Uit erfenis verkregen vakantiewoning is gemeenschappelijk vermogen

Hof Amsterdam heeft op 21 januari 2020 (publicatie 29 januari 2020) uitspraak gedaan of een voor het huwelijk uit een erfenis verkregen vakantiewoning behoort tot de huwelijksgemeenschap.

Partijen zijn gescheiden. Zij zijn in 1997 in gemeenschap van goederen getrouwd.

De vader van de man is in 1996 overleden. Aan de man is in 1996 bij notariële akte van verdeling een vakantiewoning toegedeeld. De vader heeft in zijn testament een uitsluitingsclausule opgenomen.

 

De vrouw stelt dat bij de echtscheiding ten onrechte is geoordeeld dat de vakantiewoning alleen eigendom van de man is.

 

Hof Amsterdam overweegt dat de man de woning slechts voor de helft krachtens erfopvolging (¼ gedeelte van vader, ¼ gedeelte van moeder) verkreeg. Daaraan was voor het gedeelte dat de man van zijn vader verkreeg een uitsluitingsclausule verbonden. Gesteld noch gebleken is, dat het gedeelte dat de man krachtens erfopvolging van zijn moeder verkreeg, een verkrijging met uitsluiting is geweest.

 

Verder overweegt het hof dat in de rechtshandeling van verdeling waarbij de moeder haar aandeel in de vakantiewoning (½ gedeelte krachtens huwelijksvermogensrecht en ¼ gedeelte krachtens erfopvolging) aan de man overdroeg geen andere rechtshandeling ligt besloten die ertoe leidt dat de vakantiewoning krachtens uitsluiting buiten de (nadien ontstane) huwelijksgemeenschap van partijen valt.

 

Hierdoor is de vakantiewoning voor niet meer dan de helft door de man verkregen onder uitsluiting. De gehele vakantiewoning behoort derhalve tot de huwelijksgemeenschap.

Informatie

  • Recht: Huwelijksvermogens- en erfrecht, Recht: Overig
  • Woensdag 5 februari 2020