Werknemers bij pensionering voor het eerst gemiddeld ouder dan 65 jaar

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de gemiddelde pensioenleeftijd van werknemers in 2019 voor het eerst net boven de 65 jaar uitkomt. Om precies te zijn 65 jaar en 1 maand. Dit is 4 maanden hoger dan de gemiddelde leeftijd bij pensionering in 2018.

Pensionering vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd komt steeds minder voor. Dat is ook niet zo verwonderlijk, aangezien de pensioenrichtleeftijd vanaf 2005; en voor bestaande regelingen na overgangsrecht vanaf 2006; is gestegen naar 65 jaar en vervolgens naar 67 jaar in 2014 en 68 jaar in 2018. Begin deze eeuw schommelde de gemiddelde pensioenleeftijd nog de rond 61 jaar.

Daarnaast speelt ook de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd hierbij een rol, omdat ‘pensionering’ ook vaak gekoppeld is aan het bereiken van de AOW-leeftijd.  Sinds 1 januari 2013 is de AOW-leeftijd stapsgewijs verhoogd naar 66 jaar in 2018. Voor 2019, 2020 en 2021 geldt een AOW-leeftijd van 66 jaar en 4 maanden. In de jaren daarna stijgt de AOW-leeftijd vertraagd naar 67 jaar:

2022      66 jaar en 7 maanden

2023      66 jaar en 10 maanden

2024      67 jaar

2025      67 jaar

Het aandeel gepensioneerden is redelijk stabiel. Nederland telde in 2019 bijna 3,2 miljoen gepensioneerden.

Informatie

  • Toekomstvoorzieningen, Pensioen, Pensioen Algemeen
  • Dinsdag 17 november 2020