Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Zorgplicht adviseur bij verduistering inventaris

Een assurantietussenpersoon heeft een bepaalde zorgplicht, waar het gaat over verzekerde inventaris. In een specifiek geval deed zich de vraag voor hoever die zorgplicht reikt bij een niet standaard verzekerd risico (verduistering), waarvan het belang voor verzekerde wel erg groot was.

Over die vraag boog het Gerechtshof zich, die met een uitspraak kwam die afweek van een eerdere uitspraak van de rechtbank.

Procedure in eerste aanleg

Verzekerde exploiteert een handelsbedrijf dat zich bezighoudt met de inkoop en verkoop van uien. Een sorteerbedrijf hield zich bezig met het sorteren en verpakken van uien vanuit de panden van de verzekerde. Een dochteronderneming van de verzekerde gaat een samenwerking aan met het sorteerbedrijf. Het samenwerkingsverband leverde uien aan het sorteerbedrijf die door het sorteerbedrijf werden verkocht en gefactureerd door het samenwerkingsverband.

Verzekerde heeft de bedrijfsinventaris van het sorteerbedrijf gekocht, waaronder de uiensorteerlijn die in deze casus de hoofdrol speelt. De gekochte inventaris is gebleven in het pand van de verzekerde en is gehuurd door het sorteerbedrijf.

De assurantietussenpersoon heeft voor de inventaris een verzekering geregeld tegen diefstal en inbraak en extra kosten door bedrijfsstagnatie als gevolg van deze risico’s. Het was de assurantietussenpersoon bekend dat de verzekerde inventaris verhuurd werd.

Er ontstaat onenigheid tussen de bedrijven en uiteindelijk gaat het sorteerbedrijf failliet. Kort voor het faillissement is de sorteermachine uit de loods verwijderd en deze wordt elders (beschadigd) teruggevonden.

De verzekeraar weigert uitkering omdat geen sporen van braak aanwezig zijn. Verzekerde spreekt de assurantietussenpersoon aan omdat deze tekort zou zijn geschoten in zijn zorgplicht. De rechtbank is van mening dat verzekerde onvoldoende heeft gesteld dat de assurantietussenpersoon op de hoogte was van het risico van zijn verzekerde. Hiervoor was nodig dat de assurantietussenpersoon voor het intreden van de schade bekend was met het risico.

Het moest duidelijk zijn dat de huurder van de bedrijfsinventaris en gebruiker van de loods waarin deze zich bevond:

  • De inventaris kon wegnemen (verduisteren) of 
  • Dat er zodanige aanwijzingen voor een mogelijke verduistering waren, dat de assurantietussenpersoon erop had moeten wijzen dat de afgesloten verzekering geen dekking bood tegen het risico van verduistering

Tegen deze uitspraak tekende de verzekerde beroep aan.

De beroepsprocedure (tot tussenarrest)

Het Hof gaat uit van de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. Een assurantietussenpersoon dient tegenover zijn opdrachtgever de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Tot zijn taak — het waken voor de belangen van de verzekeringnemers bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen — behoort in beginsel ook dat hij de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die hem bekend geworden feiten voor de dekking van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kunnen hebben.

Het Hof overweegt: de verhuur van de inventaris herbergt het risico van verduistering van die inventaris door de huurder. Omdat verduistering niet was gedekt onder de verzekering is daarmee sprake van een voor de dekking relevant feit waarvan de assurantietussenpersoon, zijn verzekerde, als bewaker van zijn belangen, opmerkzaam had behoren te maken. De assurantietussenpersoon heeft zijn zorgplicht geschonden.

Verzekerde stelt dat hij met voldoende informatie van zijn assurantietussenpersoon een fraudeverzekering zou hebben afgesloten die dekking biedt tegen: de vermogensschade die kan voortvloeien uit frauduleuze administratieve handelingen, uit het wegnemen van fysiek geld of het verduisteren van goederen.

Het Hof biedt de assurantietussenpersoon de mogelijkheid bewijs tegen deze stelling van de verzekerde te leveren. Zonder dat tegenbewijs wordt aangenomen dat het risico van verduistering te verzekeren was.

Het vervolg van de procedure voor het Hof

Het Hof vult het tussenarrest aan, zodanig dat er wel sprake moet zijn van een voldoende reëel risico waarvoor de assurantietussenpersoon moet waarschuwen. Het Hof stelt vast dat de assurantietussenpersoon bekend was met de problemen tussen de bedrijven. Er stond in elk geval een notitie over in het klantdossier. Hiermee was sprake van een reëel risico waarvoor de assurantietussenpersoon moest waarschuwen.

Vervolgens komt de vraag aan de orde of verduistering van de bedrijfsinventaris een verzekerbaar risico is. Verschillende getuigen verklaren dat dit risico mogelijk als maatwerk te verzekeren is, hetzij op een fraudeverzekering, hetzij op een werkmaterieel- of machinebreukverzekering. De assurantietussenpersoon overlegt alleen voorwaarden van standaard verzekeringsproducten waar verduistering is uitgesloten. Dat bewijst niet dat maatwerk niet mogelijk was. Het Hof is van mening dat verduistering een te verzekeren risico is.

De uitspraak

Omdat de assurantietussenpersoon niet gewaarschuwd heeft, heeft hij zijn zorgplicht geschonden. De assurantietussenpersoon moet de schade door de verduistering vergoeden, met uitzondering van de bedrijfsschade. Er werd geen bedrijfsschadeverzekering afgesloten.

In een comparitie van partijen zal een persoon worden aangewezen om de schade-omvang bij minnelijke regeling vast te stellen.

De assurantietussenpersoon moet mogelijk vele tonnen vergoeden aan zijn klant.

Informatie

  • Schade Zakelijk
  • EQF 5
  • Donderdag 15 april 2021
Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships