Raad van State kritisch over besluit uitvoering derde WW jaar

De Raad van State is kritisch over het besluit tot wijziging van het Besluit fondsen en spaarregelingen in verband met de introductie van het derde WW jaar. Het kabinet wil de arbeidsmarkt indelen in tien cao’s om afspraken over het derde WW jaar te maken, terwijl een cao bedoeld is voor een groep soortgelijke bedrijven, stelt de Raad van State. Bovendien zouden de afspraken voor iedereen gaan gelden en daarmee ten onrechte haast de status van wet krijgen. Het advies van de Raad van State over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit fondsen en spaarregelingen is op 22 september 2017 openbaar gemaakt. Het Besluit van 8 september 2017 tot aanpassing van het Besluit fondsen en spaarregelingen om private financiering van cao-aanvullingen na de WW en op de WGA uitkering mogelijk te maken in verband met de introductie van het derde WW jaar is op 22 september 2017 in de Staatscourant gepubliceerd. De WW werd in 2012 van ruim drie naar twee jaar teruggebracht. Werkgevers en werknemers spraken daarop af zelf voor een aanvullend derde jaar te zorgen en dat te regelen in cao’s. De premie die nodig is om de verlenging van de uitkering te betalen zou moeten worden afgedragen door werknemers. Het werkt als volgt. De werkgever houdt de bijdrage in op het brutoloon en draagt deze af aan Stichting PAWW. In geval van werkloosheid vraagt de werknemer de PAWW uitkering aan een maand voorafgaand aan de beëindiging van de wettelijke uitkering. Stichting PAWW verzorgt de uitkering aan rechthebbende. In het advies van de Raad van State over derde WW jaar is het volgende opgenomen: ‘De Afdeling advisering maakt kritische kanttekeningen bij de beoogde constructie van de verzamel-cao en de daarmee samenhangende indeling in tien sectoren. Volgens de toelichting is één nationale verzamel-cao niet mogelijk, omdat daarmee buiten het kader wordt getreden van de Wet op het verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten. Die wet stelt als eis dat de cao geldt voor ‘een bedrijfstak’.  De toelichting maakt niet duidelijk waarom een landelijk dekkend stelsel van tien verzamel-cao’s wél verenigbaar is met genoemde wet. De Afdeling advisering ziet inhoudelijk geen verschil tussen één nationale verzamel-cao en tien verzamel-cao’s met landelijke dekking.’

Informatie

  • De gewone werknemer, Sociale Zekerheid, Pensioen Algemeen
  • Maandag 27 november 2017