Verzwijgen van sieraden: deze komen daardoor toe aan andere erfgenaam

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 10 maart 2020 (publicatie: 17 maart 2020) uitspraak gedaan wat de gevolgen zijn indien een erfgenaam opzettelijk een bestanddeel (sieraden) van een nalatenschap voor een andere erfgenaam verzwijgt.

Een zus en een broer hebben onenigheid over de nalatenschap van hun moeder. Volgens de broer behoren tot de nalatenschap sieraden.

 

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is de broer op grond van de verklaringen van twee getuigen erin geslaagd te bewijzen dat tot de nalatenschap van zijn moeder sieraden behoren. Beide getuigen hebben immers eensluidend verklaard dat de sieraden van de moeder enkele maanden voor haar overlijden in een trommeltje zijn opgeborgen en dat de zus dat trommeltje heeft bewaard en ook nu nog in haar bezit heeft.

 

Het hof oordeelt dat de zus de sieraden voor haar broer verborgen heeft gehouden. Er is aldus sprake van het opzettelijk verzwijgen en verborgen houden van de sieraden op grond van artikel 3:194 lid 2 BW. De zus had naar aanleiding van de dagvaarding van haar broer in haar conclusie van antwoord moeten spreken over de in het trommeltje aanwezige sieraden, maar heeft toen willens en wetens gezwegen.

Zij heeft haar aandeel in de sieraden ingevolge artikel 3:194 lid 2 BW dan ook verbeurd. Door deze opzettelijke verzwijging en verberging behoren de sieraden niet langer tot de nalatenschap van moeder en komen deze vanaf dat moment alleen aan de broer als rechthebbende toe.

Informatie

  • Recht: Overig
  • Dinsdag 24 maart 2020