Voorwaarden vrijwillig ontslag in Sociaal Plan

Het komt steeds vaker voor dat een sociaal plan dat op basis van objectieve criteria de afvloeiing van werknemers regelt, wordt voorafgegaan door een regeling waarbij werknemers vrijwillig ontslag kunnen nemen. Hiervan wordt vaak gebruik gemaakt door oudere werknemers die op deze wijze plaats kunnen maken voor jongere werknemers die anders zouden moeten afvloeien. Strikt genomen kan deze vrijwillige afvloeiingsregeling leiden tot het toepassen van de zogenaamde pseudo-eindheffing, omdat de ontslagvergoeding het karakter heeft van een (verkapte) VUT-uitkering, terwijl  de totale afvloeiingsregeling, inclusief de vrijwillige afvloeiingsregeling, niet ter discussie staat. Aangezien deze situatie ongewenst is, wordt goedgekeurd dat de beoordeling of is voldaan aan een objectief ontslagcriterium, zoals het afspiegelingsbeginsel, mag plaatsvinden nadat het sociaal plan inclusief de voorafgaande vrijwillige afvloei-ingsregeling is afgerond, waarbij een doelmatigheidsmarge (afwijking) van 10% is toegestaan. Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

–De ontslagen op basis van het sociaal plan inclusief de vrijwillige vertrekregeling zijn uiterlijk binnen 36 maanden afgerond;

–De werkgever maakt vooraf een inschatting en legt deze vast en maakt achteraf een verantwoording op over de naleving van de objectieve ontslagcriteria en bewaart deze p controleerbare wijze bij zijn loonadministratie.

Als bij de beoordeling achteraf blijkt dat meer ouderen zijn ontslagen dan mogelijk was binnen de grenzen van de objectieve ontslagcriteria en de doelmatigheidsmarge van 10%, dan is voor de gehele groep oudere werknemers sprake van een RVU, waarop de pseudo-eindheffing wordt toegepast.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Maandag 23 maart 2015