Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Verordening informatieverschaffing over duurzaamheid beleggingen

Op steeds meer terreinen wordt zichtbaar dat de EU werk maakt van de energietransitie. Sinds het Parijse Klimaatakkoord in 2015, worden steeds meer algemene afspraken omgezet in concretere regelgeving om klimaatdoelen te halen. Een belangrijk aspect in dit proces is bewustwording bij iedereen over de factor duurzaamheid bij het maken van beleggingskeuzes. Duurzame beleggingen moeten voorrang krijgen, zodat we uiteindelijk de klimaatdoelen halen in Europa. Op 10 maart 2021 is een EU-verordening in werking getreden die voorschrijft in hoeverre informatie gegeven moet worden over de duurzaamheid van een investering. Die verordening zal ook impact hebben op de adviespraktijk van de adviseur Vermogen.

Doel van de verordening

De verordening bouwt voort op de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties en het Klimaatakkoord van Parijs die erop is gericht de risico's en effecten van de klimaatverandering aanzienlijk te verminderen. De verordening beoogt de informatieverstrekking aan eindbeleggers, over de effecten op duurzaamheid door het beleggingsbeleid en de beleggingsbeslissingen door financiële marktpartijen, te verbeteren. 

Grote lijnen verordening

De EU-verordening heet de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR). In het Nederlands heet deze “Verordening informatieverschaffing over duurzaamheid”. De verordening is ingegaan op 10 maart 2021.

De verordening betekent dat via een website informatie moet worden verstrekt over de duurzaamheid van beleggingsfondsen. Veel financiële ondernemingen moeten daarnaast zelf op hun website aangeven in hoeverre ze duurzaamheidsrisico’s meenemen in hun bedrijfsvoering. Ook moeten ze informatie verstrekken over de duurzame kenmerken van hun producten en diensten. Ze moeten het ook vermelden als er géén duurzame kenmerken zijn.

Grootste impact financiëlemarktdeelnemers

De informatie- en transparantieregels omtrent duurzaamheid hebben de grootste impact op ‘financiëlemarktdeelnemers’. Dat zijn bijvoorbeeld banken, beleggingsondernemingen, pensioenfondsen, vermogensbeheerders, en levensverzekeraars (voor zover zij verzekeringsgerelateerde beleggingsproducten aanbieden).

Deze partijen moeten transparant zijn over:

  • Het in aanmerking nemen van ongunstige effecten op duurzaamheid in het beleggingsbeleid, op entiteitsniveau en op productniveau.
    Financiëlemarktdeelnemers worden door de SFDR verplicht de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen te meten aan de hand van een reeks aan duurzaamheidsfactoren en zullen hierover aan klanten moeten communiceren. In eerste instantie zullen de ongunstige effecten transparant moeten worden gemaakt op het niveau van de onderneming, maar in een later stadium ook op het niveau van individuele duurzame financiële producten (waarschijnlijk vanaf 1 januari 2022). Als een marktpartij minder dan 500 werknemers heeft en deze de negatieve duurzaamheidsimpact niet meeweegt, moet zij daar in een verklaring op hun website verantwoording over afleggen.
  • De integratie van duurzaamheidsrisico’s, de gedragslijnen inzake duurzaamheidsrisico’s, en het beloningsbeleid met betrekking tot de integratie van duurzaamheidsrisico’s.
    Op hun website moet informatie staan over de gedragslijnen inzake de integratie van duurzaamheidsrisico’s in de procedure van het nemen van beleggingsbeslissingen. Het waarschijnlijke effect van de duurzaamheidsimpact op het rendement van financiële producten behoort ook tot de verplichte precontractuele informatie.
    Ook moeten financiëlemarktdeelnemers in hun beloningsbeleid informatie opnemen over de wijze waarop het beleid spoort met de integratie van duurzaamheidsrisico’s. Ook deze informatie moet terug te vinden zijn op de websites van de ondernemingen.
  • De manier waarop een product invulling geeft aan duurzame doelstellingen dan wel kenmerken, zowel precontractueel als op periodieke basis.
    Niet elk product met duurzame kenmerken heeft dezelfde mate van duurzaamheid. Wel betekent dit dat men bij elk product dat in de markt is gezet als duurzaam, in welke mate dan ook, transparant moet zijn over hoe invulling wordt gegeven aan de duurzaamheidskenmerken. Er zijn volgens de verordening twee soorten producten die als ‘duurzaam’ in de markt gezet worden. Dat zijn financiële producten:

