Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Wetgeving 2021 Basis

Op 1 januari 2021 zijn enkele wetten aangepast, die van invloed zijn op het geven van een passend financieel advies. In dit bericht geven we, met betrekking tot de module Basis, daarvan een beknopt overzicht. De komende dagen wordt de nieuwe wetgeving voor de andere modules gepubliceerd.

Werk en Inkomen

Wettelijk minimumloon en uitkeringsbedragen

De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon zijn per 1 januari 2021 gestegen met 1,85% ten opzichte van 1 januari 2020 (en met 0,29% ten opzichte van 1 juli 2020).

De meeste uitkeringen, zoals de AOW, Bijstandsuitkering en de Wajong, zijn ook gewijzigd. Deze uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon.

Maximum dagloon

Het maximum dagloon is verhoogd, waardoor ook de maximale uitkeringen in het kader van WW of WIA is verhoogd.

Tarieven box 1

Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, geldt een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting in box 1.

Dat leidt tot de volgende tarieven:

Jonger dan AOW-leeftijd

 

Belastbaar inkomen meer dan

Doch niet meer dan

Totaal tarief

Heffing over totaal van de schijven

Eerste schijf

-

€ 68.507

37,10%

€ 25.416

Tweede schijf

€ 68.507

-

49,50%

-


Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd wel hebben bereikt, gelden nog wel drie tariefschijven. De exacte schijfgrenzen zijn afhankelijk van het geboortejaar.

AOW-leeftijd en ouder geboren vanaf 1 januari 1946

 

Belastbaar inkomen meer dan

Doch niet meer dan

Totaal tarief

Heffing over totaal van de schijven

Eerste schijf

-

€ 35.129

19,20%

€    6.744

Tweede schijf

€ 35.129

€ 68.507

37,10%

€  19.127

Derde schijf

€ 68.507

 -

49,50%

 -

AOW-leeftijd en ouder geboren voor 1 januari 1946

 

Belastbaar inkomen meer dan

Doch niet meer dan

Totaal tarief

Heffing over totaal van de schijven

Eerste schijf

-

€ 35.941

19,20%

€   6.900

Tweede schijf

€ 35.941

€ 68.507

37,10%

€ 18.981

Derde schijf

€ 68.507

-

49,50%

 -


Een deel van de te betalen belasting bestaat uit premies volksverzekeringen. Het tarief voor deze premies volksverzekeringen is in totaal 27,65% (gelijk aan 2020). De premies volksverzekeringen bestaan uit premies voor de AOW (17,9%), Anw (0,1%) en Wlz (9,65%).

Tariefmaatregel

In 2021 wordt de volgende stap in de tariefmaatregel genomen. Dat betekent dat bepaalde aftrekposten niet meer tegen het hoogste tarief van de inkomstenbelasting (49,5%) kunnen worden afgetrokken, maar slechts tegen een tarief van 43% (2020: maximaal 46%).

Het gaat om de volgende aftrekposten:

  • Hypotheekrente (rente over een eigenwoningschuld). Voor hypotheekrenteaftrek gold al dat het aftrektarief stapsgewijs werd verlaagd sinds 2014
  • Ondernemersaftrek (zoals de zelfstandigenaftrek, waarvoor geldt dat deze ook verlaagd wordt)
  • MKB-winstvrijstelling
  • Terbeschikkingstellingsvrijstelling
  • Persoonsgebonden aftrek, zoals partneralimentatie of specifieke zorgkosten

In de komende jaren wordt het maximale aftrektarief telkens verder verlaagd, totdat in 2023 een basis-aftrektarief van 37,05% bereikt is. In 2024 wordt dit tarief 37,03%.

Eigenwoningforfait

De tarieven voor de bijtelling van het eigenwoningforfait voor woningen is verlaagd met 0,05%. Voor de meeste woningen (met een waarde tussen € 75.000 en
€ 1.110.000) is dit eigenwoningforfait 0,50% (2020: 0,60%). Voor woningen met een WOZ-waarde boven de € 1.110.000 blijft het bijtellingspercentage in 2021 gelijk aan dat van 2020 (2,35% voor zover de waarde hoger is dan € 1.110.000).

Wijzigingen heffingskortingen

  • De algemene heffingskorting is maximaal € 2.837 (2020: € 2.711). Voor zover het belastbaar inkomen hoger is dan € 21.043 wordt deze heffingskorting verlaagd met 5,977% (2020: 5,672%). Voor inkomens van € 68.507 (idem 2020) of meer betekent dit dat de algemene heffingskorting nihil is.
    Als er een minder of niet verdienende partner is, kan deze de algemene heffingskorting deels zelf verkrijgen. Het percentage waarop de minstverdienende partner zelfstandig recht heeft is maximaal 13,33% (of wel
    € 378), maar nooit meer dan wat de meestverdienende partner nog als inkomstenbelasting is verschuldigd.
    Voor AOW-gerechtigden geldt een lagere algemene heffingskorting en een lager afbouwpercentage.
  • De arbeidskorting is maximaal € 4.205 (2020: € 3.819). De opbouw van de arbeidskorting geschiedt over drie schijven en het maximum wordt bereikt bij een inkomen van € 35.652. Voor zover het belastbaar inkomen hoger is dan € 35.652 wordt deze heffingskorting verlaagd met 6% (idem 2020). Voor inkomens boven de € 105.736 (2020: € 98.604) is de arbeidskorting nihil.
  • De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) voor inkomens tot € 5.153 (2020: € 5.072) is er geen IACK. Voor zover het belastbaar inkomen hoger is dan
    € 5.153 begint de IACK op te bouwen met 11,45% (idem 2020) tot een maximum van € 2.815 (2020: € 2.881). Dit maximum wordt bereikt bij een belastbaar inkomen van € 29.738 (2020: € 30.234).
  • De ouderenkorting bedraagt in 2021 maximaal € 1.703 (2020: € 1.622). Dit maximum wordt afgebouwd met 15% (net als in 2020) vanaf een verzamelinkomen van € 37.970 (2020: € 37.372).  Boven een inkomen van
    € 49.323 (2020: € 48.185) is de ouderenkorting afgebouwd tot nul.
  • Tot slot is vooral in 2021 de levensloopverlofkorting van belang. In 2012 is deze afgeschaft, maar er geldt een overgangsregeling. Die overgangsregeling eindigt op 1 november 2020. Op dat moment valt het saldo op een levenslooprekening vrij en wordt belast. Er geldt wel een korting van € 223 op de belasting voor elk jaar tot 2012 dat iemand deelgenomen heeft aan de levensloopverlofkorting. 

Kindregelingen

Voor gezinnen met kinderen zijn de volgende kindregelingen aangepast:

  • Het Kindgebonden budget is € 1.204 (2020: € 1.185) voor het eerste kind. Voor het tweede kind is dit € 1.022 (2020: € 1.005) en voor het derde en volgende kind € 919 (2020: € 297) per kind
  • De Kinderopvangtoeslag is ook verhoogd. Het maximumtarief voor dagopvang is € 8,46 per uur (2020: € 8,17). Voor BSO of gastouderopvang ligt dit bedrag lager
    (€ 7,27 respectievelijk € 6,49)

Wijzigingen box 3

Sinds 2017 wordt uitgegaan van een rendement op vermogen dat afhankelijk is van de hoogte van dat vermogen. Het uitgangspunt daarbij is dat hoe hoger iemands vermogen is, des te groter het deel is dat belegd wordt. Omdat beleggen wordt geacht een hoger rendement op te leveren dan sparen, wordt het rendement voor hogere vermogens geacht ook hoger te zijn.

  • Het rendement op sparen wordt in 2021 gesteld op 0,03% (2020: 0,07%)
  • Het rendement op beleggen wordt gesteld op 5,69% (2020: 5,28%)
  • Er geldt een vrijstelling van € 50.000 (2020: € 30.846) per belastingplichtige
  • Het tarief gaat omhoog naar 31% (2020: 30%)

Dat leidt tot de volgende staffels:

Grondslag sparen en beleggen

(na aftrek vrijstelling)

Spaardeel (0,03%)

Beleggingsdeel (5,69%)

Forfaitair rendement

Effectieve belasting (31%)

Tot en met
€ 50.000

67%

33%

1,90%

0,59%

Van € 50.000 tot en met € 950.000

21%

79%

4,50%

1,40%

Vanaf € 950.000

0%

100%

5,69%

1,76%


Naast de eerder genoemde algemene vrijstelling, geldt een extra vrijstelling voor groene beleggingen van € 60.429 (2020: € 59.477). Ook voor een uitvaart- of overlijdensrisicoverzekering in box 3 geldt een extra vrijstelling van € 7.348 (2020:
€ 7.232) per belastingplichtige. Tot slot geldt er een vrijstelling van contant geld van
€ 552 (2020: € 543) per belastingplichtige.

Schulden komen in mindering op de grondslag sparen en beleggen, waarbij de eerste
€ 3.200 (2020: € 3.100) per belastingplichtige niet als schuld telt.

