Zorgkosten betaald na overlijden niet aftrekbaar bij overledene

De Hoge Raad heeft op 6 december 2019 uitspraak gedaan in hoeverre zorgkosten, die betaald zijn na het overlijden, nog aftrekbaar zijn bij de overledene.

De moeder van belanghebbenden is overleden. Voorafgaand aan haar overlijden is zij persoonlijk verzorgd en is aan haar medicatie ten behoeve van palliatieve sedatie verstrekt. Na haar overlijden zijn drie nota’s ontvangen voor de kosten in verband met de gezinshulp en de medicatie. Belanghebbenden hebben deze zorgkosten uit de onverdeelde boedel betaald. 

 

In geschil is of de zorgkosten als specifieke zorgkosten in aftrek kunnen komen op het inkomen van de moeder. Het hof heeft net als de rechtbank geoordeeld dat de kosten worden geacht op de moeder te drukken en daarom nog op haar inkomen in aftrek kunnen worden gebracht.

 

De Hoge Raad overweegt dat het voor de hand ligt dat kosten in de laatste weken van het leven pas na het overlijden worden betaald. Aftrek is dan niet mogelijk, omdat artikel 6.40 Wet IB 2001 bepaalt dat het tijdstip waarop de kosten voor aftrek in aanmerking komen, het tijdstip van betaling is. In dit geval zijn de kosten na het overlijden van de moeder door belanghebbenden betaald. De kosten kunnen daarom alleen bij belanghebbenden in aanmerking worden genomen met inachtneming van de voor hen geldende drempel. De aftrek bij de moeder is echter niet mogelijk.

Informatie

  • Fiscaal: Wet IB
  • Maandag 9 december 2019