Aan bv verstrekte lening is onzakelijk

Hof Den Haag heeft op 22 oktober 2019 uitspraak gedaan of een door een DGA aan zijn bv verstrekte lening onzakelijk is.

Belanghebbende is DGA. Zijn bv maakt aanzienlijke kosten voor een woningbouw-project. Belanghebbende verstrekt zijn bv daarom geldleningen. De bv stelt geen zekerheden en er is ook geen aflossingsschema overeengekomen. Bovendien heeft de bv geen eigen inkomsten of andere financieringsbronnen voor het project.

 

Het woningbouwproject mislukt. In geschil is of belanghebbende een bedrag van

€ 139.341 ten laste van zijn resultaat uit overige werkzaamheden mag brengen.

 

Hof Den Haag oordeelt dat de geldverstrekking, anders dan de inspecteur stelt, civielrechtelijk kan worden aangemerkt als lening. De inspecteur maakt wel aannemelijk dat sprake is van een onzakelijke lening. Er is geen enkele mogelijkheid tot verhaal als de bv niet kan voldoen aan haar verplichtingen. Een onafhankelijke derde, die de bv voor het project geld zou lenen, zou er niet mee instemmen dat alle kwade kansen voor hem zijn en de goede kansen, afgezien van de rente van 5,5%, geheel voor de debiteur. Een zakelijk handelende derde zou onder dergelijke omstandigheden een winstdelende rente hebben bedongen. Er is dus sprake van een onzakelijke lening, zodat het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar is.

Het hof beslist dat de inspecteur een correctie mag handhaven op een andere grond dan waarop hij deze aanvankelijk had aangebracht.