100%-toets en 3%-staffels

image_pdf

Uit contact met het CAP blijkt inzake de 100%-toets en 3%-staffels het volgende.

De 100%-toets (artikel 18a, lid 7 en lid 9 Wet LB (oud)) en de eventtoets (Bijlage IV en V van het besluit van 20 januari 2017, nr. 2017-7268 (hierna: het besluit)) zijn twee verschillende toetsen.

Hierbij dat de maxima voor de jaarlijks fiscaal toegestane pensioenopbouw niet zijn vervallen per 1 april 2017. Dit in tegenstelling tot de maxima voor het totaal aan ouderdoms-, partner- en wezenpensioen op pensioeningangsdatum. Naast de 100%-toets voor het ouderdomspensioen zijn ook de 70%-toets voor het partnerpensioen (artikel 18b, lid 7 en 8 Wet LB (oud)) en de 14%/28%-toets voor het wezenpensioen (artikel 18c, lid 5 en 7 Wet LB (oud)) inmiddels vervallen.

De eventtoets betreft een toets op basis van de pensioengevende diensttijd, pensioengrondslagen en het maximaal fiscaal toegestaan jaarlijks opbouwpercentage. Op grond van deze factoren wordt extracomptabel fictief een (geïndexeerde) pensioenaanspraak bepaald welke wordt omgerekend in een waarde.

Die waarde wordt bij de eventtoets vergeleken met het feitelijke kapitaal in de ‘beschikbare premiepot’. Als na het vaststellen van het fiscaal maximale, geïndexeerde pensioen nog kapitaal overblijft, vervalt dit aan de verzekeraar dan wel aan de (ex-)werkgever.

Nádat op basis van de eventtoets de hoogte van de pensioenuitkering vanuit de beschikbare premiepot is bepaald, was het onder de oude wetgeving mogelijk dat vervolgens de 100%-toets moest worden toegepast.

Dat volgt niet uit het besluit, maar rechtstreeks uit artikel 18a, lid 7 van de Wet LB. Dit speelde in de situatie dat er ook pensioenen uit andere pensioenregelingen tot uitkering komen.

Een voorbeeld hiervan betreft de situatie waarin eerder is opgebouwd in een beschikbare premieregeling op basis van een 4% staffel (Bijlage I van het besluit) en de waarde daarvan bij overgang naar een 3%-staffel niet is overgedragen naar de 3%-pot. In zo’n geval werd ná de eventtoets op de 3%-pot vervolgens de 100%-toets van artikel 18a, lid 7 Wet LB (oud) toegepast op de vanuit het totaal van de (eventueel afgeroomde) 3%-pot en de 4%-pot aan te kopen pensioen.

Indien het aan te kopen pensioen vanuit het totaal van de 3%- en 4%-pot hoger dan het fiscale maximum, dan verviel op grond van artikel 18a, lid 9 Wet LB (oud) de waarde van het overschot in een bedrag aan de werknemer.

Nu de genoemde fiscale bepalingen zijn vervallen, hoeft dus ook bij een beschikbare premieregeling deze toets aan de 100% (70%, 14%/28%) norm niet meer te worden toegepast.

In kamerstuk 34555 nr. 5 (MvT bij Wet PEB) is aangegeven dat het vervallen van de 100%-norm ook voor 3%-staffels geldt: “Volledigheidshalve vermeld ik hierbij – mede in antwoord op vragen van de NOB – dat de in dit wetsvoorstel opgenomen afschaffing van de 100%-toets ook geldt voor beschikbarepremieregelingen waarbij gebruik wordt gemaakt van de 3%-staffel of de staffel gebaseerd op de kostprijs van een fiscaal maximaal middelloonpensioen.”

Dit is dus correct. Het besluit van 20 januari 2017 heeft dan ook nog volledige rechtskracht.

Theo Gommer
Over Theo

Mr. J. Theo Gommer MPLA CCFP (1966) is managing partner bij de &Gommer Pensions Group, bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten en bij de Visitatie Commissie Pensioenfondsen. Hij was tot 2018 voorzitter van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen. Verder is hij actief als [...]

Bekijk profiel