Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Wetgeving 2021 – ondernemer/DGA

Op 15 december 2020 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2021. In dit bericht zijn onder andere de belangrijkste belastingcijfers en wijzigingen per 1 januari 2021 voor de IB-ondernemer en de directeur-grootaandeelhouder opgenomen. De bedragen tussen haakjes zijn de bedragen van 2020. De belastingcijfers zijn mede ontleend aan een publicatie van het Ministerie van Financiën van 15 december 2020.

De IB-ondernemer

  • De zelfstandigenaftrek wordt stapsgewijs teruggebracht tot € 3.240 in 2036. Per 1 januari 2021 bedraagt de zelfstandigenaftrek € 6.670 (€ 7.030). Hierna wordt de zelfstandigenaftrek tot en met 2027 verlaagd met € 360 per jaar, per 1 januari 2028 met € 390 per jaar en in de jaren daarna met € 110 tot uiteindelijk € 3.240 in 2036.
  • De MKB-winstvrijstelling is 14% (14%) van de winst, nadat deze is verminderd met de ondernemersaftrek.
  • De startersaftrek is € 2.123 (€ 2.123).
  • De aftrek speur- en ontwikkelingswerk is € 13.188 (€ 12.980). Indien de ondernemer in één of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en bij hem in die periode niet meer dan tweemaal de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk is toegepast, wordt de aftrek speur- en ontwikkelingswerk verhoogd met € 6.598 (€ 6.494).
  • De meewerkaftrek is:

Bij arbeid van de partner die gedurende het kalenderjaar een aantal uren in beslag neemt: gelijk aan of meer dan

Maar minder dan

Bedraagt de meewerkaftrek

  525

  875

1,25% van de winst

  875

1.225

2,00% van de winst

1.225

1.750

3,00% van de winst

1.750

-

4,00% van de winst

  • De toevoeging aan de oudedagsreserve bedraagt 9,44% (9,44%) van de winst, maar niet meer dan € 9.395 (€ 9.218).
  • Het aftrektarief voor de MKB-winstvrijstelling en de ondernemersaftrek is in 2021 maximaal 43% (46%). De aftrek wordt in twee stappen van circa 3% afgebouwd naar maximaal 37,05% in 2023.
  • De extra ruimte aan inleg-/premieaftrek lijfrente bij ondernemers die hun onderneming of een gedeelte van hun onderneming staken bedraagt maximaal:
    • € 474.517 (€ 467.044) bij:
      • Overdrachten door ondernemers die ten hoogste vijf jaar jonger zijn dan de AOW-gerechtigde leeftijd (2021: 61 jaar en 4 maanden of ouder)
      • Overdrachten door invalide ondernemers (45% of meer arbeidsongeschikt), mits de termijnen ingaan binnen 6 maanden na staking
      • Het staken van de onderneming door overlijden
    • € 237.267 (€ 233.530) bij:
      • Overdrachten door ondernemers met een leeftijd tussen de vijftien en vijf jaar lager dan de AOW-gerechtigde leeftijd (2021: een leeftijd tussen de 51 jaar en 4 maanden, en 61 jaar en 4 maanden)
      • Overdrachten door ondernemers indien de lijfrente-uitkeringen direct ingaan
    • € 118.640 (€ 116.771) in de overige gevallen
  • De berekening van de kleinschaligheidsinversteringsaftrek (KIA) is voor twee situaties in de wetgeving verder uitgewerkt. De eerste situatie is die waarin een ondernemer deelneemt in een samenwerkingsverband zoals een maatschap of een vof. In dat geval wordt eerst een bedrag aan KIA bepaald aan de hand van alle investeringen van de deelnemers in het samenwerkingsverband plus de buitenvennootschappelijke investeringen van de betreffende belastingplichtige. Vervolgens wordt naar evenredigheid bepaald welk deel van de bepaalde KIA aan de belastingplichtige toekomt op basis van diens bijdrage aan de investeringen. Ten tweede is geregeld dat een ondernemer die meerdere afzonderlijke ondernemingen naast elkaar drijft voor iedere onderneming apart recht heeft op de KIA.

