Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Uitbreiding afkooptijdstip uitkering pensioen ineens

Nadat minister Koolmees van SZW diverse vragen had beantwoord met betrekking tot het geconstateerde verschil in belastingdruk bij uitbetaling van een bedrag ineens bij pensionering, komt hij nu met een wijziging, die de ongelijkheid in belastingheffing moet oplossen en de belastingdruk op de uitkering ineens moet verlagen.

In het wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen is de mogelijkheid opgenomen dat (gewezen) deelnemers bij pensionering het recht hebben om onder voorwaarden maximaal 10% van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen af te laten kopen. Deze opname van een bedrag ineens moet in beginsel op de ingangsdatum van het ouderdomspensioen plaatsvinden. Met andere woorden, het ‘bedrag ineens’ kan dus slechts op één moment tot uitkering betaling kan komen. Uit analyse is gebleken dat hierdoor groter verschillen in belastingdruk kunnen ontstaan (zie hiervoor het artikel op Weblog van 9 november jl.).

Oplossing: 3 alternatieven

Naar aanleiding van het wetgevingsoverleg en de Kamervragen wordt door middel van een Nota van Wijzing voorgesteld om mensen meer mogelijkheden te bieden om het bedrag ineens te kunnen opnemen dan uitsluitend op de pensioendatum.

Aanvankelijk ging het om drie alternatieven:

  1. Het buiten beschouwing laten van het bedrag ineens in de grondslag voor de premies werknemers- en volksverzekeringen
  2. Het beperken van de doelgroep voor een tweede keuzemoment tot de groep (gewezen) deelnemers die in het jaar dat ze met pensioen gaan ook de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken
  3. Het keuzerecht beperken tot de pensioeningangsdatum en de mogelijkheid bieden om het bedrag ineens alvast op te nemen in de in de reguliere periodieke uitkeringsstroom van levenslange pensioenen

De eerste 2 alternatieven zijn afgevallen, omdat ze niet aan de fiscale en juridische wet- en regelgeving voldoen. Alternatief 3 blijft wel binnen de fiscale – en juridische kaders.

Hoe werkt het tweede keuzemoment concreet?

De (gewezen) deelnemer die met pensioen gaat  

  • Voorafgaand aan het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt; of
  • In het jaar dat de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt

krijgt, naast de pensioeningangsdatum, ook de mogelijkheid om in de maand februari volgend op het jaar waarin de AOW-leeftijd wordt bereikt, een bedrag ineens op te nemen. Hierbij gelden dezelfde voorwaarden als bij het opnemen van een bedrag ineens op de pensioeningangsdatum (voorgestelde artikel 66a Pensioenwet):

  • Maximale opname 10% van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen
  • Geen samenloop met hoog/laag-constructie
  • Na opname van het bedrag ineens moet de resterende levenslange pensioenuitkering hoger zijn dan de afkoopgrens van artikel 66, lid 1 onderdeel a Pensioenwet  
  • Als door de opname ineens de hoogte van het partnerpensioen wordt verlaagd, moet de partner hiervoor toestemming geven

Hierdoor hebben (gewezen) deelnemers de mogelijkheid om optimaal te profiteren van het lagere tarief voor de loonheffing dat geldt vanaf het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Er is voor de maand februari gekozen omdat januari voor pensioenuitvoerders een drukke maand is. Of het tweede keuzemoment een voordeel in de belastingheffing over het bedrag ineens oplevert, is afhankelijk van de individuele situatie en zal mede afhankelijk zijn van overig inkomen.

Om gebruik te kunnen maken van de mogelijkheid tot het opnemen van een bedrag ineens moet vóór de ingang van het pensioen een verzoek worden ingediend bij de pensioenuitvoerder. Daarbij moet zowel worden aangegeven welk percentage (maximaal 10%) men wil toepassen als op welk tijdstip men het bedrag ineens wil opnemen, de pensioeningangsdatum of in februari van het jaar volgend op het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt.

Overlijden pensioengerechtigde vóór opname bedrag ineens

Als de pensioengerechtigde komt te overlijden nadat het pensioen is ingegaan en dus nadat gekozen is voor de latere uitkering van een bedrag ineens, maar vóór het tijdstip waarop dit bedrag tot uitkering komt, vindt geen uitbetaling van dat bedrag ineens meer plaats.

Overbruggingspensioen en hoog/laag-constructie

Zoals uit de voorwaarden van het voorgestelde artikel 66a PW blijkt, kan de opname van een bedrag ineens niet gecombineerd worden met een hoog/laag-constructie. Dit standpunt behoeft enig nuancering als het gaat om een overbruggingspensioen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat een overbruggingspensioen in twee gedaanten kan voorkomen:

  • Als een vlakke levenslange uitkering
  • Als een hoge uitkering voorafgaand aan de AOW en een lage uitkering vanaf de AOW-leeftijd

In het eerste geval is in feite sprake van vervroeging van het pensioen en niet van een hoog/laag-constructie, zodat gebruik gemaakt kan worden van de keuzemogelijkheid van opname van een bedrag ineens.

In het tweede geval, waaronder ook de mogelijkheid om een deel van het pensioen om te zetten in een bedrag dat gelijk is aan 2x het geldende AOW-bedrag voor gehuwden, valt mag geen gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid tot opname van een bedrag ineens.     

Directeur-grootaandeelhouder

Bovenstaande opname van een bedrag ineens op een later tijdstip geldt ook voor de DGA met pensioen in eigen beheer.

Overige voorzieningen

De mogelijkheid van opname van een bedrag ineens geldt niet alleen voor werknemerspensioen en DGA-pensioen in eigen beheer, maar ook voor nettopensioen, nettolijfrenten en derde pijler lijfrentevoorzieningen.

De boogde ingangsdatum is 1 januari 2022.

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen, Pensioen Algemeen
  • Donderdag 26 november 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships