Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

“Regeling aanpak flitskrediet” mogelijk niet rechtsgeldig

Sinds 1 januari 2020 is de Regeling aanpak flitskrediet ingevoerd. Met deze regeling beoogt de minister om de maximale kredietvergoeding ook te laten gelden voor kredieten die worden aangeboden door aanbieders van kredieten buiten Nederland.

De AFM ziet toe op naleving. Als de AFM een overtreder op de vingers tikt, dan mogen ze een waarschuwing voor die aanbieder openbaar maken. Tegen die openbaarmaking stapt een buitenlandse kredietaanbieder naar de voorzieningenrechter. De uitspraak van deze rechter zet de Regeling aanpak flitskrediet mogelijk op losse schroeven.

Regeling aanpak flitskrediet

De maximale kredietvergoeding voor consumptieve kredieten is in Nederland wettelijk geregeld. Die is in principe de wettelijke rente (2%) + 12%. Via een eerder besluit is die maximale kredietvergoeding tijdelijk verlaagd naar 2% + 8%. Dit tijdelijke besluit duurt in elk geval tot 1 september 2021.

Deze maximale kredietvergoeding geldt voor alle Nederlandse aanbieders van kredieten met een AFM-vergunning. Ook voor kredietaanbieders van buiten de Europese Unie geldt dat zij een AFM-vergunning moeten hebben. Voor deze partijen geldt dat zij die vergunning alleen krijgen als ze zich ook aan de Nederlandse regel van de maximale kredietvergoeding houden.

Maar voor alle kredietaanbieders binnen de EU (en onder voorwaarden ook IJsland, Liechtenstein en Noorwegen als leden van de Europese Economische Ruimte) geldt dat ze op basis van een Europees paspoort geen AFM-vergunning nodig hebben. Zij konden vanuit een ander EU-land kredieten aanbieden met kredietvergoedingen die veel hoger liggen dan het Nederlandse maximum.

Via de Regeling aanpak flitskrediet van 1 januari 2020 wil de Minister dit voorkomen. In de regeling is opgenomen dat het maximum ook voor aanbieders geldt die opereren vanuit een ander EU-land dan Nederland.

De bedoeling was om hiermee Nederlandse consumenten te beschermen tegen exorbitante vergoedingen op flitskredieten (kredieten met een looptijd van minder dan 3 maanden). Het gaat daarbij niet zozeer om alleen de rente, maar vooral om allerlei bijkomende kosten, zoals de kosten voor borgstelling of ‘bemiddelingskosten’. Die horen immers ook bij de kredietvergoeding.

Zaak voor de voorzieningenrechter

Een aanbieder van flitskrediet uit een ander EU-land, werd door de AFM op de vingers getikt omdat de totale kredietvergoeding te hoog was. De AFM mag dan telkens een openbare waarschuwing geven. Tegen het besluit van de AFM om een openbare waarschuwing te publiceren, gaat de kredietverstrekker in beroep. De kredietverstrekker is van mening dat de Regeling aanpak flitskrediet in strijd is met het Europese recht op vrij verkeer.

De rechter stelt hierover dat een land eigen regels mag treffen, die het recht op ‘vrij verkeer’ van goederen en diensten beperkt. Maar dat mag alleen onder zeer strikte voorwaarden. De beperkingen mogen in principe niet leiden tot strengere wetgeving dan die geldt in de lidstaat waar de kredietverstrekker gevestigd is. Hiervan afwijken zou alleen mogen als er heel duidelijk en concreet maatregelen moeten worden genomen om consumenten te beschermen èn het duidelijk gaat om een specifieke dienst. Het mag dus geen ‘algemene’ regel zijn die in Nederland geldt, terwijl die niet in de lidstaat geldt waar de kredietverstrekker gevestigd is.

En de voorzieningenrechter twijfelt eraan of de Regeling aanpak flitskrediet wel aan alle artikelen van EU-Richtlijn van vrij verkeer voldoet. De rechter stelt dus niet dat de Regeling echt onrechtmatig is, maar twijfelt eraan. Bovendien zijn er procedures die niet helemaal gevolgd zijn.

Nederland had de lidstaat zelf eerst moeten verzoeken om maatregelen tegen deze aanbieder te treffen, maar heeft dat ten onrechte niet gedaan. En Nederland moet de Europese Commissie inlichten over de maatregel.

Kortom, door de onzekerheid of met de Regeling voldaan wordt aan alle voorwaarden van een uitzondering op de EU-regels omtrent vrij verkeer, ziet de voorzieningenrechter geen andere mogelijkheid dan het besluit van de AFM om een openbare waarschuwing te publiceren, te schorsen.

Bodemprocedure?

Juristen geven aan dat de Regeling aanpak flitskrediet hiermee nog niet automatisch helemaal aan waarde verloren heeft.

Allereerst kan Nederland, zodra de AFM constateert dat een aanbieder te hoge kredietvergoedingen hanteert, de lidstaat van herkomst vragen maatregelen te nemen. Ten tweede kan er een bodemprocedure gevoerd worden, om na te gaan of met de Regeling aanpak flitskrediet al dan niet sprake is van een te brede wetgevende beperking van het vrije verkeer van diensten in de EU. Dat is gewoon nog onzeker op dit moment.

Maar het betekent wel dat vooralsnog geen publicaties gedaan zullen worden van partijen die (te) hoge kredietvergoedingen in rekening brengen en daarvoor maatregelen opgelegd hebben gekregen van de AFM.

Informatie

  • Consumptief Krediet
  • EQF 5
  • Maandag 3 mei 2021
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships