Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW-regeling)

Op 17 maart 2020 heeft het kabinet een groot aantal maatregelen afgekondigd om de economische effecten van het Covid-19-virus (Coronavirus) zo veel mogelijk te verzachten. Een van deze maatregelen is de ‘Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid’ (NOW-regeling). 

In deze module wordt ingegaan op deze NOW-regeling. In een andere module wordt ingegaan op de ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo) en de ‘Tegemoetkoming voor ondernemers getroffen sectoren’ (Togs).

Via de NOW-regeling wordt een periode van substantiële omzetdaling overbrugd met een tegemoetkoming in de loonkosten. Werkgevers kunnen sinds 6 april 2020 bij het UWV een aanvraag voor deze tegemoetkoming in de loonkosten indienen. 

Voor de NOW-regeling gelden verschillende voorwaarden. Verder dienen werkgevers die een beroep doen op de NOW-regeling zich te realiseren dat er nog een afrekening komt.

Op 20 mei 2020 is door het kabinet het noodpakket 2.0 aangekondigd. Het kabinet heeft besloten de NOW te verlengen (de tweede NOW-tranche). De tweede NOW-tranche en de eventueel daaruit volgende aanpassingen voor de eerste NOW-tranche zijn beschreven in een appendix bij deze module.

1.0 Doel en voorwaarden noodmaatregel NOW-regeling

De ‘Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid’ (NOW-regeling) heeft ten doel om werkgevers die door de coronacrisis te maken hebben met een acute en zware terugval in de omzet via een subsidie (de NOW-subsidie) te ondersteunen bij het zoveel mogelijk in dienst houden van hun werknemers. 

De NOW-regeling is een subsidie in de vorm van een tegemoetkoming in de loonkosten over de 3-maandsperiode maart 2020 tot en met mei 2020.

De voorwaarden voor de NOW-regeling zijn:

  • Een omzetdaling van minimaal 20% over een periode van 3 maanden
  • De werkgever moet zijn medewerkers het reguliere salaris blijven doorbetalen
  • De werkgever mag tijdens de periode, dat er NOW-subsidie wordt ontvangen, geen aanvraag doen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen

Of een bedrijf beschikt over voldoende reserves is voor de NOW-regeling geen criterium. 

De NOW-regeling geldt voor alle werkgevers (met elke omvang) in Nederland. De regeling geldt ook voor niet-ondernemingen zoals kerken en ander maatschappelijke organisaties die werkgever zijn. Zij dienen dan wel te maken te hebben met een omzetdaling van ten minste 20% ten opzichte van de omzet die in 2019 is behaald op 3-maandsbasis. Relevant voor dergelijke organisaties is dat bijvoorbeeld ook subsidies en giften als element van de omzet worden beschouwd.

Parallel zijn voor Caribisch Nederland maatregelen uitgewerkt die passen bij de problematiek en lokale context van deze eilanden (zie externe links).

Sinds 6 april 2020 kunnen werkgevers bij het UWV een aanvraag voor de NOW-regeling indienen. De aanvraag kan eenmalig worden verlengd met nog eens 3 maanden (aan de verlenging kunnen nadere voorwaarden worden gesteld). 

Als het UWV positief op een aanvraag voor subsidie oordeelt, keert het UWV een voorschot van 80% uit. Dat gebeurt in drie termijnen. Het eerste deel van het voorschot wordt uitgekeerd binnen twee tot vier weken na de indiening van de aanvraag, al verwacht het UWV dat dit voor de meeste bedrijven sneller kan. 

Het verstrekte voorschot kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd, indien dit ten onrechte of voor een te hoog bedrag is verstrekt (zie hoofdstuk 6). 

De aanvraagperiode is van 6 april tot en met 31 mei 2020. De NOW-regeling loopt tot 1 juni 2020. Voor 1 juni 2020 wordt besloten of de regeling wordt verlengd.

Ga naar FinsourceOne voor het maken van een tussenopdracht

2.0 Het bepalen van het omzetverlies

De hoogte van de NOW-subsidie is afhankelijk van de (terugval in) omzet.

Voor de definitie van omzet wordt voor rechtspersonen aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht (artikel 377 lid 6 Boek 2 BW). Voor natuurlijke personen is dit de omzetbepaling die de basis is geweest voor de laatst vastgestelde aangifte inkomstenbelasting. 

De omzet moet minimaal 20% zijn gedaald. Het omzetverlies wordt bepaald door de omzet over 2019 te delen door vier. Deze omzet dient te worden vergeleken met de geschatte omzet van de maanden maart/april/mei 2020. 

Voor ondernemingen, die op 1 januari 2019 nog niet bestonden, wordt een andere berekeningswijze van de omzetdaling gehanteerd. Voor deze startende ondernemingen geldt dat de omzet in de 3-maandsperiode in 2020 naar rato wordt vergeleken met de omzet vanaf de kalendermaand dat de bedrijfsuitoefening is begonnen.

Het omzetverlies wordt uitgedrukt in hele procenten en wordt naar boven afgerond.

Voorbeeld

Een werkgever had een omzet in 2019 van gemiddeld € 80.000 (exclusief BTW) per maand, ofwel € 960.000 (exclusief BTW) over het gehele jaar. 

In de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 verwacht hij een omzet van gemiddeld € 50.000 (exclusief BTW) per maand, ofwel € 150.000 (exclusief BTW) over de gehele periode. 

In dit geval is de omzetdaling: 

((€ 960.000/4) -/- € 150.000)/(€ 960.000/4) = 0,375 = 38% (afgerond naar boven)

Als het omzetverlies pas later zichtbaar is, kan de omzetvergelijking ook één of twee maanden opschuiven, dus naar de periode april/mei/juni 2020 of de periode mei/juni/juli 2020. De werkgever kan de 3-maandsperiode (de meetperiode) zelf kiezen. Deze keuze kan achteraf echter niet meer worden gewijzigd. Achteraf wordt vastgesteld wat de werkelijke daling in de omzet over de meetperiode is geweest. 

Seizoenswerk

Het kabinet onderkent dat vanwege seizoenspatronen in de omzet of de loonkosten voor sommige sectoren of bedrijven de NOW-regeling weinig of geen soelaas biedt. Het probleem van seizoenswerk vraagt om maatwerk en een aparte regeling. Het kabinet zoekt hard naar een oplossing. 

In een aantal urgente gevallen - de sierteelt en de culturele sector, die op bijzondere wijze aan het seizoen gebonden zijn - blijkt het al mogelijk om specifieke maatregelen te treffen door aan te sluiten bij bestaande gegevens of subsidiestromen.

Toepassing van de NOW-regeling bij concerns

Indien er sprake is van een grotere samenstelling van rechtspersonen of natuurlijke personen, zoals een concern, is de omzetdaling van de gehele groep de basis van de NOW-subsidie. 

Voor concerns met Nederlandse en buitenlandse dochters geldt dat zij niet de omzetdaling moeten meetellen van de rechtspersonen in de groep die geen Nederlands SV-loon hebben. 

Achtergrond voor de keuze voor de toepassing van de NOW-regeling op concernniveau is dat op dat niveau de omzetdaling en de inzet van personeel in het gehele concern samenvalt. Onder het concern vallen immers alle entiteiten die omzet genereren en/of waar de werknemers in dienst zijn. Daarnaast kan hierdoor hier zoveel als mogelijk worden aangesloten bij de bestaande controleplicht in het jaarrekeningenrecht en worden de mogelijkheden tot strategisch gedrag tussen de entiteiten binnen het concern beperkt. 

Dit kan er echter toe leiden dat sommige werkmaatschappijen met een forse omzetdaling geen subsidie krijgen, omdat andere onderdelen van het concern wel goed blijven draaien. 

Daarom is het mogelijk dat enkel individuele werkmaatschappijen van een concern om subsidie voor hun loonkosten kunnen aanvragen op basis van de omzetdaling van de werkmaatschappij (in plaats van het concernniveau) als bij het concern sprake is van minder dan 20% omzetdaling. 

Voor deze mogelijkheid gelden de volgende voorwaarden:

  • De werkmaatschappij moet een eigen rechtspersoonlijkheid hebben
    Onderdelen van rechtspersonen, zoals een autonoom aan het economisch verkeer deelnemende onderdelen, vestiging of een business unit komen niet in aanmerking.
  • Geen dividend of bonussen uitkeren en geen eigen aandelen inkopen
    Concerns, waarvan de werkmaatschappij een beroep doet op de regeling, moeten verklaren over 2020 geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen terug te kopen tot aan en inclusief de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld.
  • Werkmaatschappijen moeten een overeenkomst met de betrokken vakbonden hebben over werkbehoud.
  • Er is geen personeels-bv binnen het concern. Concerns met personeel-bv’s moeten altijd uitgaan van omzetdaling op concernniveau.
  • Aanvullende accountantscontroles.

De accountant moet controleren dat binnen het concern niet wordt geschoven met omzet, personeel, interne doorbelastingen (transfer pricing) en voorraad gereed product, met als doel de NOW-subsidie te maximaliseren. In de nog uit te werken standaarden van accountants wordt dit nog nader gedefinieerd.

3.0 De berekening van de NOW-subsidie

De NOW-subsidie is afhankelijk van het omzetverlies en de hoogte van de loonsom SV maart/april/mei 2020. De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom maart/april/mei 2020 SV. 

De relatie tussen de omzetdaling en de hoogte van de NOW-subsidie werkt als volgt:

  • Indien 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de subsidie 90% van de loonsom maart/april/mei 2020 SV
  • Indien 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de subsidie 45% van de loonsom maart/april/mei 2020 SV
  • Indien 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de subsidie 22,5% van de loonsom maart/april/mei 2020 SV

De aanvullende lasten en kosten, zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag, worden ook gecompenseerd. Hiervoor wordt een toeslag van 30% gehanteerd. 

Er is een maximum aan het loon per werknemer van € 9.538 per maand (dit is maximaal twee keer het maximumdagloon per maand per individuele werknemer omgerekend naar de 3-maandsperiode). 

De hoogte van de NOW-subsidie is de uitkomst van: 

%geschatte omzetdaling x loonsom SV maart/april/mei 2020 x 3 x (100% + 30% toeslag) x 90%

Sommige werkgevers doen geen loonaangifte per maand, maar per vier weken. In dat geval wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%. 

Omdat de NOW-subsidie een tegemoetkoming is in de loonkosten van de periode maart 2020 tot en met mei 2020, geldt dit loonsomtijdvak voor alle aanvragen. Dus ook wanneer de periode van omzetdaling wordt berekend over de 3-maandsperiode die start op 1 april 2020 of 1 mei 2020 en doorloopt tot en met respectievelijk 30 juni of 31 juli 2020, geldt dat de subsidie ontvangen wordt voor de loonkosten van de werkgever in de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020.

Ga naar FinsourceOne voor het maken van een tussenopdracht

4.0 Welke (arbeids)contractvormen komen in aanmerking

De NOW-subsidie is een tegemoetkoming voor de loonkosten van de werknemers die in dienst zijn bij een werkgever en die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Werkenden met een zogenoemde fictieve dienstbetrekking vallen ook onder de NOW-regeling. Iedereen voor wie dus loonaangifte wordt gedaan en verzekerd is voor de WW, ZW of WIA valt onder de loonsom waarvoor NOW-subsidie ontvangen kan worden.

Ook het salaris van flexwerkers wordt gecompenseerd, er is geen onderscheid naar contractvorm. Dus ook werknemers met een nulurencontract vallen onder de regeling.

Voor arbeidskrachten die aan het werk zijn via een payrollbedrijf kunnen de payrollwerkgevers, als zij aan de voorwaarden voldoen, via de NOW-regeling een tegemoetkoming aanvragen en worden gecompenseerd voor de loonkosten van de mensen die bij hen in dienst zijn. Voor payrollwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor andere werkgevers, waaronder een omzetverlies van ten minste 20%.

De DGA

Het loon van een DGA kan meestal niet worden meegenomen in de loonsom voor de berekening van de NOW-subsidie. De meeste DGA’s zijn namelijk niet verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW en WIA). Zij betalen ook geen sociale premies over hun loon. Alleen loon waarover sociale premies worden betaald, telt mee voor de NOW-regeling.

Er zijn echter situaties waarin de DGA wel verplicht is verzekerd. Denk aan de situatie dat de DGA niet genoeg aandelen heeft om over zijn eigen ontslag te kunnen beslissen. Over zijn loon worden dan wel sociale premies afgedragen. In dat geval wordt zijn loon wel meegenomen in de aanvraag voor de NOW-subsidie.

5.0 De aanvraag van de NOW-subsidie

Voor de loonsom, die dient als basis voor de aanvraag van de NOW-subsidie, wordt van het sociale verzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen over de maand januari 2020 uitgegaan. Als er over januari 2020 geen loongegevens zijn, wordt uitgegaan van november 2019. Als er ook geen gegevens zijn over dit tijdvak, kan er geen NOW-subsidie worden toegekend. 

Sommige werkgevers doen geen loonaangifte per maand, maar per vier weken. In dat geval wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%.

De aanvraag voor de NOW-subsidie is de uitkomst van: 

%geschatte omzetdaling x loonsom SV januari 2020 x 3 x (100% + 30% toeslag) x 90%

Van dit bedrag ontvangt de werkgever een voorschot van 80%.

Voorbeeld (vervolg)

Een werkgever had in 2019 een omzet van € 960.000 (exclusief BTW). Zijn schatting van de omzet (exclusief BTW) voor de maanden maart 2020 tot en met juli 2020 is:

 
Maart 2020  € 60.000
April 2020 € 45.000
Mei 2020€ 45.000
Juni 2020€ 50.000
Juli 2020  € 65.000

       

De geschatte omzetdaling over de verschillende 3-maandsperiodes is afgerond op hele procenten naar boven:

 
Maart/april/mei 202038%
April/mei/juni 2020  42%
Mei/juni/juli 2020 34%

                      

De optimale 3-maandsperiode is dus april/mei/juni 2020. Het is voor de werkgever dus financieel het meest voordelig om deze 3-maandsperiode als meetperiode voor zijn aanvraag voor de NOW-subsidie te kiezen. Hij mag uiteraard ook een van de andere 3-maandsperiodes kiezen. De tegemoetkoming in de loonkosten zal dan echter lager zijn.

Wanneer het SV-loon over de maand januari 2020 voor deze werkgever € 80.000 bedraagt en wanneer er bij hem geen werknemers met een hoger loon dan € 9.538 per maand in dienst zijn, is de berekening van de te aan te vragen NOW-subsidie:

 
Schatting omzetdaling:42%
Loonsom:€ 80.000
Drie maanden:3
Toeslag: 30%
Maximum:90%
Aanvraag NOW-subsidie:42% x € 80.000 x 3 x 130% x 90% = € 117.936


Van dit aangevraagde bedrag krijgt de werkgever een voorschot van 80%. Dit is derhalve een voorschot van € 94.349.

6.0 De eindafrekening van de NOW-subsidie

De werkgever vraagt binnen 24 weken na afloop van de gekozen 3-maandsperiode de vaststelling van de subsidie aan door middel van een door de minister vastgesteld formulier. Vervolgens zal op basis van door de werkgever bij deze aanvraag aan te leveren definitieve gegevens over de omzetdaling vastgesteld worden hoe groot de daadwerkelijke omzetdaling is geweest en of hij aan alle aan de werkgever opgelegde verplichtingen in het kader van de NOW-regeling heeft voldaan. Hiervoor is een accountantsverklaring vereist. 

Het streven is om binnen vier weken na publicatie van de regeling duidelijkheid te geven over de ondergrens waarbij een accountantsverklaring niet is vereist en indien een accountantsverklaring is vereist wat voor soort accountantsverklaring dat is. Zo is het mogelijk om bijvoorbeeld voor kleine subsidiebedragen, of voor ondernemingen met een hele kleine loonsom, geen accountantsverklaring te eisen, als op een andere wijze het omzetverlies voldoende aannemelijk is gemaakt of op andere wijze de controle heeft plaatsgevonden.

Binnen 52 weken na ontvangst van de aanvraag voor de definitieve vaststelling van de NOW-subsidie wordt de definitieve subsidie vastgesteld en vindt de eindafrekening plaats. 

De eindafrekening wordt bepaald door twee factoren:

  • De daadwerkelijk gerealiseerde omzetdaling in de gekozen meetperiode
  • De daadwerkelijke loonsom SV over de maanden maart/april/mei 2020
Voorbeeld (vervolg)

Wanneer voor de werkgever uit het voorbeeld in hoofdstuk 5 de daadwerkelijk gerealiseerde omzetdaling niet afwijkt van de geschatte omzetdaling en wanneer bovendien de daadwerkelijke loonsom SV over de maanden maart/april/mei 2020 niet afwijkt van driemaal de loonsom SV over de maand januari 2020, wordt de NOW-subsidie vastgesteld op € 117.936 en ontvangt deze werkgever dus nog een nabetaling van 20% zijnde € 23.587. 

Een afwijking van de omzetdaling over de gekozen meetperiode en/of de daadwerkelijke loonsom SV over de maanden maart/april/mei 2020 kan echter tot een (aangepaste) nabetaling op dan wel tot een terugvordering van het uitbetaalde voorschot leiden.

Afwijking daadwerkelijk gerealiseerde omzetdaling ten opzichte van schatting

De definitieve uitkering is de uitkomst van:

%daadwerkelijke omzetdaling x loonsom SV januari 2020 x 3 x (100% + 30% toeslag) x 90%

Op basis van het hiervoor gehanteerde voorbeeld zal worden aangeven wat de gevolgen zijn van een afwijking van de daadwerkelijk gerealiseerde omzetdaling ten opzichte van de geschatte omzetdaling. Hierbij wordt er van uitgegaan dat de daadwerkelijke loonsom SV over de maanden maart/april/mei 2020 niet afwijkt van de loonsom SV over januari 2020.

Voorbeeld (vervolg)

De werkgever in het voorbeeld heeft gekozen voor de meetperiode april/mei/juni 2020 met een geschatte omzetdaling van 42%.

Wanneer de omzetdaling echter 50% blijkt te zijn, wordt de eindafrekening als volgt:

 
Aangevraagde NOW-subsidie € 117.936

Bij: correctie i.v.m. hoger omzetverlies:
50% -/- 42%) x € 80.000 x 3 x 130% x 90% 

€   22.464
Definitieve NOW-subsidie € 140.400
Af: uitbetaald voorschot €   94.349
Nog te ontvangen  €   46.051

                                                                     

Wanneer de omzetdaling echter maar 32% blijkt te zijn, wordt de eindafrekening als volgt:

 
Aangevraagde NOW-subsidie  € 117.936

Af: correctie i.v.m. lager omzetverlies:
32% -/- 42%) x € 80.000 x 3 x 130% x 90%

€   28.080
Definitieve NOW-subsidie €   89.856
Af: uitbetaald voorschot €   94.439
Terug te betalen€      4.493

                                                                                       

Wanneer de daadwerkelijke omzetdaling 80% is van de geschatte omzetdaling, zal er geen sprake zijn van een terug te betalen of van een nog te ontvangen bedrag. In dit voorbeeld is dat het geval bij een daadwerkelijke omzetdaling van 33,6% (80% x 42%).

De eindafrekening is dan:

 
Aangevraagde NOW-subsidie€ 117.936

Af: correctie i.v.m. lagere loonsom SV:
(3 x € 80.000 -/- € 219.840) x 130% x 90% 

€   23.587
Definitieve NOW-subsidie€   94.349
Af: uitbetaald voorschot €   94.349
Terug te betalen/nog te ontvangen  €             0

       

Afwijking daadwerkelijke loonsom SV over de maanden maart/april/mei 2020

Er wordt door de overheid verwacht dat de werkgever zich inspant om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat de werkgever zich zoveel mogelijk moet inspannen werkgelegenheid te behouden door de dienstverbanden van de werknemers voort te zetten en de lonen door te betalen. 

Een daling van de loonsom heeft gevolgen voor de hoogte van de uiteindelijke NOW-subsidie waar de werkgever aanspraak op kan maken. Als de werkgever minder betaalt, daalt de loonsom over de maanden maart/april/mei 2020 en wordt de subsidie lager vastgesteld. Dit kan leiden tot een terugvordering.

Een hogere loonsom in de maanden maart/april/mei 2020 leidt niet tot een hogere vaststelling van de NOW-subsidie.

De correctie van de NOW-subsidie wordt als volgt berekend:

(3 x SV loonsom januari 2020 -/- SV loon maart/april/mei 2020) x (100% + 30% toeslag) * 90%

Sommige werkgevers doen geen loonaangifte per maand, maar per vier weken. In dat geval wordt het loon over vier weken omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%.

Voorbeeld (vervolg)

In het voorbeeld is de loonsom SV over januari 2020 een bedrag van € 80.000.

Wanneer de loonsom SV over de maanden maart/april/mei/ 2020 echter maar
€ 200.000 blijkt te zijn, wordt de eindafrekening als volgt:

 
Aangevraagde NOW-subsidie € 117.936

Af: correctie i.v.m. lagere loonsom SV:
(3 x € 80.000 -/- € 200.000) x 130% x 90%

€   46.800
Definitieve NOW-subsidie

€   71.136

Af: uitbetaald voorschot €   94.349
Terug te betalen €   23.213

                                                                           

Wanneer de loonsom SV over de maanden maart/april/mei/ 2020 maar € 225.000 blijkt te zijn, wordt de eindafrekening als volgt:

 
Aangevraagde NOW-subsidie  € 117.936

Af: correctie i.v.m. lagere loonsom SV:
(3 x € 80.000 -/- € 225.000) x 130% x 90%

€   17.550
Definitieve NOW-subsidie€ 100.386
Af: uitbetaald voorschot€   94.349
Nog te ontvangen€     6.037

 

Wanneer de daadwerkelijke afwijking van de loonsom SV over de maanden maart/april/mei/ 2020 20% is van de omzetdaling, zal er geen sprake zijn van een terug te betalen of van een nog te ontvangen bedrag. 

