Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Verduidelijking grondslag oprenting ODV (V&A 20-003)

Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd (01-01-2020) stijgt de AOW-leeftijd echter minder hard dan voorzien was. Dit heeft ook gevolgen voor de uitkeringsperiode van de Oudedagsverplichting (ODV). Immers, de ODV-uitkeringsperiode eindigt bij het bereiken van de AOW-leeftijd + 20 jaar. Verandert de AOW-leeftijd dan verandert ook de einddatum van de ODV. In V&A 20-003 wordt de vraag behandeld of het mogelijk is om de uitkeringsperiode van een ODV waarvan de termijnen al zijn ingegaan aan te passen in verband met een verlaging van de (voorspelde) AOW-leeftijd.

Aan de hand van twee voorbeelden geeft het Centraal Aaspreekpunt Pensioenen aan hoe de resterende looptijd van de ODV-uitkeringen eenmalig kan worden aangepast.

Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanpassing van de resterende looptijd:

  • Gedurende het uitkeringsjaar (voorbeeld 1)
  • Op de uitkeringsverjaardag (voorbeeld 2)

Voorbeeld 2 spreekt voor zich. Op de volgende uitkeringsverjaardag wordt het ODV-saldo bepaald volgens de gebruikelijke berekeningssystematiek en rentebijschrijving. Vervolgens wordt de nieuwe (verlaagde en eventueel op hele jaren afgeronde) uitkeringsperiode vastgesteld resulterend in een nieuwe ODV-uitkering.

Voorbeeld 1 betreft een aanpassing tijdsens het lopende uitkeringsjaar. Ook dit voorbeeld is in eerste instantie duidelijk. De ODV-gerechtigde X past de ODV-uitkeringsperiode per 1 april 2020 aan, nadat sinds de ingang van de ODV-termijnen (01-09-2019) zeven maanduitkeringen van € 1.000 gedaan. De uitkeringsverjaardag blijft gehandhaafd op 1 september.

Wat echter niet duidelijk tot uitdrukking komt is wat de grondslag voor de oprenting van de ODV is vanaf 1 september 2019 tot 1 september 2020. Daaraan wordt in het voorbeeld geen aandacht besteed.

Normaliter is de grondslag voor oprenting van het ODV-saldo in de uitkeringsfase gelijk aan de ODV-saldo op de uitkeringsverjaardag verminderd met de berekende jaaruitkering (€ 300.000 – 12 x € 1.000 = € 288.000). Navraag bij het CAP heeft uitgewezen dat deze berekeningsmethode in dit geval niet mag worden toegepast.

Voor de bepaling van de grondslag voor de oprenting van het ODV-saldo moet worden uitgegaan van de het ODV-saldo op de uitkeringsverjaardag (1 september 2019) verminderd met de tot de volgende uitkeringsverjaardag feitelijk uitbetaalde ODV-uitkeringen.

Toegepast op voorbeeld 1 leidt dit tot de volgende rentebijschrijving en nieuw ODV-saldo op 1 september 2020:

  
Oorspronkelijk ODV-saldo€ 300.000
Af: 7 x € 1.000   €      7.000
Af: 5 x herziene uitkering 5 x € 1.010,35€     5.051,75
Grondslag oprenting ODV-saldo€ 287.948,25

 

  
Bij: rente (4/12 x 0,269% + 8/12 x -1,07%) x € 287.948,25 =€          52,79
ODV-saldo 1 september 2020€ 288.001,04

                                                                    
In vergelijking met voorbeeld 2 is het verschil marginaal, mede gezien de geringe rentevoeten. Bij hogere rentevoeten zullen de verschillen groter zijn.

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen, ODV Fiscaal
  • Woensdag 10 maart 2021
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships