Rente op bij vader afgesloten geldlening voor de eigen woning niet aftrekbaar

Op 22 september 2020 heeft Hof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan of via een herziene aangifte een dochter alsnog aanspraak kan maken op aftrek van de rente die zij aan haar vader heeft betaald op een lening die zij is aangegaan voor de aankoop van een eigen woning.

Belanghebbende heeft in 2014 een eigen woning gekocht. Ter financiering hiervan is zij een hypothecaire geldlening aangegaan bij een bank en een (aanvullende) geldlening bij haar vader.

Belanghebbende heeft in de aangifte inkomstenbelasting 2016 de aan haar vader betaalde rente niet in aftrek gebracht en niets vermeld over de leenovereenkomst met haar vader. De inspecteur heeft in mei 2017 overeenkomstig de aangifte de aanslag inkomstenbelasting opgelegd.

In april 2018 heeft belanghebbende een ‘herziene aangifte’ ingediend. Hierin heeft zij alsnog aanspraak gemaakt op aftrek van de aan haar vader betaalde rente en gegevens verstrekt over de lening.

In geschil is of belanghebbende recht heeft op aftrek van de aan haar vader betaalde rente.

Volgens de inspecteur kan belanghebbende de rente niet aftrekken, omdat zij niet voor het onherroepelijk worden van de aanslag de gegevens heeft verstrekt als bedoeld in artikel 3.119g Wet IB 2001.

Hof Arnhem-Leeuwarden overweegt dat uit artikel 3.119g Wet IB 2001 volgt dat de bedoelde gegevens dienen te worden verstrekt in de aangifte. Een eventueel verzuim van deze informatieplicht kan worden hersteld tot de aanslag onherroepelijk wordt. Belanghebbende heeft echter niet binnen de wettelijke bezwaartermijn van zes weken bezwaar aangetekend.

Het gelijk is derhalve aan de inspecteur.

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB
  • Dinsdag 6 oktober 2020