Waardeoverdracht en de gevolgen voor het nabestaandenpensioen

1In mijn artikel van 4 juni ben ik ingegaan op de problematiek waardeoverdracht en de gevolgen voor het nabestaandenpensioen. De heer Monteban heeft hier op gereageerd. In dit artikel een reactie op de vraag van de heer Monteban

In mijn artikel heb ik met name de gevolgen willen aangeven van het overgaan van een nabestaandenpensioen op aanspraken basis naar een nabestaandenpensioen op risicobasis. In mijn voorbeeld heb ik dat uitgewerkt voor een situatie waarbij iemand vanuit een middelloonregeling overstapt naar een beschikbare premieregeling. Maar dat voorbeeld zou ook hebben gewerkt in een situatie waarin binnen een middelloonregeling sprake zou zijn geweest van een nabestaandenpensioen op risicobasis. Dat maakt voor het voorbeeld geen verschil. Overigens komen dit soort nabestaandenpensioenen op risicobasis de laatste tijd veel vaker voor. Tussen 1999 en 2005 is het aantal werknemers met nabestaandenpensioen op risicobasis gegroeid van 21% naar ruim 40%.

Opeten van ouderdomspensioen na overdracht

U stelt dat naar uw mening een werknemer bij waardeoverdracht van een middelloonregeling naar een beschikbare premieregeling, door de verzekering van een (hoger) nabestaandenpensioen zijn ouderdomspensioen voor een deel opeet.

Ik onderscheid twee situaties.

  1. De nieuwe werkgever verzekert het nabestaandenpensioen (op basis van pensioengrondslag, “opbouwpercentage nabestaandenpensioen” en feitelijke diensttijd plus dienstjaren uit overdracht) en neemt de risicopremie geheel voor zijn rekening. In dat geval is het uit dien hoofde verstandig om over te dragen (los van de vraag of overdracht van een DB- naar een DC-regeling verstandig is).
  2. De werknemer moet het nabestaandenpensioen zelf financieren, hetzij uit de beschikbare premie, hetzij rechtstreeks door inhouding op het salaris. In dat geval kan worden gesproken over het opeten van het ouderdomspensioen in de vorm van een lagere beschikbare premie voor de opbouw van een pensioenkapitaal respectievelijk door minder cash.

Overdracht van een DB-regeling naar een DC-regeling aantrekkelijk

Nu nog even de vraag of overdracht van een DB-regeling naar een DC-regeling aantrekkelijk is. Ook nu weer twee situaties:

  1. De oude aanspraken worden bij niet overdragen jaarlijks geïndexeerd en de indexering is naar verwachting substantieel. In dat geval is het niet aantrekkelijk om over te dragen. Het risico bestaat dat hij niet het vereiste rendement behaalt en een tegenvallende rentestand treft op de pensioeningangsdatum. U moet onder een beschikbare premieregeling toch in ieder geval jaarlijks een rendement van tenminste zo’n 6% halen om een vergelijkbaar resultaat te behalen (technische rente plus risicopremie plus extra risicopremie ivm toenemende levensverwachting plus inflatie van zeg 2%).
  2. De oude aanspraken worden bij niet overdragen niet geïndexeerd. Als u veel vertrouwen heeft in de beleggingen c.q. life cycle fondsen van uw pensioenuitvoerder, dan is overdracht te overwegen. Reken erop dat u tenminste zo’n 4% per jaar moet maken om een vergelijkbaar resultaat te halen.

Mijn primaire reactie is dus, dat je ongeacht of er ouderdomspensioen en ook nabestaandenpensioen wordt verzekerd binnen een uitkeringsovereenkomst terughoudend moet zijn met het overdragen van waarde naar een beschikbare premieovereenkomst. Dat heeft naast de hierboven aangedragen argumenten ook te maken met het door u reeds geschetste risico van de rentestand op de pensioeningangsdatum en met de voorschriften met betrekking tot prudent beleggen zoals opgenomen in de Pensioenwet en nader uitgewerkt door de AFM in de vorm van Life-cycle beleggen. Het punt is dat er naar mijn mening geen of in ieder geval weinig verband is tussen het systeem van life cycle en de economische werkelijkheid. Weliswaar dient er minder risico te worden gelopen naarmate de pensioendatum nadert, maar dat wordt ingevuld door een hogere beleggingsgraad in obligaties te verlangen. Alsof je daar geen koersrisico kan lopen! De AFM pareert dat argument door te stellen dat de koersen van de obligaties en de rente die wordt gehanteerd op het moment van het aankopen van het pensioen aan elkaar gelinked zijn en je dus daarmee geen verlies lijdt, maar dat is alleen zo als de duration van de obligatie en de belegging van de direct ingaande lijfrente exact aan elkaar gelijk zijn.

Mocht iemand wel besluiten zijn opgebouwde aanspraken over te dragen naar een beschikbare premieregeling waar het nabestaandenpensioen op risicobasis wordt verzekerd, dan geldt het volgende.

Als de middelloonregeling ouderdomspensioen kende, alsmede een opgebouwd nabestaandenpensioen, dan geldt dat er bij overdracht naar een beschikbare premieregeling waarschijnlijk meer ouderdomspensioen kan worden ingekocht in de nieuwe regeling. Van actuariële gelijkwaardigheid kan echter geen sprake zijn. Immers de waarde bij overdracht is berekend op basis van de wettelijke rekenregels, terwijl de feitelijke inkoop op de pensioendatum wordt gebaseerd op de commerciële tarieven van de pensioenverzekeraar en de op dat moment geldende rentestand. Met heel veel geluk kan er meer pensioen worden ingekocht, maar het is waarschijnlijker dat de pensioenuitkering lager is dan de pensioenen die worden verkregen als niet wordt overgedragen.

Als de middelloonregeling alleen ouderdomspensioen kende, geldt hetzelfde.

Ergo: bezint eer gij aan overdracht begint.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Donderdag 22 oktober 2009