Overige informatie toeslagen in relatie tot vermogen

De box 3-vrijstelling is flink verhoogd in 2021. Voor veel toeslagen gold tot en met 2020 dezelfde vrijstellingsgrens ook als grens waarboven iemand niet meer in aanmerking zou komen voor die toeslag. Vanaf 2021 is dat niet meer het geval. Voor de huurtoeslag geldt nu een aparte vrijstelling van € 31.340 per belastingplichtige. Voor de zorgtoeslag en het Kindgebonden Budget gelden hogere vermogensgrenzen.

Tot slot is er voor dit jaar een speciale extra vrijstelling voor de vermogenstoets inzake toeslagen: compensaties aan de slachtoffers van het kinderopvangtoeslag-schandaal, tellen niet mee als vermogen. Deze groep zou met de compensatie anders mogelijk van de regen in de drup belanden: de compensatie zou ertoe kunnen leiden dat het vermogen zo hoog wordt, dat geen recht meer ontstaat op een toeslag.

Voor alle toeslagen geldt bovendien dat deze inkomensafhankelijk zijn.

Overige opvallende fiscale wijzigingen

Er zijn nog twee relevante wijzigingen op fiscaal gebied, die het vermelden waard zijn:

  • Het tarief van de overdrachtsbelasting wordt gedifferentieerd. Deze belasting is verschuldigd bij aankoop van onroerend goed. Het standaardtarief wordt 8% (in 2020: 6%). Dit standaardtarief geldt voor alle gebouwen die geen eigen woning zijn voor die koper. Voor kopers van een eigen woning geldt het verlaagde tarief van 2%. En is de koper op het moment van aanschaf nog geen 35 jaar oud, dan geldt een vrijstelling. Deze vrijstelling is éénmalig. Iemand die er een keer gebruik van heeft gemaakt, kan die daarna niet meer gebruiken. Van 1 januari tot 1 april 2021 geldt de vrijstelling voor elke eigen woning. Vanaf 1 april 2021 geldt die alleen als de waarde van de woning lager is dan € 400.000.
  • De schenkingsvrijstellingen in de successiewet (voor de schenkbelasting) worden jaarlijks geïndexeerd. In 2021 wordt de vrijstelling voor schenkingen aan kinderen en de groep ‘overige verkrijgers’ echter eenmalig met € 1.000 extra verhoogd.

Zorg

Verplicht eigen risico blijft gelijk op € 385

In 2021 bedraagt het verplicht eigen risico van de zorgverzekering € 385 (ongewijzigd). Dit eigen risico geldt voor alle verzekerden vanaf 18 jaar.

Wijzigingen zorgtoeslag in 2021

De zorgtoeslag is in 2021 maximaal € 1.284 (2020: € 1.250) per jaar voor alleenstaanden en € 2.484 (2020: € 2.397) voor iedereen met een toeslagpartner. De toeslag vervalt voor alleenstaanden boven een inkomen van € 31.138 (2020: € 30.481) en voor partners met een gezamenlijk inkomen boven de € 39.979 (2020: € 38.945).

Ook boven een vermogen van € 118.479 (2020: € 116.613) geldt dat er geen recht meer bestaat op zorgtoeslag voor een alleenstaande. Voor iemand met een toeslagpartner is dit maximum € 149.819.

Maximum bijdrage-inkomen Zorgverzekeringswet (Zvw) verandert

In 2021 bedraagt het maximum bijdrage-inkomen voor de Zvw op jaarbasis € 58.311 (2020: € 57.232). Het percentage inkomensafhankelijke hoge bijdrage voor de Zvw is gestegen naar 7,0% (2020: 6,70%). Verzekeringsplichtigen (lage bijdrage) zijn in 2021 5,75% (2020: 5,45%) verschuldigd over hun bijdrage-inkomen tot een maximum van
€ 3.352 (2020: € 3.119). Dit percentage geldt onder meer voor zelfstandigen, AOW’ers, ondernemers en pensioengerechtigden.

Toekomstvoorzieningen

Temporisering verhoging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd blijft in 2021 66 jaar en vier maanden, net als in 2020.

Er was een snellere verhoging van de AOW-leeftijd voorzien, maar die verhoging wordt ‘getemporiseerd’. Dat wil zeggen dat deze deels uitgesteld wordt en daarna minder snel zal verlopen. In 2022, 2023 en 2024 wordt de AOW-leeftijd telkens met 3 maanden verhoogd, zodat deze in 2024 uitkomt op 67 jaar. In 2025 en 2026 blijft deze 67 jaar.

Verhoging aftoppingsgrens lijfrente- en pensioenopbouw

Sinds 2015 is het inkomen waarover bruto pensioen of een bruto lijfrente opgebouwd kan worden gemaximeerd. Het maximum inkomen waarover bruto lijfrente- en pensioenopbouw mogelijk is, is in 2021 verhoogd tot € 112.189 (2020: € 110.111).

Ontslagvergoeding

Bij ontslag kunnen werknemers recht hebben op een transitievergoeding (dus ook werknemers met tijdelijke contracten die aflopen). Sinds 2020 wordt het recht op een transitievergoeding al vanaf de eerste werkdag opgebouwd. Tot en met 2019 gold nog dat hierop pas recht was nadat de werknemer 2 jaar in dienst was.

De hoogte van de transitievergoeding is afhankelijk van het aantal dienstjaren van de ontslagen werknemer. De transitievergoeding is 1/3e van het maandsalaris is per gewerkt jaar. Er gelden sinds 2020 geen uitzonderingen meer voor werknemers die meer dan 10 jaar in dienst zijn geweest of werknemers van 50 jaar of ouder. Dat was tot en met 2019 nog wel zo. De maximale transitievergoeding is in 2021 € 84.000 (2020: € 83.000).

Compensatie spoofing banken

Eind december 2020 hebben banken samen met het Ministerie van Financiën afspraken gemaakt over het vergoeden van schade als gevolg van spoofing. Deze vorm van fraude komt eigenlijk niet voor vergoeding in aanmerking. Het gaat om het overboeken van geld door een klant, op basis van valse voorwendselen. Bij spoofing wordt er door de oplichter een andere identiteit aangenomen om de klant te misleiden om tot een bepaalde handeling over te gaan. Bijvoorbeeld door whatsapp-fraude, waarbij iemand zich voordoet als een kind met een acuut financieel probleem. Of doordat de klant gebeld wordt door een iemand met een telefoonnummer dat gelijk is aan dat van de bank. Omdat bij spoofing de betaling wettelijk gezien door de klant zelf is geïnitieerd, valt deze vorm van fraude in de regel niet onder de wettelijke plicht tot vergoeding (bij phishing of bij een hack van de bank is dat vaak anders).

Dit heeft tot sommige schrijnende gevallen geleid. Soms hebben banken uit coulance al schade gecompenseerd. Die coulanceregeling wordt nu gestroomlijnd.

ABN AMRO, Rabobank, ING en De Volksbank gaan het volgende coulancekader, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020, toepassen voor spoofing voor zover dit niet al toegepast wordt door de individuele bank. Dit betreft een uniform afwegingkader waarbij vanuit coulance compensatie wordt verleend aan consumenten als:

  • Er aantoonbaar en overtuigend sprake is van misbruik van de naam of telefoonnummer van de eigen bank. Bij spoofing wordt misbruik gemaakt van het vertrouwen dat klanten in hun bank hebben doordat de criminelen de naam of het nummer van de bank misbruiken
  • Er door het slachtoffer aangifte bij de politie gedaan is, waarbij het slachtoffer haar bank een kopie van het proces-verbaal van de aangifte verstrekt

Hierbij geldt het principe dat er geen sprake mag zijn van grove nalatigheid van de klant. Hierdoor lijkt de eerder genoemde Whatsapp-fraude niet onder de coulanceregeling te vallen. In die gevallen wordt de naam of het nummer van de bank immers niet gebruikt.

Impact Brexitdeal

Op 1 januari 2021 heeft het Verenigd Koninkrijk de EU verlaten. Op de valreep is er op 24 december 2020 een handelsakkoord gesloten tussen de resterende EU-landen en het VK. Dit akkoord is zeer omvangrijk. Het is op het moment dat dit artikel geplaatst wordt, nog niet exact bekend wat de impact van de brexitdeal is op financiële diensten en producten.

Zonder afspraken zal bijvoorbeeld onder meer de European Health Insurance Card (EHIC, de achterkant van uw zorgpas) niet meer gelden in het VK. Voor het overige zal er voor de meeste Nederlandse consumenten niet of nauwelijks iets veranderen. Voor (hypothecaire of consumptieve) kredieten bij Britse banken geldt al dat deze banken meestal alle leningen hebben overgedragen naar een vestiging in een EU-land. Ook voor schadeverzekeringen (zoals de WA-verzekering voor een auto) geldt dat die gewoon geldig blijft in het VK met een “Europadekking”.

Informatie

  • Basis
  • EQF 5
  • Dinsdag 5 januari 2021
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships