Verkrijging perceel belast met 2% overdrachtsbelasting

Belanghebbende koopt een perceel met daarin de fundering van een afgebrand woonhuis. Hij wil op deze overgebleven fundering een nieuwe woning bouwen. Volgens belanghebbende is de koop van het perceel belast met 2% overdrachtsbelasting. Rechtbank Den Haag oordeelt dat belanghebbende gelijk heeft.

Belanghebbende verkrijgt in oktober 2018 een perceel met daarin de fundering van een woonhuis, dat door een brand is verwoest. Naast de fundering zijn ook de schuur en de bestrating nog aanwezig. Belanghebbende krijgt eind 2018 een omgevingsvergunning om op het perceel een nieuwe woning te bouwen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat hij de bestaande rioolaansluitingen gebruikt. Bij de bouw wordt tevens de oude fundering hergebruikt, al vinden wel enkele kleine aanpassingen plaats, omdat belanghebbende de oorspronkelijke woning niet wil kopiëren.

Belanghebbende stelt dat de verkrijging van het perceel belast is met 2% overdrachtsbelasting (artikel 14 lid 2 Wet BRV). Volgens belanghebbende is er sprake van een verkrijging van een nieuwe woning in aanbouw, omdat de fundering van het afgebrande woonhuis nog aanwezig is en het nieuwe woonhuis op die fundering wordt gebouwd. Belanghebbende beroept zich onder andere op de Memorie van Toelichting bij de invoering van artikel 14 lid 2 Wet BRV en het arrest van de Hoge Raad van 6 december 2013.

Volgens de inspecteur is er echter geen sprake van verkrijging van een woning in aanbouw, omdat de achtergebleven fundering is aangebracht voor het afgebrande woonhuis en niet voor de in opdracht van belanghebbende te bouwen woning. Daarbij komt dat belanghebbende voor de bouw van het nieuwe huis nog wijzigingen heeft aangebracht in de fundering, dat belanghebbende ten tijde van de verkrijging nog geen bouwvergunning had verkregen en ook nog niet was begonnen met de bouw. Om die reden is sprake van de verkrijging van een gesloopte woning en daarvoor geldt het reguliere tarief.

Rechtbank Den Haag overweegt dat de aanwezige fundering is aangebracht en gebruikt voor de bouw van de oorspronkelijke woning. De nieuwe woning is vrijwel geheel gebouwd op die bestaande fundering. Noch uit de wetsgeschiedenis, noch uit het arrest van de Hoge Raad van 6 december 2013 volgt, dat voor de kwalificatie als nieuwe woning in aanbouw vereist is dat de ten tijde van de verkrijging aanwezige fundering specifiek is aangelegd voor de te bouwen woning. De rechtbank ziet geen aanleiding om, in de situatie dat de fundering daadwerkelijk en zonder (noemenswaardige) aanpassingen wordt gebruikt voor de nieuw te bouwen woning, een onderscheid te maken tussen een nieuw aangebrachte fundering of een fundering die is blijven liggen. Deze situaties verschillen economisch niet zodanig dat dit een verschil in tarief kan rechtvaardigen.

Dat de bouwvergunning pas is verkregen na de levering van de onroerende zaak en ook pas daarna is begonnen met de bouw, leidt niet tot een ander oordeel. De bouwvergunning is immers wel voor de levering aangevraagd en uit de daarbij overgelegde tekeningen volgt dat het bouwplan de aanwezige fundering volgt.

De rechtbank oordeelt dat belanghebbende gelijk heeft. Het tarief van 2% overdrachtsbelasting is derhalve van toepassing.

Meer weten?
Wil je meer weten over een nieuwe woning in aanbouw en de overdrachtsbelasting, schrijf je dan in voor de praktische Workshop - Eigen woning. In deze virtuele workshop van 90 minuten informeren wij je over de meest efficiënte manier om de woning in je dossier op te nemen en welke details van overdrachtsbelasting van belang zijn!

Wil je nog meer verdieping, dan kun je ook schrijven voor de 2 uur durende virtuele Masterclass - De eigen woning in het advies.

Permanente Educatie: al onze E-learnings, Masterclasses, Workshops en Vaardigheidstrainingen zijn geaccrediteerd voor Permanente Educatie.

Informatie

  • Fiscaal: Overig
  • Maandag 8 maart 2021