    • Die ecologische en/of sociale kenmerken promoten (“lichtgroen”, conform artikel 8 SFDR)
    • Die duurzame beleggingen als doel hebben (“donkergroen”, conform artikel 9 SFDR)

Daarnaast is er een derde categorie, die niet als duurzaam worden gepromoot (“grijs”, conform artikel 6 SFDR).
Per productsoort zijn er bepaalde eisen aan de precontractuele informatieplicht. Maar ook periodiek (achteraf) moeten marktpartijen zich over de doelen of kenmerken verantwoorden. 

Ook impact op adviseurs

De Verordening informatieverschaffing over duurzaamheid is ook van toepassing op bepaalde financieel adviseurs. Het gaat om adviseurs die drie of meer werknemers hebben en die beleggingsadvies geven of advies over beleggingsverzekeringen.

Een adviseur moet een passend beleggingsadvies geven. Nu financiëlemarktdeelnemers informatie over kenmerken en doelstellingen omtrent duurzaamheid moeten geven, is het aan de adviseur om te beoordelen of producten passen bij de voorkeuren en verwachtingen van klanten.

Financieel adviseurs moeten daarnaast transparant zijn over:

  • Het aanmerking nemen van ongunstige effecten op duurzaamheid in het beleggings- of verzekeringsadvies.
    Ook voor financieel adviseurs geldt dat zij informatie op hun website moeten publiceren over de vraag of zij in hun beleggings- of verzekeringsadvies de belangrijkste ongunstige duurzaamheidsfactoren in aanmerking nemen. Indien dit (nog) niet aanmerking genomen wordt, dient ook de financieel adviseur aan te geven of en wanneer deze hiertoe wel voornemens is.
  • De integratie van duurzaamheidsrisico’s, de gedragslijnen inzake duurzaamheidsrisico’s, en het beloningsbeleid met betrekking tot de integratie van duurzaamheidsrisico’s.
    Financieel adviseurs moeten ook op hun website informatie publiceren over de gedragslijnen inzake de integratie van duurzaamheidsrisico’s in hun beleggingsbeslissingsprocedure. Daarnaast moeten zij aan dezelfde eisen voldoen als financiëlemarktdeelnemers omtrent het beloningsbeleid.

Wat is nu eigenlijk “duurzaam”?

Het woord ‘duurzaam’ klinkt volop in de reclame-uitingen van diverse producten. Het mag voor de financiële sector natuurlijk niet zo zijn dat de een partij schermt met duurzame beleggingen, terwijl dat niet objectief vastgesteld is. Iets ‘duurzaam’ noemen, terwijl het dat niet aangetoond is, wordt tegenwoordig wel ‘greenwashing’ genoemd, met een ietwat cynische knipoog naar het begrip witwassen.

Daarom zijn er Regulerende Technische Standaarden (RTS) waaraan de mate van duurzaamheid afgemeten kan worden. Op dit moment zijn er nog concept-standaarden (concept-RTS) die als referentie gebruikt kunnen worden. Naar verwachting worden deze op 1 januari 2022 definitief. Door deze objectieve RTS, is de duurzaamheid van producten goed te vergelijken.

Om een inkijkje te geven in de concept-RTS, is dit een lijst van factoren die een rol spelen bij de beoordeling van duurzaamheid:

  • Investeringen in duurzame beleggingen, ecologische kenmerken (E) en sociale kenmerken (S) moeten uitgesplitst worden (zie afbeelding 1)
  • Sectoren waarin belegd wordt, zoals fossiele energie, moeten ook uitgesplitst worden (zie afbeelding 2)
  • De beleggingsstrategie met betrekking tot duurzaamheid moet uitgelegd worden;
  • Gebruik van derivaten (zoals opties of futures) moet uitgelegd worden
  • Informatie over gebruikte ESG-indicatoren; ESG staat voor Environmental, Social and Governmental. Die laatste categorie houdt bijvoorbeeld in dat ook de loofkloof tussen man/vrouw of directeur/werknemer benoemd moet zijn
  • Meer info bij gebruik van referentiebenchmark
  • Eventueel de disclaimer: “dit is geen duurzame belegging”