Aansprakelijkheid voor verkeersongeval na openen portier door gehandicaptenvoertuig

Gerechtshof Den Haag oordeelt of er een rechtsregel is die extra voorzichtigheid voorschrijft bij het naderen van een geparkeerde invalidenauto.

Een motorrijder rijdt over de onderbroken streep van een fietsstrook met de intentie om rechtsaf te gaan slaan en komt ten val door het openen van een portier van een geparkeerde auto. De motor komt door de val tegen een voor het stoplicht staande auto aan. Motorrijder en eigenaar van de geparkeerde auto stellen elkaars aansprakelijkheidsverzekeraars aansprakelijk. Beiden wijzen die claim echter af.

De rechtbank wijst in eerste aanleg vonnis en stelt daarin dat de motorrijder bij de intentie om voor te sorteren over de fietsstrook mag rijden. Er is geen rechtsregel volgens de rechtbank waaruit volgt dat er extra voorzichtigheid betracht moet worden bij het passeren van een op een gehandicaptenplaats geparkeerde auto.

Het gerechtshof is het met de rechtbank eens. De bestuurder van de gehandicaptenauto voerder een bijzondere manoeuvre uit en heeft gehandeld in strijd met de Wegenverkeerswet. Als het al niet mogelijk was om naderende verkeersdeelnemers op de fietsstrook waar te nemen, dan moest de bestuurder aan de andere kant van de auto uitstappen. Er is geen grond voor een rechtsregel voor het aannemen van een verplichting om extra zorgvuldigheid te betrachten bij het naderen van een gehandicaptenparkeerplaats en bedacht te zijn op het openen van een portier. Er blijkt niet duidelijk uit het dossier dat de motorrijder al meerdere auto’s rechts over de fietsstrook had ingehaald. De WAM-verzekeraar van het gehandicaptenvoertuig moet de schade betalen.