De directeur-grootaandeelhouder

Box 2

  • Het tarief in box 2 bedraagt 26,9% (26,25%).
  • Het forfaitaire voordeel uit een aanmerkelijk belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) of een buitenlands beleggingslichaam bedraagt 5,69% (5,33%) van de waarde in het economische verkeer.
  • Het wetsvoorstel ‘Wet excessief lenen bij de eigen bv’ is in behandeling bij de Tweede Kamer; op 17 december 2020 is de nota naar aanleiding van het verslag bij de Tweede Kamer ingediend.
    Met deze wet wil het kabinet het bovenmatig lenen door aanmerkelijkbelanghouders van de eigen vennootschap ontmoedigen. Van bovenmatig lenen is sprake voor zover het gezamenlijke bedrag aan directe of indirecte schulden van een aanmerkelijkbelanghouder en diens partner bij de eigen vennootschap ultimo het jaar hoger is dan € 500.000. Schulden van verbonden personen (ouders, kinderen en kleinkinderen) die zelf geen aanmerkelijk belang hebben in de vennootschap tellen ook mee, maar alleen voor zover deze schulden hoger zijn dan € 500.000.
    Het deel van de schulden boven de € 500.000 wordt aangemerkt als een zogenoemd fictief regulier voordeel. Hierover betaalt de aanmerkelijkbelanghouder aanmerkelijkbelangheffing. Ter voorkoming van dubbele belastingheffing wordt het fictief regulier voordeel verrekend zodra de schulden worden afgelost dan wel wanneer het aanmerkelijk belang eindigt. De maatregel geldt voor alle schulden van de aanmerkelijkbelanghouder en zijn partner. Een uitzondering is er voor de schuld die is aangegaan bij de aankoop van de eigen woning en waarvan de rente aftrekbaar is in de inkomstenbelasting. Deze uitzondering geldt als een recht van hypotheek op de eigen woning is verstrekt aan de vennootschap. Voor de eigenwoningschulden die zijn aangegaan voor 31 december 2022 geldt de uitzondering ook zonder het verstrekken van dit recht van hypotheek.
    De ‘Wet excessief lenen bij de eigen bv’ treedt per 1 januari 2023 in werking. De eerste peildatum voor de beoordeling of er sprake is van bovenmatig lenen is 31 december 2023.

De terbeschikkingstellingsregeling

De terbeschikkingsstellingsvrijstelling bedraagt 12% (12%) van het resultaat.

Het aftrektarief is in 2021 maximaal 43% (46%). De aftrek wordt in twee stappen van circa 3% afgebouwd naar maximaal 37,05% in 2023.

Gebruikelijk loon

Het gebruikelijk loon bedraagt in 2021 € 47.000 (€ 46.000).

Vennootschapsbelasting

  • Tarief

Belastbare winst meer dan

Doch niet meer dan

Belastingtarief

Heffing

                €              0

€ 245.000

15% (16,5%)

€ 36.750

  € 245.000

 

25%

 

De grens tussen de schijven wordt in 2022 verhoogd naar € 395.000.

  • Innovatiebox
    Het effectieve tarief van de innovatiebox is per 1 januari 2021 verhoogd van 7% naar 9%.
  • Beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling
    Vanaf 1 januari 2021 is het niet langer mogelijk om het tijdstip waarop een liquidatie- of stakingsverlies kan worden genomen naar willekeur te plannen. Dat geldt voor alle belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting, ongeacht de omvang van het liquidatie- of stakingsverlies.
    De liquidatieverliesregeling is beperkt door de invoering van drie nieuwe voorwaarden:
    • De temporele voorwaarde: een liquidatieverlies kan alleen worden benut binnen drie jaar nadat de activiteiten zijn beëindigd of het besluit daartoe is genomen
    • De kwantitatieve voorwaarde: het liquidatieverlies is alleen aftrekbaar als de Nederlandse moedermaatschappij een beslissende invloed heeft op de besluitvorming van de dochteronderneming
    • De territoriale voorwaarde: de dochteronderneming is zelf in Nederland of in een andere EU/EER-lidstaat gevestigd

