Tot hotel verbouwd pand is geen woning meer voor de overdrachtsbelasting

Op 17 september 2020 2020 heeft Hof Den Bosch uitspraak gedaan of een pand dat is gebouwd en ontworpen als woning en later is verbouwd tot hotel-restaurant, in de zin van de overdrachtsbelasting een woning (2% overdrachtsbelasting) of een niet-woning (6% overdrachtsbelasting) is.

Belanghebbende koopt een pand, dat tot 1936 als woning is gebruikt. In 1956 is het pand verbouwd tot hotel-restaurant. Op het moment dat belanghebbende het pand koopt zijn er twee restaurants en vijf kamers bestemd voor Bed & Breakfast. Een deel van de bovenverdieping is in gebruik als woning. De WOZ-beschikking omschrijft het pand als ‘niet-woning deels in gebruik als woning’ en het Kadaster hanteert de omschrijving ‘bedrijvigheid (industrie)’.

Het deel dat in gebruik is als woning, is door de inspecteur aangemerkt als woning in de zin van artikel 14 lid 2 Wet BRV, waardoor het tarief van 2% van toepassing is. Volgens belanghebbende is echter het volledige pand een woning.

Hof Den Bosch oordeelt dat door de verbouwing het pand geen woning meer is, maar bestemd is om dienst te doen als hotel-restaurant. Er zijn volgens het hof meer dan beperkte aanpassingen nodig om het volledige pand weer geschikt te maken voor bewoning. De gemeentelijke bestemming wijst er eveneens op dat het pand de aard van woning verloren heeft. Het hof is verder van oordeel is dat het beroep van belanghebbende op het begrip ‘in wezen nieuwbouw’ hier niet toegepast kan worden.

Het gelijk is aan de inspecteur.

Informatie

  • Fiscaal: Overig
  • Maandag 28 september 2020