Vordering nabestaandenpensioen na afstandsverklaring onaanvaardbaar

Nadat de rechtbank de vordering tot het uitbetalen van nabestaandenpensioen door de werkgever aan de partner van de overleden werknemer had toegewezen, heeft Gerechtshof Den Bosch deze vordering teruggedraaid.

Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid is het onaanvaardbaar om de vordering van partner van de overleden werknemer toe te wijzen. 

Tussen partijen was niet in geding dat de (overleden) werknemer op 31 januari 2001 een afstandsverklaring had getekend, waarin duidelijk te lezen was dat van alle pensioenrechten werd afgezien. Het betrof ouderdoms- en nabestaandenpensioen. In de afstandsverklaring stond ook een handtekening achter de naam van de partner van de (overleden) werknemer. De partner van de (overleden) werknemer ontkende echter de afstandsverklaring te hebben ondertekend.

 

Het Gerechtshof Den Bosch oordeelt dat het standpunt van de partner van de (overleden) werknemer dat zij de afstandsverklaring niet heeft getekend, haar niet kan baten. Niet is gebleken dat de werkgever wist of had moeten weten of verwachten dat die handtekening vervalst was. Ook het feit dat de werkgever niet had geverifieerd of die handtekening wel echt was, kon de werkgever niet worden tegengeworpen. De (overleden) werknemer was als bedrijfsleider, vestigingsmanager en lid van het managementteam nauw betrokken bij de totstandkoming van de pensioenregeling, en zelf mede verantwoordelijk voor het beleid van het bedrijf. Als zodanig besprak hij de pensioenregeling en het afstand daarvan doen met de werknemers.

 

Het risico dat de partner van de (overleden) werknemer heeft gelopen door ervan uit te gaan dat er een pensioenregeling was en er nooit aan heeft gedacht met haar echtgenoot te bespraken, is haar zelf aan te rekenen.

 

Informatie

  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen, Pensioen Civiel, Pensioentoezegging
  • Maandag 16 maart 2020