Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Tuinhuisje-Arrest Hoge Raad

Een zaak die veel stof deed opwaaien, was de zaak van het Tuinhuisje dat via Airbnb tijdelijk werd verhuurd. Uiteindelijk is er geprocedeerd tot aan de Hoge Raad, die vrijdag 18 september 2020 haar eindoordeel velde.

Via dit medium hebben wij u al eerder over deze zaak geïnformeerd. We herhalen dan ook niet alle aspecten uit deze casus, maar schetsen slechts de hoofdlijnen. Hier behandelen wij de fiscale behandeling van tijdelijke verhuur van een deel van de eigen woning. Via de externe links kunt u nalezen welke andere verhuursituaties op welke manier belast zijn.

De casus

Een eigenaar verhuurt een tuinhuisje tijdelijk via Airbnb. Het tuinhuisje is een aanhorigheid bij de eigen woning en valt dus in box 1. De eigenaar geeft de huurinkomsten niet op, omdat zij van mening is dat die niet belast zijn. De inspecteur is het daar niet mee eens, en belast de huurinkomsten op grond van artikel 3.113 Wet IB2001 (tijdelijke verhuur). Dit artikel houdt in dat 70% van de netto huurinkomsten bij het belastbaar inkomen in box 1 moeten worden opgeteld.

De huiseigenaar is het daar niet mee eens: zij stelt dat dit artikel alleen geldt als de gehele woning tijdelijk wordt verhuurd. Het zou dus niet gelden voor gedeeltelijke tijdelijke verhuur.

Rechtbank en Gerechtshof

Zowel de rechtbank als het Gerechtshof geven de vrouw gelijk. Zij stellen dat de huurinkomsten niet belast zijn. Het Hof oordeelde echter wel dat het tuinhuisje in de periode van tijdelijke verhuur dan in box 3 valt.

De Staatssecretaris van Financiën gaat in cassatie tegen de Hofuitspraak.

Arrest Hoge Raad

Hoewel de tekst van artikel 3.113 voor meerderlei uitleg vatbaar lijkt, oordeelt de Hoge Raad anders. Zij doet de zaak zelf af. De Hoge Raad volgt in haar Arrest de conclusie van de Advocaat-Generaal van mei 2020. Die conclusie is dat de wetgever, gezien de parlementaire geschiedenis, heeft beoogd om tijdelijke verhuur van een hele woning dan wel een gedeelte daarvan gelijk te trekken.

Bij tijdelijke verhuur van een gehele eigen woning geldt de bijtelling van 70% van de huurinkomsten. Dit geldt dus ook voor tijdelijke verhuur van een deel van de eigen woning. Het gelijk is aan de belastinginspecteur. De uitspraken van de rechtbank en het Gerechtshof worden vernietigd.

Impact tijdelijke verhuur via verhuurplatforms

Het was al duidelijk dat tijdelijke verhuur van de gehele eigen woning leidt tot belasting van 70% van de netto huurinkomsten (naast de bijtelling van het eigenwoningforfait). De wet is daarover niet voor meerderlei uitleg vatbaar. Via verhuurplatforms, zoals Airbnb, worden vaak hele woningen tijdelijk aangeboden. In zoverre verandert er dus niets.

Maar voor de groep huiseigenaren die juist slechts een deel van de eigen woning verhuurt, en hoopten dat deze huurinkomsten niet belast zouden worden, is de impact wel groot. Zij weten nu dat ze ook in dat geval 70% van de huurinkomsten moeten opgeven bij hun belastingaangifte.

Dat kan het minder aantrekkelijk maken een deel van de woning te verhuren.

Informatie

  • Hypothecair Krediet
  • EQF 5
  • Woensdag 23 september 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships