Verhouding ‘potovereenkomst’ met huwelijkse voorwaarden.

De Hoge Raad oordeelt dat een afspraak om jaarlijkse winsten bij elkaar te voegen van de ondernemingen van beide partners zonder nadere motivatie geen afbreuk doet aan het verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden.

Een echtpaar is getrouwd op basis van notarieel vastgelegde huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding. Ieder heeft een eigen onderneming. Later sluiten ze onder begeleiding van een accountant een zogenoemde potovereenkomst waarin ze afspreken de jaarlijkse winsten van ieders onderneming samen te voegen ‘zodat de jaarlijkse ongelijkmatige winsten enigszins genivelleerd worden’. In die overeenkomst wijkt bijvoorbeeld het gehanteerde inkomensbegrip en rekenmethodiek echter af van het bepaalde in de huwelijkse voorwaarden. Bij de echtscheiding ontstaat discussie of de potovereenkomst gevolgd moet worden of niet. In beginsel moeten huwelijkse voorwaarden immers altijd via de notaris. De Hoge Raad oordeelt dat de potovereenkomst zo haaks staat op de huwelijkse voorwaarden dat ze niet of in ieder geval niet zonder zware motivatie daarvan aangemerkt kunnen worden al een uitwerking daarvan. De Hoge Raad verwijst daarom naar een ander gerechtshof om een nieuwe beslissing hierover te nemen. Vermoedelijk is de betrokken accountant ook iets te enthousiast geweest hier zonder te wijzen op de noodzaak van de inschakeling van de notaris.

 

Informatie

  • Recht: Huwelijksvermogens- en erfrecht
  • Maandag 2 september 2019