Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Wat is het maximale Nabestaandenoverbruggings-pensioen?

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) heeft de vaststelling van het maximale nabestaandenoverbruggingspensioen (V&A 08-068) geactualiseerd.

Een nabestaandenoverbruggingspensioen (NOP) dient ter compensatie van een eventueel ANW-hiaat. Op grond van artikel 18f Wet LB mag een nabestaandenoverbruggingspensioen maximaal bestaan uit de volgende componenten:

NOP t.b.v. de partner

  1. 8/7 maal de nominale ANW-uitkering, inclusief vakantiegeld
  2. Het verschil in de verschuldigde premie volksverzekeringen over het partnerpensioen vóór en vanaf de AOW-leeftijd. (premiecompensatie)

NOP t.b.v. volle wezen

8/7 maal de nominale uitkering voor een kind van 16 jaar of ouder (artikel 29, lid 2, onderdeel c, ANW), vermeerderd met de vakantie-uitkering.

NOP t.b.v. halfwezen

50% van het voor volle wezen geldende maximum

Berekening NOP vóór 01-08-2018

Tot het verschijnen van V&A 08-068 (versie 01-08-2018) werd in het algemeen een vergelijking gemaakt tussen het netto pensioeninkomen vóór de AOW-leeftijd, bestaande uit het partnerpensioen PP, 8/7 x de ANW-uitkering incl. vakantiegeld en de premiecompensatie (AOW-premie over het PP) enerzijds en het netto pensioeninkomen vanaf de AOW-leeftijd, bestaande uit hetzelfde partnerpensioen en de AOW-uitkering voor een alleenstaande incl. vakantiegeld anderzijds. Tevens werd rekening gehouden met de Algemene heffingskorting.

Als het netto pensioeninkomen vóór de AOW-leeftijd lager was dan het netto pensioeninkomen vanaf de AOW-leeftijd, werd het inkomensverschil gebruteerd, met als resultaat dat het pensioeninkomen vóór en vanaf de AOW-leeftijd op netto basis gelijk was.

Berekening NOP vanaf 01-08-2018

Vanaf 01-08-2018 is bovenstaande berekeningssystematiek gewijzigd. Naast de Algemene heffingskorting moet voor het bruto/netto-traject vanaf de AOW-leeftijd ook rekening gehouden worden met de Ouderenkorting en de Aanvullende ouderenkorting. Bovendien is de ruimhartige brutering beperkt.  

Het CAP geeft aan de hand van een tweetal voorbeelden inzicht in het verloop van de berekeningssystematiek van het NOP. Uitgaande van de vanaf 1 januari 2021 geldende ANW- en AOW-uitkeringsbedragen, belasting- en premietarieven en heffingskortingen, wordt de berekening van de maximale NOP met (gebruteerde) premiecompensatie toegelicht.

Volgens artikel 18f, letter d, onderdeel 1o Wet LB is het NOP maximaal gelijk aan het gezamenlijke bedrag van 8/7 maal de nominale ANW-uitkering inclusief vakantiegeld en vermeerderd met het verschil in verschuldigde premies volksverzekeringen over het partnerpensioen (PP) voor en na de pensioengerechtigde leeftijd.

Componenten van het NOP

 Hiermee bestaat het (maximale) NOP uit drie componenten: 

  • 8/7 x de nominale ANW-uitkering inclusief vakantiegeld
  • Premiecompensatie over het PP: 17,9% van het PP (tot maximaal € 35.942)
  • Brutering 

8/7 x de nominale ANW-uitkering inclusief vakantiegeld is gelijk aan:

8/7 x (€ 1.244,91 + € 87,21) en is naar beneden afgerond gelijk aan € 18.269

Het verschil in verschuldigde premies volksverzekeringen ofwel de premiecompensatie over het PP is gelijk aan AOW-premiecomponent (17,9%) van het PP tot maximaal
€ 35.942, die vóór de AOW-leeftijd wel en vanaf de AOW-leeftijd niet meer verschuldigd is.

De maximale premiecompensatie is dus gelijk aan 17,9% van € 35.942 = € 6.433. Aangezien de premiecompensatie wordt berekend over het partnerpensioen, geldt uitgaande van een partnerpensioen van € 5.000 dat de premiecompensatie gelijk is aan 17,9% x € 5.000 = € 895.

 
De AOW-uitkering voor een alleenstaande 12 x (€ 1.266,46 + 71,93) =€ 16.060,68
Tegemoetkoming op jaarbasis (€ 12 x € 26,04)       312,48
Totaal inkomen AOW      €  16.373,16


Door op netto basis een vergelijking te maken van het bruto PP, 8/7 x de nominale ANW-uitkering inclusief vakantiegeld en de premiecompensatie, rekening houdend met de loonheffing en Algemene heffingskorting vóór de AOW-leeftijd enerzijds en het bruto PP en de AOW-uitkering voor een alleenstaande inclusief vakantiegeld en inkomensondersteuning en rekening houdend met de loonheffing, de Algemene heffingskorting, Ouderenkorting en Alleenstaande ouderenkorting anderzijds ontstaat het volgende inkomensplaatje:

 
Totale bruto inkomen vóór AOW-leeftijd en vóór brutering:
€ 5.000 + € 18.269 + € 895 =   
€ 24.164
Loonheffing 37,1% x € 24.164        €   8.964 af
Algemene heffingskorting: € 2.837 – 5,977% van (€ 24.164 – € 21.043) €   2.651 bij  
Totaal Netto inkomen vóór AOW-leeftijd en vóór brutering €  17.851

