Saldomethode bij uitkeringen uit lijfrenten; saldoverklaring en bewijslast niet-afgetrokken bedragen

In lijfrenteland behoort de toepassing van de ‘saldomethode’ tot de standaard fiscale ‘rituelen’ als lijfrenteproducten tot uitkering komen, dus in de eerste plaats bij het tot uitkering komen van periodieke lijfrentetermijnen. Ook bij afkoop van zo’n oudedagsvoorziening kan de saldomethode een rol spelen. Kortom, de saldomethode neemt een prominente plaats in de dagelijkse lijfrentepraktijk in. In deze blog worden de belangrijkste vragen op dit terrein beantwoord.

Lijfrentetermijnen voortvloeiende uit en afkoopsommen van lijfrenteproducten waarvoor de betaalde bedragen aftrekbaar zijn/waren voor de heffing van inkomstenbelasting (box 1-lijfrenten), zijn in beginsel integraal belast in box 1. Dat is de hoofdregel. Als betaalde lijfrentebedragen, die in beginsel voor aftrek in aanmerking kwamen, niet zijn afgetrokken mag daarmee – onder voorwaarden en binnen bepaalde grenzen – bij de heffing over uitkeringen uit lijfrenten rekening worden gehouden. Dat betekent dat de lijfrentetermijnen en afkoopsommen pas in de belastingheffing worden betrokken indien en voor zover die uitkeringen het totaalbedrag van de niet-afgetrokken bedragen overtreffen. Oftewel, er vindt dan pas belastingheffing plaats vanaf de eerste euro die uitkomt boven het totaalbedrag van de niet-afgetrokken bedragen. Dit is de heffingssystematiek van de saldomethode.

De saldomethode kent begrenzingen. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt in twee perioden. Voor de aftrekbare bedragen die in de periode 2001 – 2009 zijn betaald op box 1-lijfrenten geldt dat, mits ze niet zijn afgetrokken, deze in beginsel onbeperkt in de saldomethode mogen worden meegenomen. Dat geldt ook voor alle vóór 2001 niet-afgetrokken lijfrentepremies. Met ingang van 1 januari 2010 geldt echter een beperkte saldomethode en mogen niet-afgetrokken bedragen alleen nog in de saldomethode worden meegenomen voor zover ze een bedrag van € 2.269 per jaar, per belastingplichtige niet te boven gaan. Dat bedrag geldt voor alle lijfrenteproducten van een belastingplichtige tezamen. Voor een op 13 september 1999 bestaande lijfrente-overeenkomst geldt genoemd bedrag per lijfrentecontract.

De saldomethode is een begunstigende regeling. Degene die een beroep op die regeling doet moet bewijzen dat hij de premies en/of inlegbedragen voor een box 1-lijfrente daadwerkelijk niet in mindering heeft gebracht in zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. Op verzoek kan de belastinginspecteur een saldoverklaring afgeven. Dat is een verklaring omtrent de bewezen niet-afgetrokken lijfrentebedragen die in de saldomethode kunnen worden meegenomen. Daartoe moet concrete informatie omtrent de niet-afgetrokken bedragen worden geleverd. Welke informatie dat is, lees je hierna.

Als bij de Belastingdienst een verzoek om afgifte van een saldoverklaring wordt gedaan, kan de Belastingdienst vragen om nadere gegevens. Zij kan in zekere mate ook behulpzaam zijn bij het te leveren bewijs. Op de website van de Belastingdienst is aangegeven over welke aangiftegegevens de Belastingdienst nog beschikt. Voor de jaren waarover geen gegevens meer voorhanden zijn, geldt dat je dan desgevraagd, in beginsel per jaar van niet-aftrek, afschriften van de oude aangiften en de bijbehorende aanslagen zult moeten overleggen. Vanzelfsprekend vormen kopieën van betaalbewijzen daarbij sluitend bewijsmateriaal. Zolang het bewijsmateriaal nog voorhanden is, zal de afgifte van een saldoverklaring geen problemen opleveren. Anders wordt het lastiger.

Periodieke uitkeringen en afkoopsommen van box 1-lijfrenten zijn onderworpen aan inhouding van loonbelasting (voorheffing op inkomstenbelasting). Voor de inhouding van loonbelasting moet worden bepaald of, en zo ja in hoeverre, deze voor de inkomstenbelasting belastbaar zijn. Daarbij kan de saldomethode dus aan de orde komen. Voor zover de saldomethode van toepassing is, is de belastbare (rente)component in een lijfrentetermijn onderworpen aan de heffing van loonbelasting. Dat geldt ook voor de belastbare rentecomponent in afkoopsommen van lijfrenten. De lijfrente-aanbieder houdt de loonbelasting in. Om bij de inhouding van loonbelasting alvast rekening te laten houden met niet-afgetrokken bedragen, moet je beschikken over een saldoverklaring.

Zo’n saldoverklaring moet dan tijdig worden afgegeven bij de uitkerende lijfrente-aanbieder. Tijdig betekent in dit verband: vóórdat er uitkering heeft plaatsgevonden. Als een uitkerende lijfrente-aanbieder tijdig beschikt over de saldoverklaring zal deze bij de inhouding van loonbelasting over de lijfrentetermijnen of afkoopsom in het algemeen rekening houden met de niet-afgetrokken bedragen die staan vermeld in de saldoverklaring.

Als een lijfrente-aanbieder bij de inhouding van loonbelasting over de periodieke lijfrentetermijnen of de afkoopsom geen rekening houdt met niet-afgetrokken bedragen, dan kun je daar zelf altijd nog rekening mee houden via de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, mits je natuurlijk beschikt over een saldoverklaring. Het deel van de uitkering dat niet belast is, hoef je dan niet als inkomen aan te geven in de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

De Wet inkomstenbelasting 2001 kent een fiscaal-vriendelijke afkoopregeling voor zogenoemde ‘kleine’ box 1 -lijfrenten. Deze regeling betreft een regeling voor nog niet-ingegane box 1-lijfrenten en houdt in dat als de afkoopwaarde van de lijfrente-aanspraak niet hoger is dan € 4.547 (bedrag 2021), geen revisierente is verschuldigd, maar alleen inkomstenbelasting. Ingeval de afkoopregeling voor kleine lijfrenten toepassing vindt, kan bij de belastingheffing over de afkoopsom eveneens rekening worden gehouden met bedragen die niet (geheel) als aftrekpost in aanmerking zijn genomen (saldomethode).

Voor de vaststelling of een lijfrente wat grootte betreft in aanmerking komt voor de afkoopregeling voor kleine lijfrenten moet worden uitgegaan van de totale (bruto) afkoopwaarde van de lijfrente op het fiscaal relevante tijdstip, in voorkomende gevallen aangevuld met de (bruto) afkoopwaarde van andere niet-ingegane lijfrenten bij dezelfde aanbieder (samentelregel). Bij de toets of de afkoopregeling voor kleine lijfrenten van toepassing is, is het dus niet van belang dat een deel van de afkoopsom mogelijk onbelast is omdat de premies dan wel de inlegbedragen niet volledig als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking zijn genomen!

Meer weten?
Wil je meer weten over de werking van de saldomethode, de aanvraag van een saldoverklaring en de bewijslast rond niet-afgetrokken lijfrentebedragen, schrijf je dan in voor onze online ‘Masterclass Lijfrenten in de praktijk: do’s & don’ts’ op 29 juni of op 11 november aanstaande. In circa 2 uur informeren wij je over de belangrijkste ins en outs. Zodat je helemaal up-to-date bent!

Op integratieve en praktische wijze wordt een verdieping gegeven aan dit onderwerp, waardoor je een nog betere gesprekspartner en adviseur wordt. Na het volgen van deze Masterclass ben je op de hoogte van de laatste fiscale ontwikkelingen op het gebied van lijfrenten en kun je veel voorkomende praktijkdossiers op dat terrein moeiteloos, snel en op efficiënte wijze afhandelen. Zodat je jouw klant optimaal kunt bedienen.

Permanente Educatie: al onze E-learning, Masterclasses, Workshops en Vaardigheidstrainingen zijn geaccrediteerd voor Permanente Educatie.

Informatie

  • Pensioen Algemeen, Fiscaal: Wet IB, Toekomstvoorzieningen
  • Dinsdag 11 mei 2021