Ter zake van woning geen vergoedingsrecht voor vrouw

Hof Den Bosch heeft op 24 december 2019 uitspraak gedaan of na scheiding de vrouw een vergoedingsrecht toekomt ter zake van de echtelijke woning.

Partijen zijn in 2015 gescheiden. Zij waren in gemeenschap van goederen gehuwd. De echtelijke woning is privé-eigendom van de man omdat deze is gebouwd op een perceel dat de man voor het huwelijk heeft gekocht met geld dat aan hem is geschonken onder uitsluitingsclausule. Ter financiering van de woning zijn partijen gezamenlijk een hypotheek aangegaan. In juli 2017 is de vrouw ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze hypotheek.

 

In geschil is of de vrouw een vergoedingsrecht toekomt ter zake van de echtelijke woning.

 

Hof Den Bosch overweegt dat de uit de hypotheek beschikbaar gekomen middelen in de gemeenschap zijn gevloeid. Deze gemeenschapsmiddelen zijn aangewend ten behoeve van de woning. De gemeenschap heeft ter zake van die vermogens-verschuiving een vergoedingsrecht, althans op de man rust ter zake van die vermogensverschuiving een vergoedingsplicht.

 

Het hof oordeelt dat de man aan zijn verplichting tot vergoeding heeft voldaan, doordat hij heeft bewerkstelligd dat de hypotheek sinds 2017 niet meer op naam van de vrouw staat. Daardoor drukt de schuld, die geen huwelijkse schuld meer is, op geen enkele wijze meer op de vrouw dan wel de gemeenschap. Er is derhalve geen grond meer voor een vergoedingsrecht van de vrouw.

Informatie

  • Recht: Huwelijksvermogens- en erfrecht
  • Woensdag 8 januari 2020