Premium | FinSourceOne vaktechniek artikelen

Aanpassing verrekeningen rond transitievergoeding en geboorteverlof

Per 1 juli 2020 zijn twee wetswijzigingen ingegaan die van belang zijn voor de inkomensadviseur. Ten eerste is de mogelijkheid om de inzetbaarheidskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding verruimd. En ten tweede zijn de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkeringen met inkomen en de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren aangepast in verband met de invoering van het geboorteverlof.

Aftrekbaarheid inzetbaarheidskosten

Inzetbaarheidskosten zijn kosten die erop gericht zijn om de werknemer breder inzetbaar te maken op de arbeidsmarkt. Het kan bijvoorbeeld gaan om een opleiding die geen betrekking heeft op de functie van de werknemer, maar die juist kan bijdragen aan een betere arbeidsmarktpositie van de werknemer in het algemeen. Belangrijk, want door ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en globalisering zullen banen veranderen en verdwijnen en komen er nieuwe banen bij. In praktijk wordt echter vooral geïnvesteerd in functiegerichte scholing. Investeringen in de bredere inzetbaarheid van de werknemer blijven achter. Daarom worden de mogelijkheden om inzetbaarheidskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding verruimd. 

Ook voor functie bij eigen werkgever

Tot nu toe kon een werkgever alleen kosten voor activiteiten die de inzetbaarheid van de werknemer buiten de eigen organisatie vergroten in mindering brengen op de transitievergoeding. Vanaf 1 juli 2020 kunnen ook inzetbaarheidskosten die leiden tot een andere functie bij dezelfde werkgever in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. Zo worden werkgevers gestimuleerd om hierin meer te investeren.

Twee uitzonderingen

Er gelden echter twee uitzonderingen. Inzetbaarheidskosten mogen niet in mindering worden gebracht:

  1. Als het doel van de scholing is om het functioneren van de werknemer in de eigen functie te verbeteren
  2. Als de kosten verband houden met verplichtingen van de werkgever in het kader van re-integratie (eerste dan wel tweede spoor) of herplaatsing van de werknemer

Gelijkstelling arbeidsuren WIEG

Sinds 1 juli 2020 krijgen werknemers na de geboorte van een kind recht op 5 weken aanvullend geboorteverlof. Tijdens dit verlof heeft men geen recht op loondoorbetaling, maar wordt een uitkering van het UWV ter hoogte van 70% van het (gemaximeerde) dagloon ontvangen.

Voorkomen moet worden dat het aanvullend geboorteverlof bij de berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren en aantal gewerkte weken voor de WW en WIA leidt tot een vertekend beeld van de arbeidsuren. Daarom is nu geregeld dat een arbeidsuur waarover een werknemer een uitkering ontvangt vanuit de Wazo, wordt gelijkgesteld met een arbeidsuur als bedoeld in de WW en WIA.

Regeling samenloop

Ook de regeling samenloop is aangepast. Hierin is geregeld dat het aanvullend geboorteverlof bij de samenloop tussen een arbeidsongeschiktheidsuitkering en inkomen uit arbeid niet wordt aangemerkt als verlof. Zo wordt voorkomen dat tweemaal een inkomen wordt verrekend (eenmaal omdat de werknemer een uitkering ontvangt en een tweede maal omdat de werknemer met verlof is). De genoten Wazo-uitkering wordt aangemerkt als inkomen (uit arbeid).

Premium | FinsourceOne vaktechniek artikelen

Je eerste 2 Premium vaktechniek artikelen voor deze maand zijn op.

Meer premium artikelen lezen?
Word dan Member!

Bekijk de Memberships