                                                                                                                                                           

 
Totale bruto inkomen vanaf AOW-leeftijd: € 5.000 + € 16.373  € 21.373
Loonheffing 19,2% x € 2121.373  €    4.103 af
Algemene heffingskorting: € 1.469 – 3,093% van (€ 21.373 – € 21.043)€    1.459 bij
Ouderenkorting €    1.703 bij
Alleenstaande ouderenkorting   €        443 bij
Totaal netto pensioeninkomen vanaf AOW-leeftijd€ 20.875


De Algemene heffingskorting vóór de AOW-leeftijd bedraagt € 2.837 en wordt voor inkomens boven € 21.043 afgebouwd met 5,977% en vanaf de AOW-leeftijd € 1.469 met een afbouw van 3,093%. De Ouderenkorting bedraagt € 1.703 en wordt met 15% afgebouwd voor inkomen boven € 37.970. De Alleenstaande ouderenkorting is een vast bedrag van € 443.

Uit bovenstaand overzicht van het bruto netto traject blijkt dat het totale netto pensioeninkomen vóór de AOW-leeftijd lager is dan vanaf het AOW leeftijd.

Dit netto inkomensverschil kan door middel van brutering worden verkleind i.t.t. de oude methode waar het inkomensverschil volledig kon worden gecompenseerd.

Berekening van de brutering

De over de premiecompensatie en de brutering verschuldigde belasting en premies volksverzekeringen worden gecompenseerd, met dien verstande dat na brutering het netto pensioeninkomen vóór de AOW-leeftijd niet hoger mag zijn dan vanaf de AOW-leeftijd.

In het algemeen betekent dit dat de over de premiecompensatie verschuldigde belasting en premies volksverzekeringen gelijk is aan 37,1% x 17,9% x PP.

De brutering hiervan is gelijk aan:

37,1% x 17,9% x PP   of   37,1% x 17,9% x PP   of   37,1% x 17,9% x PP  
(1 – belastingtarief)              (1 - 37,1%)                                 62,9% 

Toepassing van bovenstaande formule op voorbeeld 2 van V&A 08-068 resulteert in een brutering van:

 37,1% x 17,9% x € 5.000 = € 527
              62,9% 

Aangezien het pensioenkomen vóór de AOW-leeftijd na volledige brutering op netto basis lager is dan vanaf de AOW-leeftijd kan de brutering volledig worden toegepast.

De drie componenten van het NOP zijn dan:

  • € 18.269          8/7 x de nominale ANW-uitkering inclusief vakantiegeld
  • €      895          Premiecompensatie PP
  • €      527          Brutering
  • € 19.691          Maximaal NOP

Bij hogere pensioeninkomens (PP, 8/7 ANW en premiecompensatie) boven € 68.507 zal de brutering op basis van 1/(1- 49,50%) moeten plaatsvinden, omdat over de brutering boven € 68.507 een loonheffing is verschuldigd van 49,5%. Met andere woorden, bij een partnerpensioen ter hoogte van € 43.805 is het totale pensioeninkomen inclusief premiecompensatie, maar vóór brutering gelijk aan:

  • € 43.805          PP
  • € 18.269          8/7 x ANW incl. vakantiegeld
  • €   6.433          Premiecomponent 17,9% over € 35.942 (max. premie-inkomen)
  • € 68.507          Bovengrens 2e belastingschijf.

De maximale brutering is dan gelijk aan:

37,1% x 17,9% x € 35.942   of   € 2.386  = € 4.725
      (1 – 49,5%)                               50,5%            

Is het partnerpensioen € 50.238 of hoger, dan is de volledige premiecompensatie belast tegen het hoogste tarief (49,5%). De maximale brutering is dan gelijk aan:

49,5% x 17,9% x € 35.942   of   € 3.185  = € 6.306
      (1 – 49,5%)                               50,5%                             

Eerbiedigende werking

Zoals al eerder is vermeld, zijn er twee manieren om het fiscaal maximale NOP te berekenen, de ruimhartige methode van vóór 01-08-2018 en de methode vanaf
01-08-2018.

Voor NOP-uitkeringen die op of na 1 januari 2019 zijn ingegaan en voor toezeggingen die vanaf 1 augustus 2018 zijn gedaan geldt geen eerbiedigende werking en moet de uitgebreide berekeningssystematiek (vanaf versie 01-08-2018) worden toegepast. 

Indexering

Voor ouderdoms-, partner- en wezenpensioen is in artikel 18d, lid 1, onderdeel a Wet LB bepaald dat de fiscale grenzen mogen worden overschreden voor zover deze overschrijding het gevolg is van een indexering. Dit is niet geregeld voor het NOP. Dit betekent niet dat een NOP niet geïndexeerd kan of mag worden. De indexatie van het NOP is beperkter dan die voor ouderdoms-, partner- en wezenpensioen. Indexatie van het NOP is alleen mogelijk als en voor zover het NOP na de indexatie het voor de NOP-gerechtigde geldende fiscale maximum niet overschrijdt. Bij een fiscaal optimaal NOP is indexatie dus niet mogelijk.

Het is echter wel mogelijk het NOP aan te passen aan een wijziging van de ANW-uitkering, de belasting- en premietarieven en de relevante heffingskortingen.

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen, Pensioen Fiscaal
  • Dinsdag 9 februari 2021
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships