Wetsvoorstel tot beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling

Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën heeft op 15 september 2020 het wetsvoorstel ‘Wet beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling’ bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel is een reactie op het initiatiefwetsvoorstel van vorig jaar van GroenLinks, SP en PvdA met als doel de aftrekbaarheid van liquidatie- en stakingsverliezen te beperken.

Met het wetsvoorstel wordt het niet langer mogelijk om het tijdstip waarop een liquidatie- of stakingsverlies kan worden genomen naar willekeur te plannen. Dat geldt voor alle belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting, ongeacht de omvang van het liquidatie- of stakingsverlies.

Voorgesteld wordt om de liquidatieverliesregeling te beperken door deze uit te breiden met drie nieuwe voorwaarden:

  • Temporele voorwaarde: een liquidatieverlies kan alleen worden benut binnen drie jaar nadat de activiteiten zijn beëindigd of het besluit daartoe is genomen
  • Kwantitatieve voorwaarde: het liquidatieverlies is alleen aftrekbaar als de Nederlandse moedermaatschappij een beslissende invloed heeft op de besluitvorming van de dochteronderneming
  • Territoriale voorwaarde: de dochteronderneming is zelf in Nederland of in een andere EU/EER-lidstaat gevestigd

De territoriale en kwantitatieve voorwaarde zijn alleen van toepassing voor zover een liquidatieverlies meer bedraagt dan € 5.000.000. De toets aan de kwantitatieve en territoriale voorwaarde vindt plaats op het tijdstip direct voorafgaand aan het voltooien van de vereffening. 

Met betrekking tot het stakingsverlies van een vaste inrichting is de kwantitatieve voorwaarde niet van toepassing, maar de temporele en territoriale voorwaarde wel.

De voorgestelde beperking van de liquidatie- en stakingsverliesregeling treedt in werking per 1 januari 2021. Er geldt een overgangsbepaling ten aanzien van de temporele voorwaarde.

Informatie

  • Fiscaal: Wet Vpb
  • Maandag 21 september 2020