Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Regulering tijdelijke verhuur

Op 6 oktober 2020 stemde de Eerste Kamer in met een wetsvoorstel voor aanpassing van de Huisvestingswet. Met de wetswijziging worden ongewenste effecten van toeristische verhuur tegengegaan. De wetswijziging heeft tot gevolg dat gemeenten een registratieplicht kunnen invoeren, eventueel naast een meldplicht of vergunningplicht.

Uitspraak Raad van State januari 2020

In januari 2020 oordeelde de Raad van State dat de gemeente Amsterdam geen boete kon opleggen aan een huiseigenaar die haar woning via Airbnb had verhuurd. De vrouw had geen vergunning voor tijdelijke verhuur. De Raad van State oordeelde dat verhuur zonder vergunning verboden is op grond van de Huisvestingswet. De gemeente had echter een boete opgelegd op grond van de huisvestingsverordening. En in die verordening stond dat tijdelijke verhuur onder omstandigheden zonder vergunning was toegestaan. Daarmee was de verordening zelf in strijd met de Huisvestingswet, waardoor de boete verviel.

Aanpassing Huisvestingswet

Op het moment dat de Raad van State deze uitspraak deed, lag er al een wetsvoorstel om de Huisvestingswet aan te passen. Mede op basis van de uitspraak, zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd in het wetsvoorstel.

Het definitieve wetsvoorstel is op 6 oktober 2020 door de Eerste Kamer goedgekeurd, nadat ook de Tweede Kamer al had ingestemd. De datum van inwerkingtreding is nog niet exact bekend. Het was de bedoeling dat dit 1 juli 2020 zou zijn, maar dat is dus niet gehaald.

Het wetsvoorstel heeft tot doel om ongewenste effecten van toeristische verhuur in te perken. Het aanbieden van woonruimte via platforms als Airbnb is op sommige plaatsen enigszins uit de hand gelopen. Deze grootschalige verhuur van woonruimte aan toeristen kan effecten hebben op onder meer de woningmarkt, de leefbaarheid, de veiligheid en het gelijke speelveld voor andere aanbieders van toeristische accommodatie. De overheid wil toeristische verhuur zeker niet verbieden, maar wel de ongewenste effecten wegnemen. Daarom krijgen gemeenten nu meer instrumenten om toeristische verhuur beter te reguleren.

Inhoudelijke wijzigingen

Met toeristische verhuur van woonruimte wordt bedoeld het tegen betaling in een woonruimte verblijf bieden aan personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de Basis Registratie Personen (BRP) zijn ingeschreven. De gewijzigde wetgeving heeft daarmee geen invloed op woningruil, huisbewaring of verhuur van recreatiewoningen.

Een gemeente kan via een verordening kiezen voor het reguleren van toeristische verhuur. Dat hoeft dus niet. Als de gemeente niet kiest voor regulering, dan gelden de landelijke regels: dat de verhuurder een vergunning moet hebben in het kader van de Huisvestingswet.

Als de gemeente wel reguleert via een verordening, dan krijgt deze gemeente de bevoegdheid om af te zien van een vergunningplicht.

De gemeente krijgt drie instrumenten:

Registratieplicht

De gemeente kan iedereen die tijdelijk zijn woning (koop of huur) aan toeristen wil verhuren verplichten om zich eerst te registreren. Dat moet wel gratis en laagdrempelig kunnen. De gemeente moet daarnaast goed onderbouwen waarom de registratie nodig is. Ook kan de registratieplicht gelden voor de hele gemeente, of juist alleen voor bepaalde gebieden of onder extra voorwaarden, zoals maximum aantal overnachtingen of personen.

De verhuurder krijgt na registratie een registratienummer. Als de verhuurder de woonruimte aanbiedt voor tijdelijke verhuur, moet altijd dit registratienummer vermeld worden. Dat moet dus op het digitale platform, maar ook als in een krant of ander papieren blad wordt geadverteerd.

Alleen als de gemeente een registratieplicht invoert, kan ze ook gebruik maken van de volgende twee instrumenten: de meld- of vergunningplicht.

Meldplicht

Als er een registratieplicht is, kan de gemeente de verhuurder verplichten te melden wanneer en hoe lang de woonruimte verhuurd wordt. Dat biedt de gemeente verschillende voordelen:

      • De gemeente weet precies hoeveel toeristenbelasting er geïnd kan worden
      • De gemeente kan controleren of een woonruimte niet te vaak verhuurd wordt. De gemeente kan immers een maximum aantal overnachtingen vastleggen

Vergunningplicht

Een gemeente kan ook een vergunningplicht invoeren. Dat kan in plaats van een meldplicht, of naast de meldplicht. Ook de vergunningplicht is alleen mogelijk als er ook een registratieplicht is. De vergunningplicht is bedoeld voor gevallen waarin (alleen) de registratie- en/of meldplicht onvoldoende soelaas biedt. Voor bepaalde vormen van toeristische verhuur kan een vergunningensysteem effectiever zijn en minder administratieve lasten tot gevolg hebben zoals bij B&B en short stay.

Met deze instrumenten krijgt de gemeente een scala aan mogelijkheden om toeristische verhuur zo te reguleren als in die plaats wenselijk. Dat kan zelfs van wijk tot wijk verschillen. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld bepalen dat iemand zijn woonruimte in het centrum gedurende maximaal 30 dagen per jaar mag verhuren, met een registratie- en meldplicht. En dat daarnaast in buitenwijken de hele winter een woonruimte mag worden verhuurd indien de verhuurder daarvoor een vergunning heeft (naast een registratie).

De gemeente kan ook harder optreden tegen overtreders van de regels: de boete kan oplopen tot € 83.000.

Gemeenten hebben na inwerkingtreding van de wetswijzigingen een jaar de tijd om aan alle nieuwe regels te voldoen. Tot die tijd geldt overgangsrecht.

Informatie

  • Hypothecair Krediet
  • EQF 5
  • Maandag 2 november 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships