Samenleving met een ander als waren zij gehuwd

Hof Amsterdam heeft op 26 november 2019 uitspraak gedaan of tussen een alimentatiegerechtigde en de nieuwe partner sprake is van een affectieve relatie van duurzame aard, die meebrengt dat zij elkaar wederzijds verzorgen, met elkaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Partijen zijn gescheiden. Rechtbank Amsterdam heeft op verzoek van de man bepaald dat de partneralimentatieverplichting van de man met ingang van 1 augustus 2016 is geëindigd. De vrouw is het hier niet mee eens.

 

Partijen verschillen van mening over de vraag of de vrouw is gaan samenleven met X als waren zij gehuwd of als hadden zij hun partnerschap laten registreren, als bedoeld in artikel 1:160 BW.

 

Volgens vaste rechtspraak is hiervan sprake indien tussen de alimentatiegerechtigde en de nieuwe partner sprake is van een affectieve relatie van duurzame aard, die meebrengt dat zij elkaar wederzijds verzorgen, met elkaar samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.

 

Volgens Hof Amsterdam heeft de man zijn stelling dat de vrouw en X met ingang van 1 augustus 2016 samenwonen in de woning van de vrouw voldoende onderbouwd met de door hem overgelegde berichten op sociale media in combinatie met de observaties die het door de man ingeschakelde recherchebureau heeft gedaan.

Het hof oordeelt dan ook dat de vrouw en X niet alleen samenwonen, maar dat zij elkaar ook wederzijds verzorgen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Het is derhalve terecht dat partneralimentatieverplichting van de man is geëindigd.

Informatie

  • Recht: Huwelijksvermogens- en erfrecht
  • Maandag 16 december 2019