In het voorbeeld is dat het geval bij een daadwerkelijke loonsomdaling over de maanden maart/april/mei/ 2020 van 8,4% (20%* 42%). De loonsom SV bedraagt dan
€ 219.840. De eindafrekening is dan:

 
Aangevraagde NOW-subsidie   € 117.936

Af: correctie i.v.m. lagere loonsom SV:
(3 x € 80.000 -/- € 219.840) x 130% x 90% 

€   23.587
Definitieve NOW-subsidie€   94.349
Af: uitbetaald voorschot €   94.349
Terug te betalen/nog te ontvangen€             0

                                                   

Wanneer de daadwerkelijke afwijking van de loonsom SV over de maanden maart/april/mei/ 2020 gelijk is aan de omzetdaling, zal er geen recht zijn op een NOW-subsidie. Het voorschot moet dan geheel worden terugbetaald. 

In dit voorbeeld is dat het geval bij een daadwerkelijke loonsomdaling over de maanden maart/april/mei/ 2020 van 42%. De loonsom SV bedraagt dan € 139.200. De eindafrekening is dan:

 
Aangevraagde NOW-subsidie € 117.936

Af: correctie i.v.m. lagere loonsom SV:
(3 x € 80.000 -/- € 139.200) x 130% x 90%

 € 117.936
Definitieve NOW-subsidie€             0
Af: uitbetaald voorschot  €   93.349
Terug te betalen  €   93.349

 

Opgemerkt dient te worden dat in deze berekeningen de daadwerkelijk gerealiseerde omzetdaling over de maanden april/mei/juni 2020 niet afwijkt van de schatting van de omzetdaling voor deze maanden.

Ga naar FinsourceOne voor het maken van een tussenopdracht

7.0 De NOW-regeling en ontslag om bedrijfseconomische redenen

Doelstelling van de NOW-regeling (en andere noodmaatregelen) is dat ontslag zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Vraagt een bedrijf vanaf 1 april 2020 toch ontslag om bedrijfseconomische redenen aan (in plaats van een beroep op de NOW-regeling te doen), zal de werkgever bij die ontslagaanvraag gemotiveerd aannemelijk moeten maken dat ontslag niet kan worden voorkomen door een beroep op de NOW-regeling.

Het UWV neemt ontslagaanvragen om bedrijfseconomische redenen wel in behandeling. Bij dergelijke ontslagaanvragen geldt het reguliere toetsingskader voor ontslag, zoals neergelegd in Boek 7 BW en de Ontslagregeling. In de ontslagprocedure moet de werkgever wel kunnen onderbouwen waarom de NOW-regeling geen of onvoldoende soelaas biedt en waarom (ondanks de al dan niet aangevraagde) NOW-regeling, ontslag toch noodzakelijk is. Als de werkgever dit niet voldoende aannemelijk kan maken wijst het UWV de ontslagaanvraag af. 

Als een werkgever een beroep doet op de NOW-regeling en alsnog ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aanvraagt, kan dat een korting op de NOW-subsidie van 150% van de loonsom van de betrokken werknemers betekenen.

8.0 Appendix naar aanleiding van het Noodpakket 2.0 (stand per 8 juni 2020)

Tweede tranche Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (tweede NOW-tranche)

Algemeen

Op 20 mei 2020 is door het kabinet het noodpakket 2.0 aangekondigd. Het kabinet heeft hierin besloten de NOW met vier maanden te verlengen. Deze tweede NOW-tranche wordt opengesteld per 6 juli 2020.

Systematiek tweede NOW-tranche

Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen bij het UWV een tegemoetkoming voor over de periode juni, juli en augustus 2020 aanvragen ter hoogte van maximaal 90% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies. 

De omzetdaling wordt vastgesteld over een viermaandsperiode die start op 1 juni, 1 juli, 1 augustus of 1 september 2020, waarbij voor aanvragers die ook een beroep hebben gedaan op de eerste NOW-tranche de omzetperiode moet aansluiten op de periode gekozen in deze eerste NOW-tranche. De referentiemaand voor de loonsom is voor de tweede NOW-tranche niet januari 2020 maar maart 2020 (peildatum 15 mei 2020). 