De territoriale en kwantitatieve voorwaarde zijn alleen van toepassing voor zover een liquidatieverlies meer bedraagt dan € 5.000.000. De toets aan de kwantitatieve en territoriale voorwaarde vindt plaats op het tijdstip direct voorafgaand aan het voltooien van de vereffening.
Met betrekking tot het stakingsverlies van een vaste inrichting is de kwantitatieve voorwaarde niet van toepassing, maar de temporele en territoriale voorwaarde wel. Er geldt een overgangsbepaling ten aanzien van de temporele voorwaarde.

  • Aanpassing verliescompensatie
    Vanaf 1 januari 2022 kunnen verliezen uit voorafgaande jaren, die gezamenlijk meer dan € 1.000.000 bedragen, in een bepaald jaar worden verrekend tot een bedrag van € 1.000.000. Bij een belastbare winst boven € 1.000.000 zijn de verliezen slechts tot 50% van die hogere belastbare winst in een jaar verrekenbaar. Tegenover deze beperking staat een verruiming in de vorm van een in de tijd onbeperkte voorwaartse verliesverrekening. De wijziging is ook van toepassing op de achterwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting.
    Een verlies dat als gevolg van de voorgestelde beperking in een jaar niet volledig voorwaarts of achterwaarts verrekenbaar is, kan in een volgend jaar met inachtneming van dezelfde beperking worden verrekend. De wijzigingen met betrekking tot de voorwaartse verliesverrekening zijn van toepassing op alle verrekenbare verliezen die ontstaan vanaf 1 januari 2022 of die ultimo 2021 nog voorwaarts verrekenbaar zijn.
    Voor ondernemers (box 1) en aanmerkelijkbelanghouders (box 2) in de inkomstenbelasting blijft de verliesverrekening ongewijzigd.
  • Aanscherping renteaftrekbeperking
    De specifieke renteaftrekbeperking (artikel 10a Wet Vpb), die binnen concernverband grondslaguitholling door renteaftrek beoogt tegen te gaan, is aangepast. De aanpassing bewerkstelligt dat per kwalificerende schuld de specifieke renteaftrekbeperking per saldo niet langer kan leiden tot een lagere winst. Per schuld dient te worden bepaald of het bedrag aan negatieve rente of valutawinst het bedrag aan positieve rente, valutaverlies of kosten overschrijdt. Voor zover dat het geval is, wordt dit saldo niet langer op grond van deze aftrekbeperking buiten aanmerking gelaten bij het bepalen van de winst.
  • Nieuwe Vpb-groepsregeling
    De consolidatiegedachte, die ten grondslag ligt aan de huidige fiscale eenheid, staat door een uitspraak 22 februari 2018 van het Hof van Justitie van de Europese Unie onder druk. Als reactie op deze uitspraak zijn in de ‘Wet spoedreparatie fiscale eenheid’ van 24 april 2019 enkele spoedreparatiemaatregelen getroffen om de meest kwetsbare elementen van het fiscale-eenheidsregime te repareren.
    Van 17 juni 2019 tot en met 29 juli 2019 heeft er een internetconsultatie plaatsgevonden over een nieuwe fiscale groepsregeling. Hierbij is voor het kabinet een aantal randvoorwaarden van belang. Een nieuwe groepsregeling moet onder andere juridisch bestendig zijn en niet vatbaar zijn voor misbruik. Verder is de EU-rechtelijke houdbaarheid van een nieuwe regeling van groot belang. Daarnaast moet een nieuwe groepsregeling bijdragen aan een goed fiscaal ondernemingsklimaat en goed uitvoerbaar zijn voor zowel het bedrijfsleven als de Belastingdienst.

In de internetconsultatie zijn vier mogelijke oplossingsrichtingen voorgelegd:

    1. Het continueren van de huidige fiscale eenheidsregeling inclusief de spoedreparatie en mogelijk toekomstige reparatiemaatregelen
    2. Het volledig afschaffen van het fiscale eenheidsregime zonder een vervangende groepsregeling
    3. Een verlies- of winstoverdrachtregeling dan wel een resultatenpoolingsysteem
    4. Een grensoverschrijdende groepsregeling met objectvrijstelling

Oplossingsrichting 1 en 3 lijken het meeste draagvlak te hebben. De staatssecretaris maakt nog geen definitieve keuze, dat laat hij over aan een nieuw kabinet.

Erf- en schenkbelasting

Een verkrijging van ondernemingsvermogen is tot een waarde van € 1.119.845
(€ 1.102.209) van de objectieve ondernemingen voor 100% vrijgesteld. Voor ondernemingen die meer waard zijn dan € 1.119.845 (€ 1.102.209) geldt voor het meerdere verkregene een vrijstelling van 83%. Voor de belasting die dan eventueel nog is verschuldigd over het niet-vrijgestelde deel kan 10 jaar uitstel van betaling worden verkregen.

Overdrachtsbelasting

De verkrijging van bedrijfspanden bestemd voor eigen gebruik of panden/woningen bestemd voor de verhuur vanaf 2021 wordt vanaf 1 januari 2021 belast tegen 8% (6%/2%).

Loonbelasting

Werkkostenregeling

In 2021 bedraagt de vrije ruimte van de werkkostenregeling 1,7% van de loonsom tot en met € 400.000 plus 1,18% van de resterende loonsom.

De Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)

De BIK is een tijdelijke (tot en met 31 december 2022) aanvulling op al bestaande meer specifieke stimuleringsmaatregelen zoals bijvoorbeeld de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Het is voor ondernemers mogelijk om verschillende investeringsregelingen tegelijkertijd te benutten.

De BIK is een afdrachtvermindering op de loonheffing. De hoogte van de afdrachtvermindering bedraagt 3,9% tot een investeringsbedrag van € 5 miljoen per kalenderjaar per BIK-inhoudingsplichtige en 1,8% over de investeringen voor het meerdere. Deze afdrachtvermindering is van toepassing op investeringen van tenminste € 1.500 per bedrijfsmiddel en ten minste € 20.000 per aanvraag.

Als investering voor de BIK worden investeringen aangemerkt die naar hun aard ook als investering zouden kwalificeren voor de KIA. De BIK is alleen van toepassing op een niet eerder gebruikt bedrijfsmiddel. De investeringsverplichting in het nieuwe bedrijfsmiddel moet zijn aangegaan op of na 1 oktober 2020. De bedrijfsmiddelen moeten in 2021 of 2022 volledig zijn betaald en binnen zes maanden na die betaling in gebruik zijn genomen. Verplichtingen ter zake van de verbetering van een bedrijfsmiddel en voortbrengingskosten ter zake van een bedrijfsmiddel komen niet in aanmerking.

De BIK-regeling wordt grotendeels uitgevoerd door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO). Een bedrijf kan maximaal een keer per kwartaal een aanvraag doen.

In de BIK-regeling zijn sanctiebepalingen opgenomen indien ten onrechte gebruik wordt gemaakt van de regeling.

De mogelijkheid om als ‘fiscale eenheid’ gebruik te maken van de BIK, gaat pas later in. De Europese Commissie moet dit specifieke onderdeel nog goedkeuren. Als na deze goedkeuring de mogelijkheid om als ‘fiscale eenheid’ gebruik te maken van de BIK gaat gelden, is dit met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2021.  Indien die goedkeuring niet komt, zullen de percentages van de BIK met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 worden verhoogd. Bij grote investeringen in een jaar wordt de korting tot € 5 miljoen in dat geval 5%, daarboven 2,08%.

Informatie

  • VTVaktechniek
  • Fiscaal: Wet IB, Fiscaal: Wet Vpb, Fiscaal: Successiewet, Fiscaal: Overig
  • EQF 7
  • Donderdag 7 januari 2021
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships