Schenking tegen schuldigerkenning: schenkbelasting in jaar van schenking

Rechtbank Gelderland heeft op 15 januari 2020 (publicatie: 25 februari 2020) uitspraak gedaan op welk moment over een schenking in de vorm van een schuldigerkenning schenkbelasting is verschuldigd.

Belanghebbende ontvangt van haar oom bij notariële akte een schenking van € 50.000 in de vorm van een schuldigerkenning. In de notariële akte is onder meer bepaald dat de oom een rente van 6% is verschuldigd. Het schuldig erkende bedrag is te allen tijde aflosbaar, maar is pas opeisbaar wanneer een van de in de akte genoemde gebeurtenissen zich voordoet. In de akte is verder bepaald bij welke gebeurtenissen de oom de schenking mag herroepen. 

In geschil is of de schenkbelasting op het moment van schenking betaald dient te worden of op het moment dat belanghebbende het geschonken bedrag daadwerkelijk ontvangt. Volgens belanghebbende kan haar oom de schenking nog herroepen. Belanghebbende is derhalve van mening dat zij pas op het moment van de daadwerkelijke ontvangst van de schenking schenkbelasting is verschuldigd. 

Rechtbank Gelderland is van oordeel dat sprake is van een verkrijging onder ontbindende voorwaarde. Artikel 1 lid 9 SW bepaalt dat een gift onder opschortende voorwaarde geacht wordt tot stand te komen op het moment dat die voorwaarde wordt vervuld. Dat brengt volgens de rechtbank mee dat in de situatie van ontbindende voorwaarde de schenking onmiddellijk tot stand komt. De schenkbelasting is daarom verschuldigd op het moment van schenking.

Informatie

  • Fiscaal: Successiewet
  • Maandag 2 maart 2020