Het kabinet verhoogt de forfaitaire opslag voor aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag van 30% naar 40%.

De tweede NOW-tranche volgt verder de systematiek van de eerste tranche.

De maximale uitkering in de tweede NOW-tranche is daarmee de uitkomst van:

%geschatte omzetdaling x loonsom maart 2020 x 4 x (100% + 40% toeslag) x 90% 

Op basis van de aanvraag verstrekt het UWV wederom een voorschot van de tegemoetkoming (80% van het bedrag) aan de werkgever. Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke omzetverlies is geweest en of sprake is van een daling van de loonsom over de maanden juni, juli, augustus en september 2020. Ook voor de tweede NOW-tranche geldt dat subsidies die ondernemers in het kader van de coronacrisis ontvangen als omzet meetellen.

De korting bij aanvragen van bedrijfseconomisch ontslag

Het kabinet heeft besloten dat de hoogte van de correctie op de loonsom als gevolg van bedrijfseconomisch ontslag zal worden aangepast voor de tweede NOW-tranche. Bij de afrekening wordt de NOW-subsidie voor ontslagaanvragen om bedrijfseconomische redenen niet langer voor 150% gecorrigeerd maar voor 100% van de loonsom van de werknemers, waarvoor ontslag is aangevraagd. Daarnaast wordt er in de NOW een extra bepaling opgenomen om misbruik bij bedrijfseconomisch ontslag tegen te gaan. Bij grotere ontslagaanvragen in het kader van de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO, ontslag om bedrijfseconomische redenen voor 20 of meer werknemers) zal een korting van 5% van de uiteindelijke NOW-subsidie worden opgelegd, tenzij er een akkoord over de ontslagaanvraag is bereikt tussen de werkgever en de belanghebbende vakbonden (of bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers), of, indien dat niet het geval is, er door deze partijen om mediation is gevraagd bij een bij de Stichting van de Arbeid in te richten commissie. 

In de tweede NOW-tranche gaat het om ontslagaanvragen die in de periode 1 juni tot en met 30 september 2020 worden ingediend. De huidige ontslagbescherming blijft hierbij bestaan (zie externe bronnen).

Geen dividend- en bonusuitkeringen en inkoop eigen aandelen

In de tweede NOW-tranche is als aanvullende voorwaarde opgenomen dat bedrijven die gebruikmaken van de tweede NOW-tranche  in 2020 en 2021 geen dividend of bonussen mogen uitkeren en geen eigen aandelen mogen inkopen. Dit moet bij aanvang worden verklaard. Deze voorwaarde ziet niet op dividend, bonussen en aandelen over 2019, aangezien de beslissingen daarover al genomen zijn.

Het niet-uitkeren van bonussen ziet op bonussen bestemd voor het bestuur en de directie. Het verbod ziet niet op bonussen voor het overige personeel dat in het bedrijf werkzaam is en dat mogelijk variabel wordt beloond via bonussen.

Het verbod op bonussen betekent voor DGA’s/bestuurders en andere directieleden dat zij mogelijk slechts hun basisvergoeding ontvangen of hun gebruikelijk loon. Onder bonussen worden zowel winstdelingen als andere bonusbetalingen verstaan. 

Om ervoor te zorgen dat deze verplichting proportioneel en controleerbaar is, zal geregeld worden dat de verplichting alleen geldt voor bedrijven die een subsidiebedrag ontvangen waarvoor een accountantsverklaring vereist is (zie hierna).

Accountantsverklaring

Een accountantsverklaring wordt verplicht gesteld voor bedrijven die een voorschot (80% van het verleende subsidiebedrag) hebben ontvangen van € 100.000 of meer.

Om te voorkomen dat een aanvrager een laag voorschot krijgt, maar bij vaststelling toch een subsidie ontvangt die (veel) hoger is dan € 125.000, zonder dat daarbij een accountantsverklaring hoeft te worden overlegd, wordt ook bij een vast te stellen subsidie van € 125.000 of meer een accountantsverklaring vereist.

Bij de genoemde bedragen wordt telkens uitgegaan van het subsidiebedrag dat wordt toegekend aan het concern, of als er geen concern is, de rechtspersoon of natuurlijke persoon, en niet de verstrekte subsidie per loonheffingennummer.

Scholing

Een andere aanvullende voorwaarde, die in de tweede NOW-tranche wordt opgenomen, is een inspanningsverplichting voor werkgevers om hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen. 

Werkgevers kunnen werknemers hierin stimuleren door bijvoorbeeld (vrijvallende) tijd beschikbaar te stellen en middelen te verschaffen via bijvoorbeeld een O&O- fonds. De scholing zelf is geen onderdeel van de NOW, de inspanningsverplichting van de werkgever is dat – als flankerend beleid – wel. Werknemers worden hierdoor in staat gesteld gemakkelijker te kunnen anticiperen op de veranderde arbeidsmarkt.

Ter ondersteuning komt het kabinet met een flankerend crisispakket ‘NL leert door’. Dit crisispakket is aanvullend op de grote investeringen die sociale partners en het bedrijfsleven nu doen om de werkgelegenheid zo goed mogelijk te behouden. Met hen zullen afspraken worden gemaakt om ervoor te zorgen dat dit crisispakket terecht komt waar dit nu het hardste nodig is. Het crisispakket ‘NL leert door’ wordt nog verder uitgewerkt. Het pakket bestaat uit ontwikkeladviezen en online-scholing, met een focus op arbeidsmarktrelevante loopbaanstappen.

Seizoensbedrijven

Dat bij de tweede NOW-tranche wordt gekozen voor de maand maart 2020 (peildatum 15 mei 2020) als referentiemaand voor de loonsom, kan al een uitkomst bieden voor seizoensbedrijven die tussen januari en maart 2020 hebben opgeschaald. Als zij in maart 2020 een hogere loonsom hadden dan in januari, 2020 zal deze aanpassing voor de tweede NOW-tranche tot een hogere subsidie leiden. 

Om seizoensbedrijven verder tegemoet te komen, is besloten om een aanpassing te maken in de eerste NOW-tranche. De aanpassing is een extra compensatie voor werkgevers die vanwege een seizoenspatroon of andere redenen een te lage, niet-representatieve loonsom in januari 2020 hadden ten opzichte van de subsidieperiode maart tot en met mei 2020. De aanpassing wordt automatisch bij de subsidievaststelling toegepast bij aanvragers voor wie dit voordelig uitpakt. 

De aanpassing werkt als volgt: indien de loonsom van maart tot en met mei 2020 hoger is dan de loonsom van driemaal januari 2020 wordt de loonsom van maart tot en met mei 2020 als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidiehoogte bij vaststelling. De loonsommen van april en mei 2020 worden vervolgens gemaximeerd op de loonsom van maart 2020 (peildatum 15 mei 2020). Hiermee gaat het totale subsidiebedrag voor de werkgever omhoog. De aanpassing leidt enkel tot aanvullende compensatie bij subsidievaststelling, de bevoorschottingssystematiek van de NOW wordt niet aangepast.

De aanvullende tegemoetkoming zal na afloop van de subsidieperiode, maar niet eerder dan september 2020, tot een uitbetaling leiden.

De nieuwe rekenmethode geldt automatisch voor alle werkgevers met een hogere gemiddelde loonsom in de periode maart tot en met mei 2020 dan tijdens de maand januari 2020 (inclusief maximering).

Definitieve vaststelling eerste NOW-tranche

Om overlap van het aanvraag- en vaststellingsproces te voorkomen, kan de definitieve vaststelling van de eerste NOW-tranche (maart, april, mei 2020) worden aangevraagd vanaf 7 oktober 2020. Tot en met 30 september 2020 hebben werkgevers immers de mogelijkheid een aanvraag voor de tweede NOW-tranche te doen. De vaststellingstermijnen in de eerste NOW-tranche, zullen hierop worden aangepast. De datum 7 oktober 2020 geldt voor werkgevers die alleen een aanvraag voor de eerste NOW-tranche hebben ingediend. Indien er voor beide NOW-tranches, of alleen de tweede NOW-tranche een aanvraag is ingediend, kan definitieve vaststelling niet eerder dan na afloop van het tweede tijdvak aangevraagd worden. Een datum daarvoor wordt later bekend gemaakt.

Informatie

  • Diversen
  • 1 uur
  • EQF 7
  • 1 PE punt(en)
  • Dinsdag 12 mei 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Premium PE Online artikelen zijn voor Members Life Event Advisor

Wil je deze PE artikelen ook lezen?
Word dan Member!

Bekijk Memberships