Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en beslagvrije voet

De regering heeft afgesproken dat de schuldenproblematiek beter moet worden aangepakt. Onder de algemene term “Brede Schuldenaanpak” zijn diverse wetten en regels aangepast, om de schuldenproblematiek terug te dringen. Op 1 januari worden er nieuwe stappen gezet in de strijd tegen schulden. Dat gebeurt door invoering van een wijziging in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de Wet vereenvoudiging Beslagvrije voet (WvBVV).

Wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs)

Op 1 juli 2012 is de Wgs ingevoerd. Deze wet regelt dat mensen met problematische schulden bij gemeenten terecht kunnen voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Een deel van de gemeenten geeft zelf hulp, andere schakelen instellingen in die zich bezighouden met schuldhulpverlening. Schulden zijn problematisch als de som van de geëiste maandelijkse aflossingen op schulden en betalingsachterstanden hoger is dan de aflossingscapaciteit. Gevolg is dat de persoon die het betreft niet kan voortgaan met afbetalen of al opgehouden is met betalen.

Aanleiding wijziging

Gemeenten liepen tegen uitvoeringsproblemen aan, omdat ze lang niet altijd over alle financiële gegevens van inwoners van schulden konden beschikken. Door invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) werd het nog lastiger om gegevens te delen.

Daarom is de wet aangepast vanaf 1 januari 2021. De aanpassingen hebben vooral tot gevolg dat gemeenten meer gegevens mogen uitwisselen. Dat leidt tot vroege signalering. Daarmee wordt weer voorkomen dat schulden zo ver oplopen dat deze (bijna) niet meer op te lossen zijn.

Het probleem in Nederland is groot: naar schatting heeft ongeveer 1 op de 6 huishoudens problematische schulden. In Amsterdam is deze vroegsignalering al eerder toegepast, waardoor de schulden van mensen die zich meldden, veel lager was dan het landelijk gemiddelde.

Wat verandert er?

Gemeenten mogen gegevens over burgers uitwisselen met diverse instanties, als die burgers betalingsachterstanden hebben. Het gaat om de volgende instanties:

  • Woningcorporaties
  • Energie- en drinkwaterbedrijven
  • Zorgverzekeraars

Dit betekent dat als er huurachterstanden zijn, de energie- of waterrekening niet wordt betaald, dan wel de zorgverzekering niet op tijd wordt betaald, de gemeente hiervan een seintje krijgt.

De gemeente neemt dan contact op met de inwoner om hulp aan te bieden. Die hulp kan door een medewerker van de gemeente zelf gegeven worden, of door een externe partij.

(Onbedoeld) gevolg BKR-registratie?

Als een inwoner zich al in een vroeg stadium meldt, of de hulp van de gemeente aanneemt vanwege vroegsignalering, dan is er in principe spraak van een vorm van schuldhulp.

Vanaf 1 januari wordt schuldhulp ook bij het BKR geregistreerd onder de nieuwe code SH.

De oude code SR (Schuld Regeling) komt te vervallen. Als er echt een regeling met de inwoner komt, om schulden te verminderen, dan valt dit onder het Saneringskrediet (registratiecode SK).

Enkele partijen zijn bang dat een BKR-registratie inwoners met schulden ervan weerhoudt om zich te melden of hulp aan te nemen. Ze zouden dan bang zijn dat de BKR-registratie allerlei andere financiële mogelijkheden belemmert, zoals het aangaan van een (ander) krediet. Mogelijk worden de regels hierover aangepast, om deze drempel niet op te werpen.

Wet vereenvoudiging Beslagvrije voet (WvBVV)

Beslagvrije voet

De beslagvrije voet (die dus al bestaat) is het minimuminkomen dat iemand moet overhouden na beslaglegging op het inkomen (loon of uitkering). Op zich verandert de beslagvrije voet zelf niet, maar in de praktijk gaat toepassing hiervan nog wel vaak fout. Dat komt doordat meerdere partijen tegelijk beslag leggen op inkomen, waardoor de schuldenaar toch onder het bestaansminimum uitkomt. Door de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbv) wordt het bestaansminimum beter beschermd.

Wat verandert er?

Er wordt een vereenvoudigd model ingevoerd voor de berekening van de beslagvrije voet. Ook zijn er wijzigingen aangebracht in het proces van beslaglegging, waardoor beslagleggende partijen beter van elkaars incassoactiviteiten op de hoogte kunnen zijn. De schuldenaar hoeft vanaf 1 januari 2021 ook niet meer zelf allerlei informatie te verschaffen over de woonsituatie en gezinssamenstelling. De deurwaarder kan dit zelf opzoeken, waardoor niet op een te groot deel van het inkomen beslag wordt gelegd. Die deurwaarder wordt dan de coördinerend deurwaarder genoemd. Deze coördinerend deurwaarder is dan ook het enige aanspreekpunt voor de schuldenaar, waardoor die niet meer met alle partijen die beslag (willen) leggen contact hoeft op te nemen.

De hoogte van de beslagvrije voet verandert niet: die blijft in beginsel op 90% van de bijstandsnorm, zoals die geldt voor de situatie van de schuldenaar. Onder bepaalde omstandigheden kan deze worden verhoogd.

Beslagvrij bedrag

Daarnaast komt er een beslagvrij bedrag: een deel van het tegoed op een bankrekening waarop beslag wordt gelegd, wordt vrijgehouden. Reden daarvoor was dat er soms sprake was van een dubbel beslag: eerst een loonbeslag, rekening houdend met de beslagvrije voet. Vervolgens werd die beslagvrije voet op de rekening gestort, waarop dan weer beslag werd gelegd. Feitelijk was het hierdoor in bepaalde gevallen mogelijk dat toch het hele inkomen in beslag werd genomen en er niets (of te weinig) overbleef om van rond te komen. Rechters hebben zich hierover in het verleden gebogen en uitgesproken dat een dergelijke wijze van beslaglegging onredelijk is. Om misverstanden te voorkomen, wordt nu wettelijk vastgelegd wat de beslagvrije bedragen zijn. 

Een andere reden voor invoering van het beslagvrij bedrag, is dat niet iedereen inkomen geniet uit een uitkering of loon. Er zijn ook veel zzp’ers met wisselend inkomen, waarop geen beslag kan worden gelegd via een werkgever of uitkeringsinstantie. Door invoering van het beslagvrije bedrag, kan er simpelweg beslag op de rekening gelegd worden, onder vrijhouding van het minimale beslagvrije bedrag. De hoogte van het beslagvrije bedrag ligt ongeveer tussen de € 1.500 en € 2.000, afhankelijk van het type huishouden.

Ingangsdatum met overgangsregeling

De ingangsdatum van de WvBVV is, net als de Wgs, 1 januari 2021.

Omdat sommige organisaties nog tijd nodig hebben om aan te sluiten op de rekentool, geldt voor hen een overgangstermijn tot 1 juli 2021.

Informatie

  • Basis
  • EQF 5
  • Donderdag 17 december 2020
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships