Waardering gerichte lijfrente

Bij de inbreng van een onderneming in een BV kan voor de stakingswinst en de oudedagsreserve een lijfrente worden bedongen bij die BV. Hetzelfde geldt voor een gouden handdruk, die als koopsom voor een periodieke uitkering in een daartoe opgerichte BV wordt gestort. De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 9 april 2010 aangegeven dat een gerichte lijfrente niet is aan te merken als een schuld tegen samengestelde intrest. De verplichting moet actuarieel, dus rekening houdend met intrest en sterfte, gewaardeerd worden. Bij een gedaalde rente mag de lijfrenteverplichting hoger gewaardeerd worden. Voorwaarde is wel dat de rekenrente ten minste 4% bedraagt.

Informatie

  • Pensioen Algemeen
  • Maandag 23 maart 2015