleenstaand zonder kinderen’. Maar de woonlasten van de woning waar de klant verbleef, worden afgeschreven van de rekening van een familielid van de klant. De kredietverstrekker heeft niet doorgevraagd waarom dit zo was, waardoor onvoldoende is geverifieerd of de gezinssituatie die de klant opgaf, wel klopte. Het doet er vervolgens niet toe of uiteindelijk blijkt dat de klant echt alleenstaand was – de kredietverstrekker had moeten doorvragen
  • Een klant levert een bankafschrift aan op verzoek van de kredietverstrekker. De klant levert twee pagina’s aan, terwijl aan het bankafschrift is te zien dat het zes pagina’s zouden moeten zijn. De kredietverstrekker had daartoe ook de andere vier pagina’s moeten opvragen, omdat daaruit zou kunnen blijken dat de klant nog andere maandelijkse lasten heeft
  • Een kredietverstrekker heeft het netto-inkomen van een klant mede gebaseerd op diverse niet-vaste loonbestanddelen. Dat is niet verboden, maar dan moet de bestendigheid van die variabele inkomsten wel zijn vastgesteld. Dat blijkt onvoldoende uit het dossier van de kredietverstrekker. De variabele inkomsten waren negen salarisperioden lang telkens anders en daarmee niet structureel. Er is dus onvoldoende doorgevraagd naar bewijs van de hoogte van eventuele structurele inkomensbestanddelen

Concrete punten van kritiek van de AFM vanwege overkreditering

De boete is daarnaast gebaseerd op het feit dat er een te hoge lening is verstrekt dan op basis de ingewonnen informatie verantwoord was (tweede lid artikel 4:34 Wft). Soms was er simpelweg sprake van een rekenfout of zelfs een typefout, die leidde tot een te hoog krediet.

We benoemen hier niet alle overtredingen van de kredietregel in het boetebesluit van 52 pagina’s, maar beperken ons tot de meest opvallende oorzaken van overkreditering:

  • Reiskostenvergoedingen worden meegenomen als netto inkomen. Dat is volgens de VFN-gedragscode uitdrukkelijk uitgesloten
  • De minstverdienende van twee partners heeft nu nog recht op uitbetaling van de Inkomensafhankelijke Combinatiekorting (IACK; een heffingskorting), als die hoger is dan de te betalen belasting. Van deze IACK is echter al bekend dat deze niet meer zal worden uitbetaald vanaf 2023. Als een krediet na die tijd nog bestaat, is het daarom onverantwoord de uitgekeerde IACK wel mee te nemen in de vaststelling van het netto inkomen
  • De kosten van kinderopvang moeten als maandelijks terugkerende last in mindering worden gebracht op de leencapaciteit. Dat staat ook in artikel 5 van de VFN-gedragscode, maar dat had de kredietverstrekker niet gedaan
  • Een klant heeft zelf opgegeven dat sprake is van de gezinssituatie “gehuwd zonder kinderen”. Dat uitgangspunt is gebruikt om de leencapaciteit te bepalen. Op een rekeningafschrift van de klant staat echter “voorschot KIT/Kgb”. Dat staat voor “KinderToeslag/ Kindgebonden budget”. Er moet dus sprake zijn van een gezin met kinderen. Als dat als uitgangspunt was genomen, zou de leencapaciteit lager zijn dan de verstrekte lening. Er is dus sprake van overkreditering
  • De lasten van een DUO-lening (die ook niet is genoemd door de klant) worden niet meegenomen in de bepaling van de leencapaciteit. Uit een rekeningafschrift blijkt echter dat er wel degelijk een DUO-lening is
  • Bij inventarisatie van de financiële positie van de klant is vastgesteld dat hij recht heeft op huurtoeslag. Maar uit de door de klant aangeleverde gegevens blijkt dat de klant de toeslag niet krijgt, vermoedelijk omdat deze niet is aangevraagd. Er is dan ook ten onrechte uitgegaan van een te hoog inkomen, rekening houdend met die huurtoeslag

Hoogte van de boete

Overtredingen zijn ingedeeld in drie categorieën. Voor categorie 1 geldt een gefixeerd boetebedrag van € 10.000, dit bedrag staat in beginsel vast. Voor de andere categorieën is een basisbedrag vastgesteld. Dit basisbedrag kan de AFM verlagen of verhogen aan de hand van de boeterichtsnoeren die zijn opgenomen in het Boetebesluit.

 

Categorie

Basisbedrag

Minimumbedrag

Maximumbedrag

1.

€      10.000

€ 0

€      10.000

2.

€    500.000

€ 0

€ 1.000.000

3.

€ 2.500.000

€ 0

€ 5.000.000

 

In deze casus valt de boete onder categorie 3. De basisboete bedraagt €2.500.000, maar de AFM  heeft in deze zaak besloten de boete te verlagen naar € 1.125.000, omdat zij dit passend vonden in deze zaak. De reden om de boete te verlagen was dat de kredietverstrekker behulpzaam was bij het onderzoek van de AFM en omdat de kredietverstrekker inmiddels maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen.

 

Bij recidive verdubbelt de AFM de vastgestelde boete. Er is sprake van recidive op grond van de Wft als voor eenzelfde overtreding in de voorafgaande vijf jaar een bestuurlijke boete is opgelegd.  Daarnaast kan de AFM ook, bij bijzondere omstandigheden, een omzet gerelateerde boete opleggen. Dat kan alleen als de omzet gerelateerde boete meer is dan tweemaal het toepasselijk maximumbedrag, en dan alleen in categorie 3. De boete bedraagt maximaal 10% van de netto-omzet.

Onderdeel van het boetebesluit is publicatie daarvan. Een boete wordt in beginsel dus altijd gepubliceerd, tenzij dit in strijd is met het doel van de toezichtfunctie van de AFM.

Informatie

  • Hypothecair Krediet, Consumptief Krediet
  • EQF 5
  • Dinsdag 24 september 2019
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships