Aanscherping regels WW-uitkeringen bij vakantie

Uit onderzoek is gebleken dat vooral door Poolse WW-gerechtigden ‘misbruik’ is gemaakt van de exportregeling in combinatie met de vakantieregeling voor WW-uitkeringen. Daarom is minister Koolmees van SZW van plan de vakantieregeling in de WW aan te scherpen.

Uitkeringsgerechtigden met een WW-uitkering hebben net als werknemers recht op een aantal vrije dagen. Het aantal vrije dagen is afhankelijk van de eerste werkloosheidsdag. Valt de eerste werkloosheidsdag op 1 januari van het kalenderjaar, dan is het aantal vakantiedagen in dat kalenderjaar gelijk aan 20 dagen. Valt de eerste werkloosheidsdag later in het kalenderjaar, dan is het aantal vakantiedagen lager
(1 juli - 10 dagen). Gedurende de vakantieperiode wordt de WW-uitkering doorbetaald en is er geen sollicitatieplicht.

 

Op grond van Verordening 883/2004 (artikel 64) bestaat de mogelijkheid om een WW-uitkering onder bepaalde voorwaarden gedurende 3 maanden mee te nemen naar een land behorende tot de EU, de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland (exportregeling). Ook dan wordt de WW-uitkering doorbetaald. De bedoeling is dan wel dat in die periode naar werk wordt gezocht.

 

In de praktijk blijkt echter dat de exportregeling niet wordt gebuikt waarvoor deze is bedoeld, maar voor vakantiedoeleinden.

 

De minister gaat het oneigenlijk gebruik van de exportregeling op 3 manieren aanpakken:

 

  1. Maatregelen “aan de poort”: Voorkomen van WW-instroom door mensen die niet in de WW horen
  2. Maatregelen tijdens de vierwekenperiode voorafgaand aan de export: Verplichtingen behorende bij het beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt ter controle van het UWV
  3. Samenwerking met buitenlandse organen tijdens de periode van export, opdat deze (beter) toezien op de sollicitatieverplichtingen en aanvaarding van werk

Daarnaast wordt het recht op vakantiedagen voor alle WW-gerechtigden gekoppeld aan de duur van hun WW-uitkering.